Slapeloze nachten

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

‘Je zou nu maar een dochter hebben. Ik zou geen oog meer dichtdoen.’ Afgelopen week had ik een afspraak op kantoor toen dit op tafel kwam. Ik vertelde mijn gesprekspartner dat ik er zelfs drie heb. Vakkundig somde hij op wat er allemaal kon gebeuren met mijn meisjes die nu nog maar 8 en 10 jaar zijn. Maar die zich ook met hun 8 en 10 jaar al heel wat voelen. En met die 8 en 10 jaar steeds meer zelfstandig de wereld ontdekken. Eentje claimt zelfs dat ze met 10 jaar geboren is en dus eigenlijk al 18 jaar is. Haar grootste droom – autorijden – is dus al binnen handbereik. Koken, dat staat op het dromenlijstje met stip op twee, moet in elk geval prima lukken. De oudste wordt ‘bijna elf’ zoals ze zelf graag verkondigd en merkte afgelopen zomer hoe de online wereld ook ineens kan veranderen in een onaangename plek. Hoe een enkele zin op whats app een eigen leven kan gaan leiden en hoeveel makkelijker het is onaardig te doen vanachter een scherm. Lessen die ze helaas in de wereld van vandaag wel moeten leren. ‘Kwetsbaar, dat waren de meisjes ook vijftig jaar geleden al’, vertelde mijn gesprekspartner. ‘Mijn vrouw deed toen al geen oog dicht’, voegde hij er lachend aan toe. Ik lachte als een boer met kiespijn, me de slapeloze nachten van een weekje eerder nog goed herinnerend. Oudste dochterlief ging een weekje op ponykamp en zou daarmee vier nachten in een koude stal slapen. Leuk voor de paardenliefhebber die zij is, iets minder voor de moeder in mij die maar wat graag elke avond nog even in de bedden bij haar slapende dochters gluurt. Ook nu ze tien is, stemt het me intens gelukkig te zien hoe ze ontspannen en tevreden in haar eigen bed slaapt. Bij de tweelingdames tel ik nog altijd mijn zegeningen; die sliepen bijna vier jaar ontzettend slecht en zelfs nu nog heb ik de neiging bij elke goede nacht de vlag uit te steken. Maar goed, voor ik te zoetsappig wordt; dat ponykamp kostte al slaap vóór ze weg was. Op van zenuwen spookte zij rond die laatste nacht en als moeder spook ik dan altijd gezellig mee. Van die momenten dat die navelstreng toch niet goed doorgeknipt lijkt. Vermoeid maar vol goede zin ging ze heen. We spraken af dat ze elke dag één keer zou bellen. Dag één werd er uiteraard niet gebeld. De nacht die volgde deed ik geen oog dicht. Dag twee die volgde was dus niet de beste. En: er werd weer niet gebeld. Manlief en ik doken er vroeg in, die twee gebroken nachten hadden hun tol geëist. Geen idee hoe we de slapeloze nachten van de tweeling overleefd hebben al die jaren terug. Om middernacht ging de telefoon. ‘Mama, kom je me halen?’ Tien minuten later zat mijn meisje naast me op bed. Ze was vooral op. Het was er koud, het luchtbed lag niet heel fijn en ze durfde in het donker niet de stal uit om te gaan plassen. Een goede nacht later concludeerde ze dat ze niet bang was weer heimwee te krijgen. En dat kamperen niet echt haar ding is. Ik telde mijn zegeningen, keek elke avond even weer in haar slaapkamer en liet de slapeloze nachten weer achter me. Voor nu in elk geval.

UIT DE KRANT