‘Basketbal is een teamsport, (maar wel) voor individualisten’

NIEUW-RODEN - Ze kijken uit op uitgestrekte velden en hebben de biodiversiteit in hun omgeving zeer hoog zitten. Hans Metselaar en zijn vrouw Klaaske, genieten onder de overkapping naast hun huis, van de eerste zonnestralen die ochtend en een bakje koffie. ‘We hebben hier ook de hele winter, ‘s ochtends ons bakje koffie gedronken. Gewoon genieten, alleen koude handen af en toe’, lacht Metselaar. De overkapping biedt uitzicht op de buitenhokken van hun vier Abessijner katers en een paardenbak, waar hopelijk binnen enkele weken ook een veulentje het zicht zal verrijken. Naast hun liefde voor de katten, paarden en tuin heeft Metselaar nog een grote passie: basketbal, waarvan hij sinds 2010 trainer en coach is van de rolstoelbasketbal afdeling van Flying Red in Roden.
Zijn liefde voor de natuur ontstond al op jonge leeftijd. ‘Ik ben opgegroeid in Haarlemmermeer, toen het nog een weidse omgeving was en de velden overheersten. Gaandeweg de jaren verdween dit beeld en besloot ik de Randstad te verlaten, het werd mij te druk. Als er een vliegtuig overvloog kon je wel stoppen met praten, zo hard was het geluid.’ Hij ging op zoek naar rust en de natuur en streek in 1974 neer in Nieuw-Roden. De bouw van hun huis verrichtte hij eigenhandig en inmiddels geniet hij alweer 51 jaar van dit unieke plekje. ‘Ik zie helaas wel dat de biodiversiteit van de omgeving aan het veranderen is’, zegt hij teleurgesteld. ‘Ik heb in de tuin een oase aan sneeuwklokjes en zelfs lenteklokjes staan. Helaas is er geen bestuiving meer, omdat de bloemen in de omgeving allemaal al verdwenen zijn.’ In de tuin ligt ook een stapel met takken waarin een egeltje huist en aan de andere kant van de tuin ligt een grote bult aarde. ‘Daar staan brandnetels op en die laten we ook gewoon staan. Bepaalde soorten vlinders leggen hun eieren namelijk alleen op brandnetels, bijvoorbeeld de dagpauwoog.’ Ook de vogels worden in hun tuin in de winter gevoerd, waarvoor op meerdere plaatsen vogelhuisje hangen en vetbollen en voedersilo’s verdeeld zijn over bomen en vogelvoederhuisjes. ‘Kijk, daar vliegt een geelgors’, zegt hij trots. ‘Een soort van kanarie op het platteland. Ook die verdwijnt hier steeds meer uit beeld.’
Het is tijd om naar binnen te gaan, waar de begroeting afkomstig is van een prachtige, zwart-zilver, Abessijn. ‘Wij zijn de enige, geregistreerde, fokker in Nederland die zwart-zilver Abessijnen heeft,’ legt Klaaske uit. Het blijft niet bij één beestje, want ze zijn overduidelijk nieuwsgierig aangelegd. ‘We hebben er vier buiten en vijf binnen. Ze zijn nieuwsgierig en ook heel speels,’ legt hij uit, terwijl één van de beestjes zich aan zijn broekspijp vergrijpt. De katten komen niet buiten, want het zijn echte moordenaars, legt hun baasje uit. Om frisse lucht te krijgen is er een brug gemaakt vanuit het huis naar de buitenverblijven. ‘Kunnen ze zelf besluiten wanneer ze willen gaan.’ Hun passie voor de katten begon al vroeg toen Metselaar in zijn begin jaren een Abessijner kocht, die hij ook buiten liet lopen over de landerijen in Nieuw-Roden. ‘Die kwam zelfs thuis met een haas, twee keer zo groot als haar, maar dat beestje paste niet door het kattenluikje heen’, lacht hij.
Op 1 april wordt hij 80 jaar en heeft hij inmiddels ook besloten dat dit zijn laatste seizoen zal zijn als trainer/coach bij Flying Red. ‘Ik basketbal al vanaf mijn vijftiende, toen nog in Haarlemmermeer, en heb ook al van jongs af aan het coachen en trainen opgepakt. Ik heb zelfs een paar jaar dames ere divisie gecoacht. Toen ik in 1974 naar Nieuw-Roden verhuisde heb ik meteen rondgevraagd of hier ook een basketbalvereniging was in de buurt. Toeval dat Flying Red net op dat moment was opgericht’, zegt hij trots. Vanaf dat moment gaat zijn carrière dus verder bij Flying Red. Na vele jaren zelf te hebben gebasketbald, tot zijn vijftigste, en de jeugd training te hebben gegeven is hij toe aan een nieuwe uitdaging binnen de sport. ‘Bij toeval nam de basketbalvereniging uit Haren contact met ons op. Zij hadden op dat moment een rolstoelbasketbalteam, waar het niet lukte om jong en oud samen te laten trainen. Ik heb toen gezegd: ik wil wel proberen of ik het wél voor elkaar kan krijgen.’ Metselaar volgt een speciale opleiding om de rolstoelbasketballers les te kunnen gaan geven en basketbalt zelfs een aantal jaren mee in een rolstoel. ‘Ik moest toch ervaren hoe het voor hen was.’
Nederland kent op dit moment ongeveer 600 rolstoelbasketballers, waarvan de club van Flying Red er zeventien heeft. ‘We trainen één keer per week en hebben eens in de drie à vier weken een toernooi. Dan spelen we twee wedstrijden.’ Metselaar heft inmiddels ook twee opvolgers gevonden. ‘Het is goed zo, je moet op het juiste moment stoppen.’








