Politie Westerkwartier neemt preventieve maatregelen

LEEK - De decembermaand is weer begonnen. De maand van gezelligheid, bij elkaar op bezoek gaan en uiteindelijk het jaar knallend afsluiten met elkaar. Voor velen een maand om naar uit te kijken, maar voor hulpdiensten en politie vaak een maand die ze het liefst zo snel mogelijk voorbij zien gaan. Het is een maand waarin het inbraakcijfer het hoogst is en hulpdiensten de meeste slachtoffers in het ziekenhuis zien belanden. Voorzorgsmaatregelen nemen, preventief handelen en inwoners blijven attenderen op gevolgen; dat is waar het politieteam Westerkwartier al jaren mee bezig is. ‘Een inbreker viert geen feestdagen’, zegt Arjan van der Velde, Wijkagent voormalige gemeente Leek. ‘Dan zijn zij juist aan het werk.’ De politie noemt dit dan ook wel het donkere-dagenoffensief.
Politie Westerkwartier maakte onlangs via de socials bekend dat er meerdere inbraken in korte tijd in de gemeente Westerkwartier hadden plaatsgevonden. ‘Het is in deze tijd vooral opvallend dat het meerdere inbraken, in korte tijd, in een bepaald gebied zijn. Zo hadden we nu te maken met inbraken in Zevenhuizen, Marum, Leek, De Wilp en Opende. Het is een tijd waarin de dagen weer korter worden en de avonden weer donker zijn. Dat betekent dat de verlichting thuis weer aan moet. Helaas doen nog steeds te veel mensen ‘s avonds de verlichting uit wanneer ze het huis verlaten. Ja, het scheelt geld, maar het is dus ook een teken voor inbrekers dat de bewoners er niet zijn’, geeft Helder, Digitaal Wijkagent, aan. De agenten raden dan ook vooral aan om verlichting aan te laten in huis, desnoods met een tijdschakelaar erop. ‘Of raadpleeg Philips Hue’, zegt Van der Velde. ‘Er zijn zelfs tv’s die je kunt aansluiten op een tijdschakelaar. Op die manier lijkt het alsof er iemand thuis is en haken inbrekers sneller af.’
Het is bij de politie algemeen bekend dat inbrekers meestal van tevoren eerst een ronde maken en hun huizen van tevoren uitkiezen. ‘Ze rijden dan door een straat, langzaam. Het bijzondere is dat het de inwoners van een straat ook wel opvalt wanneer er een verdacht voertuig rondrijdt. Tegenwoordig zijn er dan buurtapps en wordt dit gedeeld met elkaar. Een mooi systeem, maar ze maken vervolgens geen melding bij de politie’, legt Van der Velde uit. Helder valt hem hierin bij. ‘We zien helaas nog steeds dat de meldingsbereidheid richting de politie een drempel is. We begrijpen echt wel dat mensen niet zo snel het politiebureau binnenstappen, maar er zijn tegenwoordig zoveel andere kanalen waar inwoners gebruik van kunnen maken om een melding te maken. Wanneer inwoners melding maken, houd je ons ook alert als politie. We zullen zorgen dat we zichtbaar zijn in die buurt. Tuurlijk, inbraken zullen we nooit volledig kunnen voorkomen, maar weet wel dat we bereid zijn om zichtbaar te zijn.’
Een onderdeel van het donkere-dagenoffensief is dat ze langsgaan in een bepaalde buurt of wijk met “voetjes”. ‘Dit is een initiatief in samenwerking met de gemeente en de woningcorporatie. Vooral inwoners van kleine dorpen zijn vaak nog steeds van mening dat ze hun achterdeur niet op slot hoeven te doen en de fiets gewoon buiten kunnen laten staan. Onder het mom van: Hier kan dat nog. Nu, dat kan vandaag de dag nergens meer hoor’, zeggen beide agenten zeer stellig. Door bij de bewoners langs te gaan, geven we een waarschuwing af. Er kan bijvoorbeeld een raam openstaan of een slot is kapot. Dan laten we een “voetje” achter, als waarschuwing.’ Naast het surveilleren raadt de politie de inwoners ook met klem aan om hun bezittingen te bewaren in een kluis en vast te leggen wat er in de kluis zit. ‘Dat is ook makkelijker voor de verzekering’, geven de agenten aan. ‘Zoals al eerder gezegd’, gaat Van der Velde verder: we kunnen het nooit helemaal tegenhouden, maar we hopen wel dat mensen gaan inzien dat een inbraak veel werk met zich meebrengt voor ons, maar ook een enorme impact heeft op de bewoners. Er is namelijk iemand in hun veilige omgeving geweest, die aan hun spullen heeft gezeten. Het duurt tijden voordat dat vertrouwen weer terug is.’
Naast de inbraken is het politieteam ook bezig met het preventief waarschuwen voor de gevolgen van vuurwerk. ‘We geven voorlichting op de middelbare school aan de leerlingen, maar daarnaast geven we ook gelijk een waarschuwing af naar de ouders van de kinderen; Ga met je kinderen in gesprek. Laat hen weten wat de gevolgen zijn wanneer het afsteken van vuurwerk verkeerd afloopt. En dan hebben wij het niet alleen over letselschade die kan worden opgelopen, maar ook de kosten en het nawerk die er zijn wanneer er materialen beschadigd raken. Ik denk dat wij ook gerust kunnen aangeven dat wij daar meer werk van hebben dan dat we echt bezig zijn met aanhoudingen rondom vuurwerk’, zegt Van der Velde. De politie merkt wel dat nu er zwaarder vuurwerk wordt verkocht, de meldingsbereidheid van inwoners daarin groter is. ‘Wanneer er een melding binnenkomt van vuurwerkoverlast, is dat voor ons vaak al genoeg om een woning binnen te gaan’, geeft Helder aan.
Begin juli van dit jaar heeft de Eerste Kamer een initiatiefwet voor het verbieden van consumentenvuurwerk aangenomen. Hiermee krijgt oud & nieuw dus voor velen een heel andere invulling. ’We gaan zien hoe dit in 2026 zal gaan verlopen’, geven de agenten aan. Vooral dat eerste jaar zal het spannendst zijn, denken wij. De aanvoer van vuurwerk is er niet meer, maar de inkoop in het buitenland zal vast eerst doorgaan. We gaan het zien, hoe het loopt en hoe het wordt opgepakt voor de jaarwisseling van 2026/2027.’ HIER SOCIALS ETC PLAATSEN AUB.



