Slaap lekker

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Maria’s Mooie Mensen maria's mooie mensen

Slaap. Oh zo normaal en vanzelfsprekend totdat het niet meer lukt. Nou ben ik gezegend met over het algemeen een makkelijk slaapritme. Eentje van het credo: zodra mijn hoofd het kussen raakt, ben ik weg. De periode waarin onze tweeling slecht sliep, laat ik hierbij even buiten beschouwing. Met kinderen is het wel echt zo dat je er zoveel voor terugkrijgt – en dat roepen we in ons huishouden dan ook geregeld schekscherend – en dat je toch vooral de mooie momenten onthoud. Vergeten zijn manlief en ik geenszins die wanhopige nachten dat we om en om wakker gehuild werden door onze jongste dochters, maar bijgeslapen zijn we inmiddels echt wel. Behalve momenteel dan, want iedereen zal het herkennen, soms zijn er van die periodes dat het even niet lukt. Dat je hoofd wel dat kussen raakt en je ook wel moe genoeg bent om weg te zijn, maar al die wissewasjes in het hoofd toch weer winnen. In mijn geval gaat dat alle kanten op. De broodjes die de volgende ochtend gesmeerd moeten worden en de was die hoognodig gedraaid moeten worden schieten voorbij, gevolgd door volledige gecompliceerde oplossingen voor grote vraagstukken zoals de winstgevend van ons bedrijf en zelfs de problemen in de wereld. Op de één of andere manier kan ik zo piekerend in bed ook heel chagrijnig worden en verval ik in gemopper in mezelf op de kinderen die weer eens te weinig opruimen of manlief die naar mijn idee daar geen oog voor heeft. En hoewel het stervenskoud is in onze slaapkamer begint dan ook het zweten en woelen. En als je op dat punt komt, dan weet je al: ik ben verloren. De verbetenheid in mij begint dan vervolgens een innerlijke strijd te voeren met dat gevoel. Hoezo verloren? Daar doe ik toch zeker niet aan. Ik begin dan verwoed mijn lichaam voor de gek te houden met pogingen tot rustige ademhalingen. Als een ware sjamaan probeer ik de mantra ‘adem in, adem uit’ door mijn hoofd te laten gaan. ‘Laat alle vervelende gedachten naar de achtergrond verdwijnen’ galmt het ergens en als het even kan fantaseer ik er klankschalen aan het hoofd van het bed bij. Tot ik me ook daaraan ga irriteren en me maar weer eens omdraai. Oh, die nachten die maar niet op gang willen komen, die zijn maar wat lastig voor me. Wonderlijk genoeg komt er toch altijd dat moment dat je weg begint te vallen. Heel soms, signaleer ik dat gevoel te bewust en als ik al cheerleadend voor mezelf daar innig tevreden mee ben, kan ik dat proces nog wel eens verstoren en toch weer wakker eindigen. Meestal echter, is het dan toch die wekker die me de volgende dag weer stoort. Het gekke is; eenmaal onder de douche vind ik die discussies die ik de vorige avond in mijn hoofd gevoerd heb dikke onzin, lijkt het gemopper op mijn huisgenoten totaal overbodig en neem ik me stellig voor de volgende nacht gewoon direct te gaan slapen. Moet dat alleen nog wel even lukken.

UIT DE KRANT