Mister Lampenkap

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
column Maria maria's mooie mensen

Heel rustig van aard is onze hond Nero niet. Zoals de dierenarts het verwoordt: het is een hond die altijd aan staat. Dit wekt misschien onterecht de illusie dat hij de hele dag om me heen stuitert. Over het algemeen maak je hem vooral niet blijer dan dat hij bij ons in de buurt mag zijn en dat betekent ook: slapen met zijn kop op mijn voeten, zich achter mij op een eetkamerstoel persen of tussen de dames in op de bank liggen. Elke zomer brengt hij drie weken door in een pension. Aangezien hij gek op andere honden is en enorm speels van aard, is dit een soort walhalla waarin hij drie weken lang mag spelen, spelen en spelen. Dat doet hij dan ook, zo erg zelfs dat ze hem dit keer te moe vonden worden en hem in een rustigere groep hebben gezet (lees: zonder van die types zoals hem zelf, dus zonder labradormixjes en boxers). Eenmaal terug slaapt hij gegarandeerd drie dagen en dan is hij weer de actieve en aanwezige Nero die we kennen. Dit jaar kwam hij terug met een klein plekje op zijn poot. Niks bijzonders, maar meneer maakte hier wel iets bijzonders van door er maar niet vanaf te blijven. Wat begon als een dubbeltje – oh wat word ik toch oud – eindigde ter grootte van een twee euro munt. De dierenarts zag maar één oplossing; ‘dit soort honden wat altijd aan staat, kán hier niet vanaf blijven’, dus aanpakken maar. Meneer moest het een ochtendje zonder brokken stellen – oh zo lastig voor een hondje dat echt leeft voor die brokken – en ging onder het mes. Nou hadden manlief en ik één angst: zo’n kap om zijn kop wordt helemaal niks met zo´n lompe en drukke hond. Gelukkig kon hij ook prima in een pakje en hoefden we ons geen zorgen te maken. Tot we hem weer ophaalden. Mét kap. Het pakje bleek nét niet ver genoeg te komen om het wondje goed te bedekken. En waar andere honden na zo’n narcose misschien wel klaar zijn met de dag, zat die van ons alweer blij kwispelend op ons te wachten. Hij straalde erover met zijn ‘kappie’, alsof hij trots wilde zeggen: ‘zie mij dit eens goed doen’. Van dat plezier was eenmaal thuis weinig over. Nero snapte simpelweg vrij weinig van zijn eigen omvang. Binnen tien minuten zat hij vast achter een stoel, schoof zo een stapel leesvoer van tafel en het lukte hem niet om op de bank te klimmen, want ja: díe kap. Op mijn hakken lopen werd een stuk lastiger, maar vooral pijnlijker voor mij, want hij drukt zonder pardon die harde plastic rand in mijn benen. Omdat we het oh zo zielig vonden, probeerden we hem in het oog te houden en soms een momentje zonder te gunnen. Tot de dierenarts ons berispend tot de orde riep: deze hond staat dus altijd aan, die kán er niet vanaf blijven. Hij heeft gelijk. Mister Lampenkap it is. Nu tot het écht helemaal klaar is. De omgegooide spullen en momenten van ‘red mij’ nemen we maar voor lief.

UIT DE KRANT