Bij nacht en ontij worden kostuums in elkaar genaaid

Afbeelding
actueel

In een schuur, vlak bij Peize, wordt hard gewerkt. De hoofden van Ria Bieze, Gerda Wieringa zijn gebogen over een naaimachine. Tanja Hommes volgt de stiksels nauwgezet. De drie vrouwen zijn druk in de weer met kostuums klaarmaken. Op 31 augustus schitteren vijf figuranten in hun creaties op de wagen van corsowijk de Korenbloem.

Wanneer de wijk het ontwerp voor de wagen heeft gekozen, wordt vastgesteld hoe de wagen er uit komt te zien. Zo gauw dat helder is, kunnen de dames aan de slag met het ontwerpen van de kostuums. In mei kwamen ze voor het eerst weer bij elkaar, ze werken al jaren samen. “Toen begonnen we met overleggen wat we precies willen doen en wat er op de wagen komt,” legt Ria Bieze uit. Dat begint met zoeken naar plaatjes die als inspiratie dienen. Met dat als startpunt wordt er een eigen draai aan gegeven. “Het ging voor ons niet meteen leven, maar we vonden gelukkig snel een aantal mooie dingen. Daar konden we op verder borduren,” legt Tanja Hommes uit.

De schuur waarin de dames werken is van Hommes. Naast naaiatelier voor het corso is het ook de opslagplaats van haar bedrijf Beauty and Fun. Onderdeel van haar bedrijf is kostuums maken voor allerlei gelegenheden, zoals themafeesten. Honderden, zo niet duizenden, kledingstukken hangen aan grote rekken. Stapels hoeden raken hier en daar het plafond. Tussen de creaties die ze op bestelling maakte staan ook kostuums en hoofddeksels die voor eerdere edities van het corso zijn gemaakt. 

Elke wagen brengt unieke uitdagingen met zich mee voor de kostuums. Dit jaar is het ontwerp dat door De Korenbloem werd gekozen ‘Herfstpoppetjes’, van ontwerper Haiko Meijer. “We hebben bedacht dat een figurant een beukennootjespak krijgt. Maar waar vind je een patroon voor een beukennoot,” vraagt Tanja Hommes zich hardop af. Die is er niet, dus moest het door de kledingmaaksters zelf bedacht worden.

Bezig zijn met vrije en speelse ontwerpen is een van de aspecten die de drie vrouwen aanspreekt aan hun werk voor het corso. “Je kan lekker je fantasie gebruiken, je bent niet altijd met dat serieuze naaien bezig,” legt Ria uit. Ze vervolgt:  “Een muts maken die lijkt op een eikel is iets heel anders dan een broek omzomen.” De andere vrouwen knikken instemmend. De muts in kwestie rust momenteel op een piepschuimen kop.

Wanneer de kostuums klaar zijn, zit het werk van Tanja er nog niet op. Ze is nauw betrokken bij hoe de figuranten op de wagen staan. Het is niet vreemd dat zij deze taak op zich neemt, ze heeft jarenlange ervaring in het theater. “Figuratie is eigenlijk gewoon een stukje toneel. De figuranten moeten zich kunnen inleven, ze spelen een rol. Je kan iemand een prachtig pak aantrekken of geweldig bodypainten, maar als die persoon zich er niet lekker bij voelt of niet weet wat er moet gebeuren dan wordt het niks.”

Wie denkt dat de rol van figurant eenvoudig is en alleen bestaat uit rondgereden worden op een prachtige wagen heeft het mis. “Ze moeten goed ter been zijn, want het is een hele lange dag voor ze. ‘s Morgens vroeg moeten ze al klaar staan, daarna moeten ze in totaal vier kilometer lopen. De ontwerpers bedenken van alles moois, maar de figurant moet het ook voor langere tijd kunnen dragen’,” somt Tanja op. Dan is er nog een heel belangrijke aspect waar de ontwerper en kostuummakers rekening mee moeten houden. Hommes: “De figuranten moeten er van genieten, iedereen doet dit vrijwillig. Het moet voor iedereen wel leuk blijven.”

Ze doet er alles aan om ervoor te zorgen dat niemand zichzelf in de nesten werkt tijdens de optocht. “Ik hou de hele groep bij elkaar. We gaan als groep naar de wagen, alcohol wordt niet gedronken. Als de dag erop zit dan trekken ze hun pak uit, feesten doen ze dan maar in hun eigen kloffie.”

Na de optocht op zaterdag zit de klus er nog niet op, zondag moeten de figuranten opnieuw paraat zijn. Dan staan de wagens opgesteld en kan het publiek ze van dichtbij en in alle rust bewonderen. Hommes: “Ik waarschuw ze: mensen komen op zondag heel dichtbij. Zorg dus dat je kostuum ook dan nog netjes is en ga niet te lang door in de feesttent. Toch komt het weleens voor dat iemand uitglijdt met het kostuum aan, dan is die helemaal naar de gallemiezen. Of dat iemand het zaterdag toch te laat maakt, die vervolgens zo lazarus is dat hij zondag niet meer op de benen kan staan. Er is voor mij geen grotere ergernis.”

Samen maken de drie vrouwen lange dagen, naarmate het corso nadert worden ze steeds langer. “We beginnen met elke woensdagavond, daar komt dan op een gegeven moment een extra avond bij. Zo vlak voor de startdatum komt het voor dat we om 19.00 uur beginnen en tot 1 uur ‘s nachts doorwerken. Dan stappen we de schuur in terwijl het nog licht is, wanneer we naar buiten komen zien we geen hand voor ogen,” vertelt Tanja lachend. 

Een stukje meer erkenning voor het harde werk dat de kostuummakers verzetten zou wat Hommes terecht zijn. “Er zijn heel veel mensen die de kostuums thuis maken, je gaat niet je naaimachine meeslepen naar een stoffige tent. Daardoor zien de meeste mensen er niet zoveel van, sommigen weten nauwelijks waar de kostuums vandaan komen.”

Ondanks dat de dames stevig moeten doorbuffelen om de kostuums af te krijgen hebben ze het uitmuntend naar de zin. “Het corso is geweldig, maar je moet wel een beetje gek zijn om mee te doen,” zegt Tanja. “Absoluut,” vult Ria aan. De vrouwen roepen dan ook iedereen op om zich vooral bij een wijk aan te melden en mee te doen. Tanja: “Je moet wel tegen een geintje kunnen en van geouwehoer houden. De gezelligheid is heel belangrijk. Verder is het mooi om je samen ergens voor in te zetten en je best te doen om het zo mooi mogelijk te maken.” 

Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding
Afbeelding