Zo ontzettend geel, maar in Italië even niet

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Ik heb sinds kort een grote fascinatie voor de DISC-kleuren. Voor wie dit niet kent: het is een typering van de verschillende persoonlijkheden. Eenmaal verdiept in een luisterboek over deze kleuren – waarvan overigens ook geregeld een heel deel me ontgaat tijdens het hondenlopen -, kan ik sindsdien niemand meer zonder de ‘kleuren-bril’ op bekijken. Zo herken ik om me heen ineens de ‘groenen’ en blijk ik overduidelijk veel geel in mijn persoonlijkheid te hebben. Bizar om jezelf beschreven te horen middels zinnen als ‘door een constante drang naar nieuwe prikkels kunnen ze projecten onafgemaakt laten liggen’. Inderdaad; wie ons thuis bekijkt, treft onze geelheid in volle glorie aan. Zelden maken wij iets van de 88 plannen af, die ik – dat boetekleed trek ik graag aan – graag bedenk en manlief enthousiast begint uit te voeren. Dat resulteert in kamers zonder plinten, een trap die nooit geschilderd werd, een voortuin waar al jaren een gat in zit en een aantal kastje die we zelf gewrapt hebben, op eentje na. Zou u hier gek van worden? Dat is dan weer het leuke aan dat gele: hier hebben wij totaal geen last van. Vol plezier en enthousiasme storten we ons gewoon op iets nieuws zonder ons te storen aan hetgeen we niet afmaken. Wonderlijk genoeg kunnen wij in het zakelijk leven wel goed afronden. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de kleur rood die ook overdadig aanwezig is in onze persoonlijkheid. Onlangs werden we door iemand erop gewezen hoe een pittige combi onze persoonlijkheden laten zien en hoe dat best weleens lastig voor anderen kan zijn om te volgen. ‘Moet je nagaan wat voor kinderen wij maken’, reageerde ik lachend. Verbaal sterk ook een vinkje. Die drang naar variatie en nieuwigheid, die is duidelijk aanwezig, maar ik doe het geregeld ook heel goed op structuur en duidelijkheid. En heel soms zelfs gaan wij juist het beste op prikkelarm en saai. Zo vieren wij onze zomervakantie al járen op dezelfde plek. Hetzelfde dorpje, hetzelfde hotel, dezelfde plek op het strand – altijd vooraan. Zodra we de auto weer voorrijden, komt de uitbater van de strandkiosk ons weer begroeten en de – nog altijd geen Engels sprekende – familie die het strand uitbaat, noemt ons ‘famiglia dicembre’, aangezien wij trouw in december die plek op de eerste rij al vastleggen. Inmiddels kennen we iedereen in het hotel van eigenaren tot personeel, maar ook veel vaste gasten. En wonderlijk genoeg zitten daar veel meer van die malloten tussen die maar terug blijven komen. Soms probeert één van ons het eens ergens anders, om vaak de vakantie aldaar af te breken en met hangende pootjes naar het vaste stekje te bellen of er tóch nog plek is. En natuurlijk wordt daar plek voor gemaakt. Met dank aan social media weten die malloten elkaar ook buiten het seizoen om ook te vinden, al is dat minimaal. We pakken die draad wel weer in Italië op. Tot die laatste weken. ‘Wanneer gaan jullie?’ rolde mijn inbox binnen van de een. De ander meldde dat het nog 100 nachtjes was en een derde had ook de eerste rij op het strand alweer geboekt. Nog even aftellen en dan gaan we weer. Zo heerlijk saai weer naar hetzelfde dorpje, zelfde hotel en zelfde strand.

UIT DE KRANT