‘Zeg, hoe ver ben je met Für Elise?’

Oudste dochterlief heeft een bijzonder brein. Eentje met een grote honger. Als school niet voldoet, zoekt ze na school naar mogelijkheden. Het liefst veel. Zo leert ze momenteel niet gewoon Engels, maar kiest voor Engels-Italiaans om twee talen tegelijk tot zich te kunnen nemen. Ook heeft ze zich voorgenomen om piano te leren spelen en weet ze dan binnen twee dagen al hele prima liedjes te laten horen. Haar grote doel is niet Vader Jakob of één of andere popsong, maar Für Elise. Onze tafel ligt aan haar kant elke week weer vol met allerlei projectjes. Ze heeft ook nog eens handige handjes en zo wordt er van alles gecreëerd. Ze kan naaien met de naaimachine en is erg goed in macramé. Haar honger dreef haar naar de computer en door het programmeren onder de knie te krijgen, wist ze een eigen webshop te lanceren waar al die projectjes verkocht worden. Haar brein ging lekker verder en zo zette ze een marketingcampagne op waar menigeen ‘u’ tegen zegt. Ook op schaken gaat ze goed. Vorige week nog haalde ik haar op van de wekelijkse les en kon ik haar niet vinden. Ze bleek in een aparte ruimte met vier lange puberslungels nog een potje te doen. Drie ervan keken geamuseerd toe hoe ze probeerde de laatste van deze heren te verslaan. Dat lukte (nog) niet. Maar haar brein kennende, zal dat moment vast nog komen. Soms voel ik me zo’n opscheppende moeder als ik over haar vertel, tot ik op dit soort momenten mijn dochter van een afstandje aanschouw en zie dat hier niks overdreven wordt; dit is gewoon wie ze is. Dat brein van haar heeft ook nadelen. Als ze niet genoeg uitgedaagd wordt, wordt ze ‘vervelend’. Zolang ze zelf maar blijft zoeken naar nieuwe mogelijkheden, is ze goed te doen qua humeur, maar in de periodes van honger wil ze zich nog weleens fixeren op verkeerde zaken. Zo ontwikkelde ze jaren terug een gek kuchje en hoorden manlief en ik elke minuut een ‘uhm’. Inmiddels denken we niet meer aan bronchitis bij dit soort gekke kuchjes, maar weten we dat het brein verveeld is. De laatste tijd lijkt ze een fascinatie voor bevallingen te ontwikkelen. Zelf wilde ik op haar leeftijd ook het allerliefst vroedvrouw worden, dus misschien is dit een gevalletje zo moeder, zo dochter. Haar fascinatie richt zich momenteel niet op die kant van het bed, maar op degene die erin ligt. Want zelf bevallen, dáár ziet ze nu al zo tegenop dat ze uitwegen aan het zoeken is. En dat brein van haar, is dáár dan weer heel goed in. Ze laat geen moment dat we met zijn tweeën zijn onbenut om mij vragen te stellen en plannetjes te lanceren. Is het een idee om iemand in te huren om voor haar te bevallen? Of zal ze gewoon een kind adopteren? Ze heeft zelfs al even gekeken wat het laatste zou kosten en haar twijfels hierover bij mij geuit. Ik weet dat er vanzelf weer een nieuw ‘project’ komt wat haar brein weer bezig gaat houden. ‘Zeg, hoe ver ben je met Für Elise?’ is mijn standaard antwoord tegenwoordig en dat is voor nu een schot in de roos. Op naar het volgende projectje.



