Veldzicht Dagopvang

ZEVENHUIZEN - Acht jaar geleden kwamen Gert Piers en zijn vrouw Petra naar Zevenhuizen. Inmiddels runt Piers daar nu zeven jaar een dagopvang voor ouderen vanaf 50 jaar. ‘Dit kunnen mensen zijn met dementie of bijvoorbeeld parkinson, maar ook zijn ouderen welkom die aan het vereenzamen zijn of waarvan de mantelzorger even ontlast kan worden.’ Het terrein naast het woonhuis beschikt over alle faciliteiten die er nodig zijn voor de dagopvang. De open ruimte met veel binnenkomend daglicht was voorheen een garage en heeft een grondige verbouwing gehad. Aan de wand is een mooi fotobehang te zien waarop foto’s van vroeger staan met gebouwen en ambachten van toen. Ook de inrichting is “nostalgisch” te noemen en ademt de sfeer uit van weleer. ‘Het is belangrijk dat de mensen zich hier thuis voelen en dan doet omgeving heel veel voor ze,’ zegt Piers. ‘Ze moeten hier een leuke dag hebben en met een tevreden gevoel naar huis gaan. Dat vind ik het allerbelangrijkst.’
Wanneer je naar buiten kijkt is daar een prachtige fruitboomgaard, een mooi zonnig terras aan beide zijden van de opvang en loopt er over het grasveld een pad welke de deelnemers dagelijks -mogen- bewandelen. ‘De deelnemers hebben beweging nodig en dan is het natuurlijk mooi dat ze hier zo in de tuin kunnen genieten van de natuur. Je ziet bijvoorbeeld enkele spellen staat om te spelen en de vogelhuisjes aan de bomen en het insectenhotel daar in de hoek zijn zelfs door een deelnemer bedacht en gemaakt.’ Piers glundert wanneer hij dit alles verteld. Ook de dieren mogen uiteraard niet ontbreken op een dagopvang. Er is een grote kippenren gebouwd en daarachter is een kampje gemaakt waar de geiten vrolijke “bokkensprongen” maken. Piers verteld dat er na de zomervakantie een mini shetlander bij komt. ‘De deelnemers kunnen die dan borstelen enzo. De kippen en geiten voeren ze ook zelf, maar ze mogen niet bij de geiten in het kampje komen.’ Achter op het perceel, waar je uitkijkt op de weilanden is ook een moestuin. ‘De deelnemers zijn op dit moment met een vrijwilliger groenten aan het poten, want dat is wat ik belangrijk vind: alles moet vers zijn. En kan het nog niet geoogst worden dan haal ik het vers. Dit is gezonder, maar ook leuker voor de deelnemers, want die kunnen dan het eten voorbereiden. Uit een potje is dat natuurlijk niet leuk en ook minder actief.’
Piers heeft, voor hij de dagopvang opstartte, al een rijkelijk werkzaam leven achter de rug. ‘Ik ben eerst begonnen met een opleiding voor schadehersteller, maar dat was niets voor mij. Mijn vader werkte toentertijd bij de post en dat ben ik ook maar gaan doen. Op een gegeven moment werd het steeds meer pakketpost en konden wij als postbodes er uit met een speciale regeling. Op advies van mijn vader heb ik die kans gegrepen en heb mij gericht tot een jobcoach, want ik wist eigenlijk niet goed wat ik wilde doen. De zorg leek mij altijd al wel wat, maar dacht steeds: Dat is toch meer voor meiskes?.’ Toch besluit Piers ervoor te gaan en behaald diverse diploma’s binnen de zorg, waaronder ook SPW4. ‘Vanuit school hebben we toen een keer een rondleiding gehad op een dagopvang als deze en dat is mij altijd bijgebleven.’ Na 12, werkzame jaren, ervaring te hebben opgedaan bij diverse instellingen en instanties besluit Piers dat het tijd wordt om zelf de stap te zetten naar een dagopvang. ‘Ik draaide toen voor mijn werk in de zorg vooral veel nachtdiensten, dus ik kon het combineren. Al ben ik gaandeweg wel steeds minder gaan werken en nu uiteindelijk ook daarmee gestopt, want het was gewoon te veel. Dit werk geeft mij ontzettend veel voldoening en plezier, maar is ook heel intensief. In het begin hielp Petra mij nog en deden we het echt samen, maar zij kwam erachter dat de zorg niet bij haar paste. Zij doet nu een deel van de administratie en het vervoer van de ouderen en daarnaast heeft ze haar eigen trimsalon aan huis. Ik doe het dus nu “alleen” met behulp van twaalf vrijwilligers in totaal.’
De opvang heeft maximaal acht deelnemers per dag. ‘Ik geef er de voorkeur aan dat de deelnemers hier minimaal twee keer per week komen, maar sommige zijn hier ook drie dagen of soms zelfs vier. We hebben hier elke dag hetzelfde ritme.’ Piers heeft er voor gekozen om het vervoer van de deelnemers ook zelf te regelen. ‘We halen ze ‘s ochtends op en brengen ze ‘s middags om 16.00 uur ook weer zelf thuis. Voordeel daarvan is dat we dan eerst nog contact kunnen hebben met bijvoorbeeld een mantelzorger of er ook nog bijzonderheden zijn. Indien iemand alleen is hebben we altijd contact met de thuiszorg indien nodig en dat verloopt ook heel goed.’ Piers geeft aan dat alle deelnemers rond 10.00 uur binnen zijn en dan begint hun dagritueel. ‘We starten met een kof koffie of thee en bespreken dan even de krant. Een soort “praatje alle dag”. Daarna kunnen ze allemaal hun eigen gang even gaan. En dat kan zijn het eten voorbereiden of lekker naar buiten, iets creatiefs of een spelletje. In de tussentijd is één van de vrijwilligers dan aan het koken, want we eten warm tussen de middag. Ze hebben het liefst Hollandse kost en doordat ze samen eten, eten ze vaak ook meer dan wanneer ze thuis eten,’ Piers lacht. ‘Na het eten is er gelegenheid om even de oogjes te sluiten, naar buiten te gaan een spelletje te doen et cetera. Dan is het alweer tijd voor een kopje koffie of thee en voor je het weet is het 16.00 uur.’
Piers is blij met zijn vrijwilligers. Sommige van hen zijn gepensioneerd, maar er zijn ook een aantal die een afstand hebben tot de arbeidsmarkt. ‘Zonder hen had ik dit zeker allemaal niet kunnen doen hoor. Ze helpen mij met de begeleiding van de deelnemers, maar ook met het onderhoud van bijvoorbeeld de tuin. Gelukkig zijn enkelen ook erg creatief en dat was wel handig in die lange periode dat we binnen moesten zitten. Gelukkig kunnen we weer naar buiten en je ziet dat iedereen daar van geniet.’ De vrijwilligers hebben niet allemaal een zorgachtergrond, dus Piers moet wel de hele dag extra alert zijn. ‘Ze krijgen ieder jaar een BHV cursus, zodat ze ook verschijnselen herkennen en weten hoe ze moeten handelen.’ Op dit moment heeft hij voldoende vrijwilligers. ‘Sommigen hebben zich zelf bij mij gemeld en wanneer ik toch een keer “handjes te kort kom” dan schakel ik de Schans in en meld een vacature.
De opvang is vier dagen geopend, van maandag tot en met donderdag. ‘Op vrijdagochtend probeer ik dan meestal de administratie bij te werken en op vrijdagmiddag besteed ik mijn tijd om klusjes in en rondom het huis te doen. De zaterdagen zijn veelal gewijd aan Korfbalvereniging Sparta waar onze zoon bij zit en waar ik zelf graag een handje help. De zondag? Die is voor het gezin en proberen we leuke dingen te doen.’ Piers vindt de opvang groot genoeg en wil ook zeker niet meer uitbreiden. ‘Toch zou het fijn zijn wanneer er in de buurt nog één of twee bij kwamen. Er is veel vraag vanuit ouderen en het levert zelfs wachtlijsten op, maar mensen moeten wel goed weten waar ze aan beginnen, want er komt heel veel bij kijken.’




