Pensioen, het is meer dan vrije tijd

Afbeelding
Cultuur

De krant

‘Als je deze routekaart gebruikt kan er niks misgaan.
Dan ben je binnen twee uur klaar. Maar dan moet je het niet zo doen als je voorganger.
Die vond het namelijk niet nodig om een routekaart te gebruiken.
Nou dat hebben we geweten, hij maakte er een ontzettende puinhoop van en kwam overal veel te laat. We kregen een heleboel klachten, sommigen hebben zelfs hun abonnement opgezegd.

Ik heb het drie weken aangezien, toen vond ik het welletjes en heb ik hem eruit gegooid.
Maar als ik het goed inschat gaat dat jou niet overkomen.
Ik weet niet precies waarom maar ik heb veel vertrouwen in je.’
Evert, zo heet mijn nieuwe baas, drukt me een routekaart en een adressenlijst in handen en wenst me succes.
Als ik even later weer thuis ben bekijk ik eerst de adressenlijst.
Wat een mazzel!

Een krantenloop in mijn eigen buurt en ik begin ook nog in mijn eigen straat.
Het kan niet beter.
Dan de routekaart: daar heb ik helemaal niks aan, dat zie ik in één oogopslag.
Evert is totaal niet bekend in deze buurt, dat is wel duidelijk.
Ik heb trouwens sowieso geen kaart nodig, die gaat mooi de prullenbak in.
In alle vroegte stap ik de volgende morgen op mijn fiets voor mijn allereerste krantenloop.
Ik heb er zin in.
Eerst de adressen in mijn eigen straat.
Die heb ik binnen de kortste keren gehad, dat is een makkie.
Nu de volgende straat, ik kijk op mijn adressenlijst.
Hè, dat is raar, ik moet weer helemaal terug naar waar ik ben begonnen.
Dat is niet echt handig maar ik heb tijd zat dus wat maakt het ook uit.
Nou, nogal veel want na een uur heb ik nog maar vier straten gehad.
En ik moet er in totaal zo’n twintig doen.
Als een kip zonder kop fiets ik kriskras door mijn eigen buurt.
Ik snap er helemaal niks van, er zit totaal geen systeem in.
Om tien uur heb ik nog niet de helft gedaan.
Ik word er moedeloos van en wat ook niet echt helpt is dat ik op sommige adressen buiten al word opgewacht.
‘Ik dacht dat ik op een ochtendkrant geabonneerd was, maar daar heb ik me zeker in vergist’, bijt een wat oudere man me toe.
‘Het spijt me meneer, morgen heeft u de krant op tijd’, beloof ik.
Het is al bijna donker als de laatste krant in de brievenbus gaat.
Gedesillusioneerd en volledig uitgeteld fiets ik naar huis.
Nog dezelfde avond belt Evert me: ‘Je wordt bedankt!
We kregen vandaag opnieuw een paar opzeggingen.
Ik vraag me af of je de routekaart wel hebt gebruikt.
Hoe dan ook, vanaf morgen doe ik zelf die krantenwijk, er zit niks anders op.
Jou hoef ik in ieder niet meer zien, dat snap je denk ik wel.’
‘Ik snap het maar vind het wel jammer’, zeg ik en ik staar naar de papiersnippers die voor me op tafel liggen. Het zijn de overblijfselen van Evert’s routekaart.
Ik heb ze zojuist uit de prullenbak gevist om te kijken of er nog wat van te maken was.
Dat heeft nu geen zin meer.
De volgende dag op school: ‘Waar was je gisteren’, vraagt Geertruida.
‘Ik heb je gemist, was je ziek?
En gisteren had je toch ook je eerste krantenloop?
‘Klopt en ook m’n laatste, ik ben er niet geschikt voor’, zeg ik.
‘Ik zit er trouwens niet mee, het is toch al niet mijn krant.’
Geertruida vindt het blijkbaar maar zozo: ‘Dan probeer je het toch bij een andere krant.
Volgens mij is er behoorlijk veel vraag naar bezorgers.
Als ik jou was ging ik eens informeren.’
‘Ja dat zou ik best eens kunnen doen’, antwoord ik en stap heel snel over op een ander onderwerp.
Er kwam geen vervolg, het is bij die ene dag gebleven.
Waarom begin ik er dan nu nog over?
Omdat het even nodig is.
Ik vind namelijk dat er wel wat meer waardering voor onze krantenbezorgers mag komen.
Deze mensen staan voor dag en dauw op om in weer en wind voor ons op pad te gaan.
Dankzij hen kunnen wij s’morgens bij de koffie in alle rust ons krantje lezen.
En dat is nog niet alles.
In deze zo langzamerhand volledig dolgedraaide digitale wereld is het de krantenbezorger die ons nog een beetje houvast geeft.
Letterlijk wel te verstaan.
Leve de papieren krant!
Je komt s’ morgens beneden en je plukt hem zo - vers van de pers- uit de brievenbus.
Je kunt de inkt bijna nog ruiken.
En hij wordt gewoon bij je thuis gebracht ,alsof het de gewoonste zaak van de wereld is.
Wat een service!
Daar steekt de digitale krant wel heel erg schril bij af.
Je krant lezen vanaf een schermpje, wat is me dat nou?
Nee, geef mij maar een echte, ouderwetse, ritselende, papieren krant.
En nu ik toch bezig ben, geef mij ook maar een echt boek.
Kick out de e-reader!
En ik kan nog wel even verdergaan: ik wil weer een normale typemachine.
Lekker tikken op zo’n ouderwetse Remington, een potje Tipp-Ex binnen handbereik, dat wil ik.
Of is dit nou allemaal gezeur van een gepensioneerde die het niet meer zo goed kan bijbenen.
Dat zal toch zeker niet

UIT DE KRANT