Noordenvelder Menno Jacobs

RODEN – In de wekelijkse rubriek 'Noordenvelders' maken we kennis met bijzondere inwoners uit onze gemeente. Mensen met een verhaal, een passie of een opmerkelijke wending in hun leven. Deze week spreken we met Menno Jacobs (61) uit Roden. Hij groeide op in een muzikaal gezin in Groningen, maar vond zijn eigen ritme op zee. Tegenwoordig is hij docent op de zeevaartschool in Delfzijl en bracht hij onlangs zijn boek 'Trein zonder bestemming' uit: een openhartige bundeling verhalen over het leven op zee, de dynamiek voor de klas en de diepere lagen van het menszijn.
Wie met Menno in gesprek raakt, proeft direct de nuchterheid van een zeeman en de passie van een verteller. Een maritieme carrière lag allerminst voor de hand toen hij jong was. ''In ons gezin waren geen zeevaarders, mijn vader was muzikant bij het NFO, het huidige Noord-Nederlands orkest.''
De liefde voor het water ontstond dicht bij huis, op de grote hooipraam (is een historisch type platbodemschuit, specifiek ontworpen voor het vervoeren van hooi, vee of andere agrarische producten in de 19e en vroege 20e eeuw) van zijn vader. Tijdens die tochtjes in de buitenlucht werd een zaadje geplant. ''Als we dan op de Waddenzee kwamen, vond ik het opeens prachtig. Ik wou navigeren en sturen en alleen maar op het water zijn.''
Lange tijd dacht Menno dat de zeevaartschool ver buiten zijn bereik lag. ''Dat ik als gewone sterveling ook naar zee zou kunnen, had ik nooit gedacht.'' Toch zette hij door, haalde zijn papieren en belandde hij na jaren in de kustvaart uiteindelijk in het zware werk van de offshore en baggerindustrie.
Toen zijn gezondheid haperde door slaapapneu, moest het roer drastisch om. Hij was gedwongen te stoppen met varen. Precies op dat onzekere moment kwam de zeevaartschool op zijn pad. ''Ik zat op een site te kijken terwijl we in de auto terug zaten van de dokter en daar stond bovenaan: met spoed een docent gezocht voor nautische vakken. Op maandag las ik het, op dinsdag zou ik eigenlijk naar Mexico vliegen om weer te gaan baggeren.''
Hij aarzelde niet, belde zijn baas, regelde een vervanger en solliciteerde. ''Donderdags hoorde ik dat ik mocht komen en de dinsdag erop stond ik voor de klas. Ik wist absoluut niet wat me te wachten stond. Ik werd letterlijk het lokaal binnen gedrukt: Alsjeblieft, ga maar les geven, succes he!'' Hij moest de leerlingen vragen wat de lesstof was, maar gelukkig wist hij waar hij het over had door zijn jaren ervaring op zee.
De overstap naar het theorie-lokaal was groot, maar Menno ontdekte snel dat zijn ware kracht lag in het oprechte contact met studenten. In zijn boek beschrijft hij hoe hij leerde om door de harde façade van een 'lastige' jongen heen te kijken; een student die door het team als irritant werd bestempeld. ''Ik heb als zeeman tegen toekomstige zeeman gezegd: Niemand is graag de lul, waarom doe jij dat dan wel? Toen kwam er een heel verhaal uit en begrepen we elkaar beter.''
Die oordeelvrije en menselijke benadering vormt de rode draad in zijn levenswerk, waar hij tien jaar lang aan schreef. ''Ik schreef eigenlijk alleen voor mezelf.'' Het was voor hem pure ontspanning. ''Dan zit ik lekker achter mijn laptop op schoot en het komt gewoon, het is ook nooit af eigenlijk; op een geven moment moest ik ook zeggen, nu is het klaar.''
De titel van het boek, Trein zonder bestemming, behoudt lang zijn mysterie. Pas in het laatste, zeer persoonlijke hoofdstuk over een droom waarin hij zijn overleden vader in een trein ontmoet, valt het kwartje. ''De droom was een confrontatie met mezelf, wat een mooie afsluiting was van het boek dacht ik.'' De door AI ontworpen cover toont een man die sprekend op zijn vader lijkt. ''Ik hoor van best veel mensen dat ze de titel pas snapte nadat ze het laatste hoofdstuk hadden gelezen.''
Die treinreis staat voor Menno óók symbool voor het onderwijs: een boeiende reis naar een bestemming die vooraf nog onbekend is. Of we meer verhalen kunnen verwachten? Hij lacht breed. ''Ik denk het wel, ik hoorde al mensen vragen of er een deel twee komt, er zijn nog genoeg verhalen om te vertellen.''
Toch ziet hij zichzelf over tien jaar niet meer in het klaslokaal staan. ''Dan ben ik 72 en zie ik mezelf op mijn eigen boot, met mijn vrouw ergens op de wereld waar we dan willen zijn.'' Tot die tijd hoopt hij met zijn boek te inspireren tot meer compassie: ''Mensen staan heel gauw klaar met een oordeel, terwijl die zelden kloppen. We moeten meer naar elkaar luisteren en kijken naar het verhaal achter de mens.''