Twee dode kinderen: Anna Enquist en haar zielsverwantschap met Bach [Noordenveld Plus

Tekst: Coen de Jonge
In 2025 wordt ze 80. Dat zal ongetwijfeld veel aandacht oproepen. Anna Enquist (echte naam Christa Widlund-Broer) volgde een opleiding voor psychoanalytica (en pianiste!) maar ontplooide ook een indrukwekkende carrière als schrijfster. In 2001 overkwam haar gezin een tragedie: dochter Margit (27) werd op haar fiets gegrepen door een vrachtwagen zonder dodehoekspiegel. Dat grote verlies gaf Enquist onder meer vorm in haar tijdloze roman Contrapunt (2008). Daarin gaat de hoofdpersoon na hoe componist Johann Sebastian Bach (1685-1750) met zijn Goldbergvariaties mogelijk ook het verlies van een kind trachtte te verwerken. Coen de Jonge (Peize) sprak er eens uitgebreid met Enquist over.
‘Het was een oude kinderwens van me om heel goed piano te leren spelen. Ik wilde er echt alles over te weten komen. Ik heb het ook een heerlijke opleiding gevonden.’
Anna Enquist ging na haar studie klinische psychologie naar het conservatorium in Den Haag. Na een jaar of drie had ze de theoretische vakken allemaal klaar en verhuisde toen met haar docent Jan de Man mee naar het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam, waarvan hij directeur werd. Daar deed ze haar eindexamen, waarna ze daar nog een jaar of twee studeerde. Tussendoor werd ze ook docent psychologie bij het Sweelinck. Daar bouwde ze in de loop van de jaren een soort psychotherapiepraktijk op, voor leerlingen die op een of andere manier in de problemen zaten. Later bekwaamde ze zich ook als psychoanalytica.
Het grote publiek kent Enquist overigens vooral als dichteres en schrijfster. Haar laatste boek: Sloop (2022). In haar eerdere roman Contrapunt benutte ze de structuur van Bachs Goldbergvariaties om het verhaal te vertellen van een moeder en een jonggestorven dochter.
Pianostudie als houvast
‘Een eigen concertloopbaan, die heb ik natuurlijk nooit gehad. Ik was al veel te oud toen ik aan die studie op het conservatorium begon, al wel drieëntwintig jaar of zo... Dat doel lag bij mij ook nooit voor. Het idee op zo’n podium te zitten…. Nee, ik wist wel dat dát niet aan de orde was. Ik heb er echt heel veel plezier aan gehad, vind het nog steeds mijn mooiste opleiding. Concertjes heb ik wel gegeven, ik ben getrouwd met een cellist en ’s zomers speelden we soms om aan vakantiegeld te komen.
Maar dat was niet de reden om die studie te kiezen. Ik wilde het gewoon zo goed mogelijk leren, zo goed als voor mij mogelijk was.
Of ik Bach in dit proces ook bijna lijfelijk nabij ben gekomen? Nou nee, ik denk nooit op die manier. Ik ben me er heel wel van bewust dat het een aantal eeuwen geleden is toen hij die muziek maakte, en dat Bach zich nu alleen kenbaar maakt via zijn partituren. Ik heb dat ook niet zo, het idee dat je door het instuderen van een werk dichter bij de componist komt. Ik ben allang blij met die partituren! De vrouw in dit boek heeft overigens tegen het eind van de Variaties wel het gevoel dat Bach haar bij de hand neemt.
Maar het is een door mij geconstrueerde vrouw. In het boek zit natuurlijk een sterk autobiografisch element, maar het is bij uitstek geconstrueerd en gestructureerd. Het moet ook op zichzelf kunnen staan, het is geen emotionele uitstorting van een vrouw die een kind verloren heeft. Die vrouw in het boek valt ook niet helemaal samen met mij. Slechts gedeeltelijk. Wel in de zin dat ze haar dochter verloren heeft, en in de zin dat ze ook aan het studeren is op de Goldbergvariaties. Maar dat is het ook wel zo’n beetje…
Ik heb geprobeerd het boek zo objectief mogelijk te schrijven, zodat ook iemand het kan lezen die niets over mij en mijn geschiedenis weet. Vandaar dat het zo terughoudend is, dat niemand een naam heeft gekregen. Het is in abstracties geschreven: de vrouw, de moeder, de vader, de dochter… Het instuderen van de Goldbergvariaties is voor de moeder meer dan troost, het is een houvast. En het blijkt ook als een therapie te functioneren, op neurologisch en psychologisch niveau. Zo leert de moeder door te leven.’
Canons van Bach als leidraad
‘De Goldbergvariaties zijn allemaal totaal verschillend. Er zit wel een zekere structuur in; het zijn steeds groepjes van drie. Zo is elke derde Variatie een canon, en verder zit er steeds een virtuoos en heel snel stuk bij en een vrij stuk. In die zin hebben de Variaties een heel duidelijke structuur. Daar heb ik voor dit boek dankbaar gebruik van gemaakt. Ik heb dit werk juist uitgekozen om er mijn boek in te persen. Ik zag niet hoe ik het anders dan met hulp van Bach voor elkaar zou kunnen krijgen.
‘De canons heb ik bijvoorbeeld gebruikt om de relatie tussen de moeder en de dochter te kunnen beschrijven. En verder heb ik me heel sterk verlaten op wat elk van de Variaties bij mij opriep aan gevoel, aan herinneringen – het is zo een boeket geworden van allerlei scénes uit het leven van een meisje. Daarom is het ook niet chronologisch opgezet. Het gaat echt uit van het karakter van die stukjes van Bach.
Maar eigenlijk ging het toch allemaal vanzelf. Ik had ook niet het idee dat ik volledig moest zijn, ik volgde gewoon wat de muziek bij me opriep en daaraan gaf ik een vorm. Ik heb het proces van instuderen en schrijven helemaal in elkaar over laten lopen. Ik wilde elke dag een paar uur studeren en een stukje aan mijn boek schrijven. Als ik niet verder kwam, liet ik dat een tijdje liggen en ging ik door met het studeren van die Variaties. Ik hoefde ze dus niet via een cd te beluisteren. Ik had bij het schrijven wel steeds een partituurtje op de schrijftafel liggen, hoewel ik de muziek ook in m’n hoofd had.’
Innerlijke gesprekken
‘Als je pianist bent zoals de vrouw in het boek, ben je altijd bezig met het verklanken van het verleden. Ze speelt immers stukken die componisten ver voor haar tijd hebben gecomponeerd. Ze maakt iets uit het verleden actueel. Ze doet dat net zo als ze haar herinneringen aan de dochter opschrijft. Dat is volgens mij een mooie parallel.
‘De vrouw die aan het studeren is, voert allerlei innerlijke gesprekken, op grond van die muziek. Soms vraagt ze zich af hoe het voor Bach was in die tijd, heeft ze fantasieën over hoe het was in zijn huis, wat het componeren van dit stuk voor hem betekende…
Het is wel een soort innerlijke monoloog van die vrouw. Maar of de Variaties ook een innerlijk gesprek van Bach zijn? Dat kan me eerlijk gezegd beter voorstellen bij een Haydn-sonate. Bij Bach vind ik de constructie altijd veel meer op de voorgrond staan, dat hij daar vooral mee bezig is geweest.
Lezers die dit boek mooi vinden, raken mogelijk ook geïntrigeerd in de muziek. Misschien schaffen ze zich een cd aan om te luisteren naar zo’n Variatie, om dan weer te lezen wat die vrouw er bij denkt. Dat kan wat toevoegen aan het luisterplezier. Je hoeft niet per se zelf piano te spelen om de schoonheid ervan echt te ervaren.
‘Het is wel zo, hoe meer je een stuk echt fysiek studeert, hoe meer je het leert kennen. De stukken waar ik het meest aan gehecht ben heb ik zelf ooit gespeeld, zo is het ook wel. Dat voegt inderdaad een dimensie toe. Ik weet nog uit mijn conservatoriumtijd dat muziek je eerst helemaal niet kon aanspreken, terwijl je er toch van ging houden nadat je verplicht was om het te spelen. Door het te studeren groeit iets van liefde voor zo’n stuk. En een beter begrip.’
De gestorven zoon van Bach
‘Tegen het eind van het schrijven van dit boek ontdekte ik dat Bach een zoon heeft gehad, uit zijn eerste huwelijk, die gestorven is toen die jongen een jaar of vierentwintig was. In datzelfde jaar 1739 is hij begonnen met het schrijven van de Goldbergvariaties.
Toen ik dat eenmaal wist werd me veel duidelijk. Die muziek straalt een grote beheersing uit, wat volgens mij met de hantering van een groot verlies te maken heeft. Ik vond dat nogal een geschenk van de geschiedenis, dat ik zomaar in de schoot geworpen kreeg! Ik weet natuurlijk niet wat Bach in die tijd allemaal dacht, maar wel dat zijn zoon Bernhard toen stierf. Hij had trouwens een slechte relatie met die jongen, hij was van huis weggelopen. Maar hij kreeg dat bericht door en is toen met de Goldbergvariaties begonnen, wat zo’n twee jaar heeft geduurd. In die twee jaar moet hij heel erg met het verlies van die zoon bezig zijn geweest. In mijn boek zegt de dochter tegen de moeder over het eerste stuk, de Aria: ‘Het is óns lied’, maar je kunt het ook verdubbelen. Het is ook het lied van Bach en zijn zoon.’
’De vrouw in het boek voelt het ook zo aan, ze vindt het al erg om het studeren van de Goldbergvariaties af te sluiten, omdat ze het gevoel heeft het kind achter zich te laten. En ze fantaseert dat Bach het op dezelfde manier heeft gedaan, dat hij ook niet wilde ophouden met het componeren van de Variaties.
Zo lang hij daar nog mee bezig was, was hij ook bezig met die gestorven jongen.’
Anna Enquist: Contrapunt
Uitgave van De Arbeiderpers en - als luisterboek - van Uitgeverij Rubinstein





