Pak de bingokaart er maar bij

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Oudste dochterlief en ik hebben een eigen bingokaart gemaakt voor de avonturen die zij onderweg tussen thuis en school meemaakt. Sinds dit schooljaar gaat zij naar een middelbare school in de stad en de 14 kilometer tussen thuis en school worden afwisselend met bus of fiets afgelegd. Toen zij onlangs een nieuwe telefoon nodig had, kwamen we tot de conclusie dat zij vaker voor het laatste vervoersmiddel zal moeten kiezen. Totaal overbodig wilde mevrouw namelijk per se een roze versie van het mobieltje – iets wat je volgens manlief en mij ook kan oplossen met een roze hoesje – en het bedrag dat we hierdoor extra moesten uitgeven, zal ze moeten compenseren met extra fietsmeters. Zelf dacht ze het wel af te kopen met extra lief te zijn voor haar zusjes, maar met een resolute ‘je moet altijd lief zijn voor je zusjes’ schoof ik dat bod aan de kant. Fietsen dus, maar onmensen zijn we niet, dus met het winterse weer was het vooral de bus. Op de bingolijst prijkt menig variatie van het korte ritje van slechts 18 minuten. Bussen die kapotgaan onderweg, een lege accu hebben en een bus die ging spookrijden langs een file. Allemaal een check. Ook niet kunnen inchecken en daardoor óf illegaal meereizen – ‘ik moest toch wat mama’- óf gratis mee mogen – ‘de buschauffeur vond het zielig voor me’. En van dit alles word ik nauwgezet op de hoogte gehouden, dus mijn app maakt geregeld overuren. ‘Dit ga je al helemaal niet geloven’, springt er dan in beeld en ik weet dat de bingokaart er weer bij kan. Ook vergat ze al eens op het knopje te drukken, liet ze haar sleutel naast de fiets liggen en lag die er wonderlijk genoeg ’s middags bij terugkomst nog steeds én kreeg ze haar fiets een keer niet meer uit het rek, omdat ze de band iets te stevig had aangeduwd. Onderweg op de fiets vond ze al eens een loslopende hond en een aangereden hert. Voor dat laatste belde ik na een paniekerige update van haar de dierenambulance die het best op gingen halen. Ze kwam ook al eens thuis met drie planten onder één arm – stonden gratis langs de kant van de weg. Verder kent ze inmiddels alle paarden onderweg – je bent een paardenmeisje of niet –en riep ze ook eens naar de ezel die ze elke dag voorbijfietst, en meende de boer die net het weiland inliep dat ze hem uitschold voor ezel. Afgelopen week reed ze achter iemand die aangereden werd. Dit keer geen appjes onderweg, maar ze vertelde het koeltjes toen ze thuiskwam. ‘En je hebt ook geholpen?’ vraag ik verschrikt als ze in geuren en kleuren details uit de doeken doet. Zelf kan ik niet tegen bloed en val ik bij het minste of geringste flauw, dus bij ongelukken heb je niks aan mij. Maar ja hoor, koelbloedig was ze afgestapt, had geholpen de vrouw te kalmeren en gekeken of ze wat kon doen. ‘Je mocht me wel even bellen hoor’, zeg ik geschrokken. ‘Ach, ik heb al zoveel meegemaakt, het ging goed hoor, mama.’

UIT DE KRANT