Kleine nacht avonturiers

Afgelopen winter zou ik een stoofpot maken. Toen ik een ui uit de voorraad pakte, bleken er knaagsporen in de ui te staan. En de aardappels ernaast hadden vergelijkbare knaagsporen. Ook de zak vogelvoer bleek onder handen, ik bedoel tanden, genomen. Die avond heb ik mijn cameraval op een strategische plek geplaatst. De volgende ochtend zag ik een klein, harig bolletje met ondeugende glimmende kraaloogjes, een staartje en lange snorharen door het beeld lopen. Het bleek een bosmuisje te zijn. Die zagen we niet in huis toen we nog een kat hadden. Nou ja, alleen dood voor de garagedeur.
Bosmuisjes zijn dappere diertjes. Ze leven in bossen, tuinen en weilanden. Het zijn meesters in het ontwijken van gevaar en echte acrobaten. Met zijn lange achterpoten kan hij verrassend hoog springen. Dat bleek wel toen ik een emmer had omgebouwd tot muizenval. Internet staat overigens vol met prachtige voorbeeldvallen. De volgende ochtend was het lokvoer op en de muis verdwenen. Toen heb ik een live-trap muizenval gekocht en daarmee heb ik ze levend gevangen. Ze? Ja want het bleek een hele familie te zijn die mijn garage als woonplek had gevonden. Een paar kilometer verderop heb ik ze weer losgelaten in een bosrijke omgeving.
Zijn sprongkunsten, tot wel 50 centimeter hoog, helpen hem om snel te ontsnappen aan roofdieren zoals uilen, vossen, marters en katten. Daarnaast is hij een snelle graver. Hij maakt ondergrondse gangenstelsels waar hij veilig kan slapen en zijn voedsel kan bewaren. Dit knaagdiertje eet zaden, noten, insecten, slakken, kevers, paddenstoelen en is blijkbaar ook niet vies van uien en aardappelen.
Bosmuizen zijn vooral ‘s nachts actief. Overdag verschuilen ze zich in holletjes, tussen boomwortels of onder bladeren. Maar zodra de schemering valt, gaan ze op pad. Ze zoeken voedsel en gebruiken hun fijne snorharen om de weg te vinden in het donker. Hun grote ogen helpen hen ook om beter te zien bij weinig licht.
Bosmuizen zijn slim en vindingrijk. Ze kunnen goed onthouden waar voedsel (verstopt) ligt en bouwen geheime voorraadkamers. Dit doen ze vooral in de herfst, zodat ze in de winter genoeg te eten hebben. Ze houden geen winterslaap, dus ze moeten slim zijn om te overleven. Soms verstoppen ze hun eten in boomholtes of tussen stenen. Of, zoals bleek, in de lade van onze garagekast.
Soms hoor ik wat geritsel in onze tuin. Dan scharrelt er zo’n mooi bosmuisje door de tuin. Ze komen ook af op vogelvoer of gevallen noten. Wil je ze helpen? Zorg dan voor een rommelhoekje met bladeren en takken. Zo geef je ze een veilige schuilplek. Maar let op: bosmuizen zijn wilde dieren. Ze houden niet van drukte en willen graag hun vrijheid behouden. Stop ze dus niet in een kooitje.
Hoewel muizen vaak als plaagdieren worden gezien, spelen ze best een belangrijke rol in de natuur. Ze zorgen voor de verspreiding van zaden en zijn zelf een voedselbron voor andere dieren. Zonder muizen zouden veel dieren honger lijden.
Zo klein als hij is, speelt de bosmuis zeker een rol in het bos. Hij helpt mee aan de verspreiding van zaden, doordat hij soms vergeet waar hij zijn voedsel heeft verstopt. Zo groeien er nieuwe planten en bomen. Daarnaast is hij zelf een belangrijke prooi voor uilen, vossen en marters en roofvogels. Zonder de bosmuis zou het bos er anders uitzien. Terwijl hij snel tussen de bladeren verdwijnt, blijft een zacht geritsel achter.
Andre Brasse – Puur Natuur - feb. 2025
