Nog één project en dan stopt Ghana Werkgroep Roden

RODEN - Dit jaar viert de Ghana Werkgroep Roden haar veertigjarig bestaan en dat wordt in het najaar gevierd. Plannen zijn er al, nu alleen nog de uitwerking. Elly Pries en Martha Horlings - twee van de zes bestuursleden van de GWR - kijken er naar uit en delen graag hun verhalen over de diverse projecten. Verhalen die verteld worden met veel passie en liefde voor het vrijwilligerswerk dat zij in al die jaren als Werkgroep hebben neergezet. ‘De projecten die zijn opgestart met behulp van de GWR zijn inmiddels allemaal zelfstandig en kunnen verder gaan zonder onze begeleiding. We willen nog één project opstarten en dit zullen we dan ook in oktober, tijdens onze jubileumviering, delen met iedereen. Het betreft een groot landbouwproject dat we met de bevolking van vijf kleinere dorpjes in noord Ghana gaan opzetten en dat de komende tijd moet voorzien in voedselzekerheid en water. Tegelijkertijd kan het hopelijk mogelijkheden bieden voor inkomen door verkoop. Het plan is om de collega-Stichting Ecologische Landbouw Projecten Ghana - ELPG – daarbij in te schakelen. Zodra dit project goed loopt is de GWR van plan te stoppen met haar activiteiten. ‘ aldus Pries en Horlings.
De GWR bestaat al sinds 1984 en is een werkgroep voor ontwikkelingssamenwerking. De groep staat in rechtstreeks contact met Ghanese ontwikkelingswerkers in het uiterste noorden van Ghana en steunt daar kleinschalige ontwikkelingsprojecten. Horlings is betrokken bij de GWR sinds 1989 en Pries is actief binnen de GWR sinds 2000. ‘De toenmalige gemeente Roden besloot dat ze meer aan ontwikkelingssamenwerking wilden gaan doen.’, vertelt Horlings over het ontstaan van de GWR. ‘Hiervoor werd per inwoner 0,25 cent ter beschikking gesteld. Vanuit dit initiatief ontstond eerst de Werkgroep Ontwikkelingssamenwerking Roden - WOR -. Vanuit de WOR werd gezocht naar een project in een ontwikkelingsland en dat werd Ghana, vooral ook omdat dit land een democratie was en de helft van het geld zou dan naar het project gaan en de andere helft zou gebruikt worden om voorlichting te kunnen gaan geven aan de inwoners van Roden over de noodzaak van ontwikkelingshulp.’
De WOR organiseerde activiteiten en verlotingen, wierf donateurs, zocht naar subsidies en gaf voorlichtingen in de gemeente aan de inwoners over het Ghana Project. De keuze was in de tussentijd gevallen op een project in Noord Ghana. Daar was Franz Zemp, een Zwitserse ontwikkelingswerker, gestart met een land- en bosbouwproject. Er werden allereerst vooral gereedschappen opgestuurd door de WOR. ‘We vonden zelfs een heleboel afgedankte rolstoelen in het gemeentehuis. Die hebben we toen samen met de burgemeester opgeknapt en verstuurd naar Ghana,’ Horlings lacht, ‘maar gaandeweg de projecten kwamen we er achter dat er meer behoefte was aan financiële steun in plaats van goederen,’ vertelt Horlings,’ want er was vooral behoefte aan geld voor projecten.’ En zo geschiedde. Inmiddels hadden ze een nieuw contactpersoon in Ghana gekregen en was Rex Asanga de persoon die hen op de hoogte hield van de lopende projecten en eventueel nieuwe projecten waar de WOR wellicht aan zou willen bijdragen, want dat was wel een vereiste: ‘De projecten moeten zelf worden ingediend bij ons en dan kijken wij of we kunnen bijdragen aan het project,’ vertelt Pries.
In 1994 bestaat de WOR tien jaar en wordt er besloten om de naam te veranderen in Stichting Ghana Werkgroep Roden, omdat alle projecten plaatsvinden in Ghana. Op dat moment zijn er al veel projecten in Ghana begeleid en de werkgroep besluit zich te gaan richten op vrouwenprojecten. ‘Mannen vertrokken vaak naar het zuiden van Ghana om geld te gaan verdienen. De vrouwen bleven dan achter met de kinderen en moesten dus in alles zelfvoorzienend zijn. Vrouwen zijn “het nekje van de samenleving”,’ vertelt Horlings. ‘Er werd besloten om een vrouwencentrum te gaan bouwen in Sumbrungu en voorzieningen te gaan treffen zodat de vrouwen maatschappelijk meer betrokken zouden zijn en zichzelf beter konden redden.’ Het project kreeg financiële middelen vanuit de GWR. Tussentijds werden ze op de hoogte gehouden door hun contactpersoon en inmiddels bleek dat er veel belangstelling was voor het vrouwencentrum vanuit de omgeving. Naast het centrum zouden ze ook aan de slag gaan met graan molens, waterputten et cetera.
Pries vertrekt in 2005 voor het eerst naar Noord Ghana om te zien welke projecten ze tot nu toe hadden vervaardigd als werkgroep en was uiteraard ook vooral benieuwd naar de werkzaamheden rondom het vrouwencentrum. ‘Ik ben samen met mijn man en een aantal vrienden naar Ghana gegaan. Ik had een lijst gemaakt van alle projecten die GWR had ondersteund en we hadden een gids geregeld aldaar die ons zou begeleiden. Toen we daar aankwamen moet ik zeggen dat we warm zijn onthaald, maar we wel eerst moesten bijkomen van de cultuurshock die we ervaarden. Er was zoveel verschil met hoe wij leefden en dan die warmte!’ Ook de aankomst hij het vrouwencentrum was voor de groep best even een schok. ‘Er lag alleen nog maar een fundering, terwijl ze al bijna twee jaar aan het bouwen waren! Er was inmiddels al wel volop activiteit, maar het was dus gewoon niet af. De vele aanmeldingen hadden er, volgens onze contactpersoon, voor gezorgd dat de tekeningen van het gebouw steeds waren uitgebreid. Er moest dus meer geld komen.’ Als Pries terugkeert naar Nederland wordt met de GWR besproken om extra geld voor het vrouwencentrum op te sturen en uiteindelijk wordt het dan ook in 2011 officieel geopend. ‘Ze moeten het nu alleen nog goed gaan onderhouden, want dat is nog weleens een probleem in Ghana,’ vertelt Horlings. Het vrouwencentrum is volop in gebruik inmiddels en wordt benut voor vele doeleinden.
Naast het ondersteunen van de diverse projecten, zoals het oprichten van een fabriekje, bouwen van huisjes en aanleggen van waterpompen, is de GWR ook een microkredieten project gestart een aantal jaren geleden in Sumbrungu. ‘Doordat de mannen niet aanwezig zijn vormen de vrouwen samen vaak hechte groepen. Door de lening die we hen verstrekken kunnen ze bijvoorbeeld trainingen en opleidingen volgen. Hierdoor verdienen ze geld en kunnen dus ook steeds meer in hun eigen behoeften voorzien. Hun status binnen sommige gemeenschappen stijgt hierdoor. Ze hebben een ziektekostenverzekering, betalen schoolgeld voor de kinderen en kunnen hun gezin zelfstandig onderhouden. Het is ook mooi om te zien dat bij enkele projecten waar we langs zijn geweest de mannen zelfs achter de vrouwen zitten en bereid zijn hen te helpen,’ glimlacht Pries.
Naast de subsidies die de GWR ontvangt en de donateurs die ze hebben krijgen ze ook altijd een deel van de opbrengst van de tweede hands boekenmarkt die georganiseerd wordt in Roden. ‘We helpen uiteraard altijd wel mee tijdens de boekenmarkten, maar doen niets in de organisatie.’ Pries is inmiddels drie keer naar Ghana geweest; Horlings heeft dit wegens gezondheidsproblemen nog nooit kunnen doen, maar toch vertelt ook zij alsof ze er al vaker in het land is geweest. ‘De contacten zijn gewoon erg fijn en lopen ook goed. We hebben nog nimmer te maken gehad met bijvoorbeeld fraude.’ Nog één laatste project dus voor de GWR. Ze hopen ongeveer twee jaar, maar: ‘We weten inmiddels hoe het gaat in Ghana met snelheid van aanvragen, certificaten, de bouw et cetera, dus dat zou ook gerust wat langer kunnen duren,’ lachen ze beide. De projecten van de GWR zijn te volgen op hun vernieuwde website: www.ghanawerkgroep.nl