Kinderen van Anneke van Panhuys nog één keer terug op Nienoord

Afbeelding
Cultuur

LEEK - Op Nienoord komt de historie op bijzondere wijze tot leven met het bezoek van baronesse Elske en baron Wolfgang Herwarth von Bittenfeld. Zij zijn de laatsten die zich de borg nog herinneren als familiebezit: in hun jeugd waren hun moeder freule Anneke en haar broer jonker Bram van Panhuys nog eigenaar. De baronesse en baron willen nog één keer de Nienoord bezoeken. Hun moeder en oom waren hier immers als kind zo gelukkig. Totdat in 1907 hun ouders en grootouders in het Hoendiep verdronken, onderweg naar huis.

De hernieuwde kennismaking is puur toeval. “Een vriendenstel zag bij ons naar een schilderij van de Nienoord en gaf een bestuurslid en de museumdirecteur te kennen. Kort erna hoorden we Geert op Radio 4. Toen zeiden we: dit had zo moeten zijn! En nu zijn we hier, met zijn allen op Nienoord.” “Onderweg zagen we ‘Klein Nienoord’ al, dat was het ouderlijk huis van moeder (later gemeentehuis van Leek). Als moeder naar haar grootouders op Nienoord ging, stapte ze bij het grote hek in een bokkewagen. Kinderen uit het dorp reden en renden mee. Hun optocht was elke keer een feestje!” In de tentoonstelling ‘Koetsen en Kastelen’ hangt nog een foto van Anneke met haar vriendjes in de bokkewagen. “Wij herinneren ons een bezoek vlak na de bevrijding. Toen namen onze ouders ons mee hierheen. Jonkheer Alberda van Ekenstein paste op als rentmeester. Het huis was toen wel vervallen hoor, er was gebrek aan alles. Een hondenfokker huurde een bijgebouw, onze hond mocht bij de zijne logeren.” Toen de gemeente het complex kocht en het Nationaal Rijtuigmuseum zich hier vestigde, stond er nog een sjees in het koetshuis. Ook die staat in de tentoonstelling ‘Koetsen en Kastelen’. “Onze grootmoeder, overgrootmoeder en stief-overgrootmoeder waren Friezinnen: de Blocq van Scheltinga, van Sminia en Looxma. Zou een van hen deze sjees hebben ingebracht?” Er wordt een groepsfoto bij gemaakt. Twee achternichten komen als verrassing ook langs: de jonkvrouwen Catharina en Mieke van Panhuys. Zij hebben de Fraeylemaborg nog bewoond, met hun moeder Louisa Thomassen à Thuessink van der Hoop van Slochteren. Hun vader zijn familie stamde van de Nienoord. In de tentoonstelling wordt ook de barouchette van Fraeylema bewonderd: Louisa haar moeder schonk haar hele wagenpark van Fraeylema vlak na de oprichting al aan het museum. “Aan de geboorteplaats zie je of een van Panhuys zomers of ‘s winters geboren is: ‘s winters woonden ze in Groningen waar de ridderschap bijeenkwam en debutantengala’s en andere bijeenkomsten georganiseerd werden. Zomers trokken ze uit hygiëne-overweging de stad uit, naar hun buiten in Leek.”

De familie verongelukte in 1907 vanuit de stad.  ”Moeder combineerde Nienoord altijd met een bezoek aan het kerkhof in Midwolde. Haar geliefden onder die grote steen met alleen ‘Nienoord’ er op: dat was elke keer zo confronterend. Dit verlies droeg ze haar hele leven bij zich.” Veel meer verhalen volgen, het bezoek loopt uit tot ver in de avond. Er wordt afgesproken dat dit niet hun laatste bezoek was, maar de eerste van een nieuwe reeks. Op de foto vlnr.: jonkvrouwe Mieke van Panhuys, Elske baronesse Herwarth von Bittenfeld, Wolfgang baron Herwarth von Bittenfeld, jonkvrouwe Catharina van Panhuys en museumdirecteur Geert Pruiksma in de Ridderzaal op Nienoord. 

UIT DE KRANT