Natte lente verantwoordelijk voor slechte oogst dahlia’s

De zon schijnt tussen de wolken door. Rijen dahlia’s wiegen zachtjes in een lichte bries. Op het eerste gezicht een idyllisch plaatje, maar de schijn bedriegt. Jan Dussel en Rieks Wietzes kweken voor corsowijk Westend de dahlia’s, die straks op de wagen worden gebruikt. Door zware regenval in de lente is de oogst veel minder dan voorgaande jaren, wat het aankleden van de wagen lastig maakt.
De mannen zitten op plastic stoelen, aan de kant van het veld. Teneergeslagen kijken ze naar de bloemen. “Ik doe dit al veertig jaar, zo erg heb ik het nog nooit meegemaakt,” verzucht Dussel. Wietzes vergelijkt de bloemenoogst van nu met die van vorig jaar. “Ik denk dat we de helft tot tweederde minder dahlia’s hebben dan toen. Vorig jaar hadden we ruim 300 kisten vol bloemen. Dit keer lijkt het op ongeveer 100 kisten uit te komen, dan houdt het wel op.”
Het ontwerp van de wagen is al klaar, als er te weinig bloemen zijn moeten alle zeilen worden bijgezet om de wagen er toch mooi uit te laten zien. “We zullen veel andere materialen moeten toevoegen, zoals koolblad,” legt Jan Dussel uit. “Het is niet anders, je kan niet een wagen die maar half bekleed is de weg op sturen. Toch is het jammer, het corso draait immers om de dahlia.” Wijken hebben gelukkig wel de mogelijkheid om via de bloemencommissie van de stichting die het corso organiseert bij te bestellen. Het is alleen zeer de vraag of er genoeg bloemen te vinden zijn. Door het hele land valt de oogst tegen. “Het is heel slecht, maar we moeten het ermee doen,” verzucht Jan.
De mannen worden niet vrolijk van de situatie, zoveel mag duidelijk zijn. “Ik heb niet staan huilen, maar er zijn wel momenten geweest dat ik naar het veld keek en tranen voelde prikken,” geeft Rieks Wietzes toe. “Het stemt je droevig, het corso is voor mij alles. Je wil alles perfect doen, maar deze situatie valt niks aan te doen”, vult Jan aan. Toch blijven de mannen pragmatisch. Wietzes: “We moeten ermee dealen.”
Naast de rijen dahlia’s van Westend staan de bloemen van de wijk Rond de Wieken. André Ensing is betrokken bij de teelt van deze dahlia’s, hij komt toevallig langs om poolshoogte te nemen. “Hoe zou jij de situatie omschrijven,” vraagt Jan hem wanneer Ensing op hoorafstand is. “Huilen met de pet op,” antwoordt die gelijk. Hij legt verder uit dat het lapje grond waar zijn wijk de bloemen vandaan moet halen helemaal zwaar getroffen is. Een deel is al omgeploegd, er wilde niks opkomen. “Helemaal tragisch is dat er een dahlia naar me vernoemd is toen ik stopte als voorzitter van de stichting. Die zijn allemaal verzopen.”
De bloemen kunnen een week in de koeling goed blijven, het liefst worden ze pas een dag voordat ze op de wagen worden bevestigd geplukt. Er is dus nog enige tijd te gaan, de mannen zijn dan ook bevreesd voor noodweer. “Een paar dagen geleden was er een stortbui die heel de stad Groningen blank zette. Die heeft ons net gemist, maar als er zoiets nu overheen komt, dan blijft er niks van de bloemen over. Helemaal als er hagel bij komt,” zegt Dussel. Voor Rieks Wietzes is het reden genoeg om niet zo vaak meer naar het veld te gaan als voorheen. “Vorig jaar zat ik heel regelmatig naast het veld, gewoon om te ontspannen. Nu ben ik er minder. Ondanks dat ik er niks aan kan ergert het me.”
Zelfs als het weer goed blijft tot de dahlia’s geoogst kunnen worden, zijn de problemen voor de corsowijken niet geweken. De dahlia’s ontwikkelen namelijk knollen, die worden uit de grond gehaald en het volgende jaar opnieuw gepoot. Doordat de planten niet goed hebben kunnen groeien hebben ze geen fatsoenlijke knollen ontwikkeld. Ensing demonstreert het door een iel dahliaplantje uit de grond te trekken. “Kijk, er zit niks aan.” Er is inderdaad geen bol te bespeuren, slechts een paar sprietige worteltjes. Om een fatsoenlijke oogst te garanderen zullen de wijken volgend jaar dus in de buidel moeten tasten om voldoende bollen te hebben die ze kunnen planten.
“Van één slecht jaar als dit heb je al genoeg zorgen. Als het twee of drie jaar achter elkaar gebeurt, dan heb je er geen lol meer in,” zegt Rieks Wietzes somber.

