Een zieke hond, erger wordt het niet

Een ziek kind; er is weinig vervelender. Het is én ontzettend vervelend te zien dat een kind zich zo belabberd voelt én het komt nooit gelegen. Agenda’s moeten leeggeschoven worden en afspraken verzet als opeens niet iedereen naar school gaat. Afgelopen week was er eentje die volledig opgaf. Gebukt onder koorts kwam ze niet verder dan de bank. Eén dag lukte het manlief en mij om afwisselend thuis te werken, een andere dag moesten we een beroep doen op oma. Daarmee is het niet echt opgelost, want oh, wat is het vervelend een ziek kind achter te laten. Me een hele slechte moeder voelend, racete ik naar kantoor waar ik me stellig voornam om met maximaal 1,5 uur weer terug naar huis te gaan, wat uiteraard jammerlijk mislukte. Eén ding is nog erger dan een ziek kind: een zieke hond. Onze Nero is er eentje van gepantserd staal. Eentje die altijd barst van de energie, altijd kwispelend vooraan staat als we weggaan en zich zeker niet door een regenbuitje laat tegenhouden als hij mag lopen. Afgelopen week echter kwijnde hij langzaam maar zeker weg. In plaats van irritant te doen tijdens onze vergaderingen, wilde hij alleen maar een knuffel. Hij is ondanks zijn 37 kilo nog altijd mijn grote baby. Zelf heeft hij absoluut geen weet van zijn grootte of gewicht en kruipt hij nog geregeld op schoot. Ook de katten moeten er wel eens aan geloven als hij met zijn lompe lijf lief denkt te zijn en ze half plet in een enthousiaste knuffel. Maar afgelopen week dus, begon hij net als één van onze dames steeds een beetje zieker te worden. Zij knapte na twee dagen weer hard op, maar mijn grote harige baby zakte steeds verder weg. Toen hij zelfs zijn brokken liet staan – normale tijd van wegschrokken is gemiddeld 5 seconden – was de maat voor mij vol. Ondanks medicijnen sliep hij niet meer, werd er niet gekwispeld en werden koekjes genegeerd. Ik stuurde manlief naar de dierenarts die nog niet bezorgd was, maar ik dacht er anders over. ‘Ik zei al: ik verwacht dat ik thuis moppers krijg’, pareerde manlief al mijn zorgen tot we een uurtje of vier later alsnog voor de tweede keer die dag richting dierenarts reden. Om een sterke en veel te enthousiaste hond zo te zien wegkwijnen, voelde echt niet goed. Met extra pijnstilling zagen we onze vriend eindelijk weer wat tot rust komen en met héle kleine stapjes leek hij wat vooruit te gaan. Inmiddels slaapt hij weer als een os op zijn rug en is hij weer zo blij als hij me ’s ochtends voor het eerst ziet dat hij enthousiast om me heen springt. Zijn bak met brokken gaat alweer in een seconde of tien naar binnen en ik zag hem weer schooien bij het ontbijt van de dames. Nog altijd is hij een schim van de energieke hond die ik normaal de hele dag om me heen heb drentelen, maar hij lijkt op de goede weg. Waar onze zieke dame al lang weer naar school gaat, hou ik mijn baby nog maar even dicht bij me. Nee, zo’n zieke hond, dát is pas echt vervelend.



