De deur van de gemeente staat open tijdens de invoering van de Omgevingswet

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
WESTERKWARTIER Gemeente Westerkwartier

WESTERKWARTIER – Vanaf 1 januari gaat de nieuwe Omgevingswet in. In deze wet staat alles met betrekking tot de ruimte waarin we wonen, werken en leven. Maar liefst 26 wetten zijn samengevoegd en gebundeld in deze nieuwe wet. De wet wordt vormgegeven in één digitaal Omgevingsloket. Wethouder Hans Haze ziet het als de grootste wetswijziging ooit. Samen met projectleider Wet kwaliteitsborging voor het bouwen, Jan Jacob Breimer, vertelt hij wat de inwoners van het Westerkwartier kunnen verwachten.

‘We hebben zo’n grote wetsverandering nog niet eerder meegemaakt,’ vertelt wethouder Hans Haze. ‘Het wordt één wet, waar 26 wetten in verbonden zijn. Denk aan bijvoorbeeld een kapvergunning of een bouwvergunning, dat soort regels vallen straks onder de Omgevingswet.’ Maar ook bijvoorbeeld de aanleg van een stadspark of een initiatief voor een duurzaam energiesysteem vallen hier straks onder. Jan Jacob Breimer: ‘De Wabo (Wet algemene bepalingen omgevingsrecht) was al een bundel van verschillende wetten. Nu gaat dat keer factor 5. Alles op het gebied van bestemmingsplannen wordt op kavelniveau bijeengebracht. Een inwoner of ondernemer kan straks met één klik op kavelniveau zien wat er gaande is op dat perceel. Bijvoorbeeld dat er vleermuizen zijn, een hoge grondwaterstand, dat er een beschermde boom staat of een rijksmonument. Die data zijn allemaal opgeslagen. Het ministerie heeft daar het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) voor bedacht. Een digitaal loket waar iedereen snel kan zien wat toegestaan is in die omgeving.’

Zorgen

‘Het DSO is echter ook waar de meeste zorgen vandaan komen,’ legt de wethouder uit. ‘Overheid en ICT is niet altijd een succes. Ik voelde deze zorg ook tijdens de bijeenkomsten die we met ondernemers hebben gehouden over deze wet.’ Breimer: ‘Het feit dat al deze wetten worden gecombineerd maakt het een grote en brede applicatie. Stel dat een inwoner een vraag heeft of met een initiatief komt dat onder deze wet valt, dan komt de inwoner bij het Omgevingsloket terecht. Hier moet de initiatiefnemer erg veel vragen beantwoorden. Ik kan me voorstellen dat wanneer je een boom wilt kappen, je niet weet of er vleermuizen in dat gebied wonen en dat de inwoner op een gegeven moment vastloopt met de vragen.’ Haze: ‘We moeten voorkomen dat het doel de middelen heiligt. Als iemand al zes keer een boom had kunnen kappen, maar langer met formulieren bezig is, kan dit erg vervelend zijn. De gemeente heeft echter op dit gebied weinig invloed. We hebben tijdens de informatiesessie voor bouwondernemers in Tolbert ook veel vragen gekregen die eigenlijk voor Den Haag bestemd waren. Wij hebben immers geen grip op de wetgeving op rijksniveau. Als gemeente krijgen we zo’n 800 à 1000 aanvragen voor vergunningen binnen. Zo’n 95 procent hiervan loopt goed. We zullen in het begin waarschijnlijk zoekende zijn hoe we het in het nieuwe stelsel aan gaan pakken. Er lopen momenteel al verschillende pilots. Maar uiteraard zullen we tegen dingen aan blijven lopen, dit geldt ook voor de ondernemers. We zullen een tijdje ons oude systeem parallel laten lopen aan het nieuwe. Hopelijk kunnen we dit na een jaar weggooien.’ Het plan voor de Omgevingswet ligt al een lange tijd. ‘We hebben ons als organisatie op alle mogelijke manieren voorbereid, laat het maar gebeuren. Wij snappen dat het ingewikkeld gaat zijn en houden graag de deur open. Kom gerust met vragen.’ Breimer: ‘Het is voor 20 procent een wetsverandering, maar voor 80 procent een cultuurverandering.’

WKB

Ondanks de zorgen, ziet de wethouder de verandering positief in. Voornamelijk voor de inwoners zal het beter worden, al voorziet hij wel zorgen voor de ‘kleine’ aannemers. De Omgevingswet houdt namelijk ook in dat er meer toezicht in de bouw komt via de Wkb (Wet kwaliteitsborging voor het bouwen). ‘Tegenwoordig is de gemeente de verlener van de vergunningen. Dat betekent dat zij ook verantwoordelijk is voor het toetsen van de bouwkwaliteit wanneer er gebouwd wordt. De centrale overheid heeft nu gezegd dat dit kwaliteitsonderzoek voor nieuwbouw door een gespecialiseerde, onafhankelijke partij plaats moet vinden. Dat betekent wel dat er nu van de aannemers wordt gevraagd om een sterk dossier te vormen,’ aldus Haze. ‘Ik kan me daardoor voorstellen dat het voor de inwoners een positieve ontwikkeling is, maar dat de kleine aannemers en zzp’ers er meer van zullen vernemen. Het inhuren van zo’n onafhankelijke wkb’er is een nieuwe taak. Grote ondernemers zullen hier adviseurs voor hebben, maar kleinere organisaties niet.’ De gemeente spreekt echter wel over kruissubsidie. Dit betekent dat er subsidie voor de kleinere projecten en ondernemers ter beschikking komt, gefinancierd uit grotere projecten. De verandering brengt ook garantie voor de inwoners met zich mee. Breimer: ‘Als je een televisie koopt, dan heb je hier vaak garantie op. Dat is straks ook zo als je bijvoorbeeld een huis laat bouwen als consument. Als je er binnen een jaar achter komt dat er bijvoorbeeld een raam niet goed is geplaatst, en de wkb’er dit niet gezien heeft, dan heb je garantie. Daarnaast heb je nog 15 jaar constructief garantie.’ Haze: ‘De aannemer wordt dus gedwongen om kwaliteit te leveren. Nu hebben wij het geluk dat de aannemers in onze gemeente echt vakmensen zijn.’

‘Ja, mits’

Een verandering waar Haze en Breimer zeer over te spreken zijn, is de ‘ja, mits’ aanpak. Waar de overheid eerst een houding had van ‘nee, tenzij’, wordt er nu gedacht in ‘ja, mits’. Als een initiatief niet volledig aan de eisen voldoet, spreken we straks in termen van, ‘het kan, mits dit of dat wordt aangepast’. Daarnaast krijgt de gemeente ruimte voor vergunningsvrije regels, waardoor er ook meer toegelaten kan worden. Breimer: ‘Met het omgevingsplan kan de gemeente vergunningsvrije regels zelf bepalen. Als er ergens bijvoorbeeld 150 vierkante meter aan bouwwerken gebouwd mag worden van het Rijk, kan de gemeente dit in haar gebied naar een ander aantal veranderen. Er is dus meer beleidsvrijheid.’ En ruimte om te kijken naar de context van de situatie. ‘Dit komt in ons eigen omgevingsplan, we mogen onze eigen keuzes maken.’ Haze: ‘Dat er meer zeggenschap komt voor de gemeente zie ik als zeer positief. Hoe decentraler, hoe beter naar mijn mening.’ Daarnaast wordt er bij de instelling van de Omgevingswet veel waarde gehecht aan participatie. Haze: ‘De initiatiefnemer van een project wordt in de vragenlijst gevraagd of hij participatie heeft toegepast. Bijvoorbeeld dat hij zijn buurman heeft gevraagd naar zijn mening wanneer hij een boom kapt. Je mag hier gewoon ‘nee’ invullen. Maar als de buren bijvoorbeeld een zaak aanspannen in verband met een zienswijze, sta je er minder goed voor als je aantoont geen participatie te hebben toegepast. Uiteraard kun je het in zo’n zaak altijd aangeven als je gewoon niet met je buren overweg kunt. Het kan natuurlijk zijn dat mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen.’ Breimer geeft een ander voorbeeld. ‘Stel dat de gemeente goedkeuring geeft voor een schuur van 5 meter, maar dat de buurtbewoners zien dat 6 meter ook haalbaar is. Op die manier kan participatie zeer positief uitvallen.’ Haze: ‘Het zal spannend worden, maar ik zie het over het algemeen positief in. Bij vragen kan iedereen terecht bij de gemeente.’ Meer weten over de Omgevingswet? Kijk op de site van de gemeente www.westerkwartier.nl/de-omgevingswet.

UIT DE KRANT