‘Er is niks mooiers dan de weide in te lopen en de vogels om je heen te horen’

RODEN- Misschien heb je hem wel eens zien wandelen door de weilanden in de nabije omgeving: Bertjaap Darwinkel gaat regelmatig met zijn verrekijker op pad om te kijken hoe het met de populatie weidevogels gaat. Volgens hem gaat het met een aantal soorten behoorlijk achteruit, zoals met de kievit en de grutto. Samen met boeren en burgers zorgt Darwinkel ervoor dat deze vogels zich straks weer kunnen nestelen op het land. De geboren Langeloër wist vanaf jonge leeftijd al dat hij later de natuur in wilde trekken. ‘Er is niks mooiers dan de weide in te lopen en de vogels om je heen te horen. Met dit werk wil ik nooit meer anders dan de natuur in.’
Met uitzicht over langgestrekte landerijen en het getjirp van vogels vanuit de lucht trekt Bertjaap Darwinkel de wijde omgeving in. Dat doet hij als vrijwilliger bij Boerennatuur Groningen West. Twee zwarte bolletjes vanuit het oogpunt van de verrekijker verraden dat er een nest van de kievit in de buurt is. Stapje voor stapje komen de bijzondere vogels dichterbij. Zo kun je ze volgens Darwinkel wel noemen, want de populatie van de kievit is de afgelopen decennia sterk afgenomen en dat is schrikbarend. ‘Het is jammer dat deze ontwikkeling zich heeft ingezet. De kievit is een belangrijke pion in het ecosysteem van de landerijen, dus het is juist negatief dat deze dreigt te verdwijnen. Toen ik een jaar of tien was, zag ik ze nog regelmatig overvliegen. Vandaag de dag is dat in steeds mindere mate.’
Die interesse in de natuur is hem, zoals hij zelf vertelt, met de paplepel ingegoten. ‘Mijn vader nam ons altijd mee op pad. Ik kan me niet anders herinneren dan dat ik dat geweldig vond. Laarzen aan, verrekijker mee en maar kijken wat je tegenkomt.’ De vondst van het eerste kievitsei voor Darwinkel was dan ook al op zevenjarige leeftijd. ‘Ja, dat was echt een geweldig moment.’ Daarnaast heeft Darwinkel veel geleerd van Johan Baard uit Roden. ‘Hij was een echte liefhebber en vond regelmatig het eerste ei. Ik heb erg veel van hem opgestoken en daar ben ik hem nog altijd dankbaar voor!’
Darwinkel werkt voor momenteel voor de provincie Groningen als toezichthouder op de bodem en het water. Daar is hij prima op zijn plek en kan hij mooi combineren met zijn vrijwilligerswerk bij Boerennatuur. Daar begon Darwinkel zo’n zeven jaar geleden. Daarvoor was hij vrijwilliger in de provincie Drenthe, maar daar was er volgens hem te weinig oog voor natuurbeheer. ‘Bij Boerennatuur is dat compleet anders. Daar zijn ze fanatiek bezig om de populatie weidevogels in beheer te houden door bijvoorbeeld samen te werken met boeren en subsidies te verstrekken.’ In de afgelopen jaren vond Darwinkel zes keer het eerste kievitsei van de provincie Groningen. ‘Dat is echt een geweldig moment. Het is toch een soort sport gevonden om dat eerste ei te vinden. Het heeft even geduurd voordat ik wist waar je allemaal op moet letten, maar door veel te lezen en een stukje ervaring is dat automatisme geworden.’ Voor het speuren naar een ei is het volgens hem vooral belangrijk om te letten op laagvliegende vogels. ‘Die houden constant hun nestje in de gaten, dus daaraan is het te herkennen.’ De kievit legt vier eieren per keer, waarbij deze met de punt naar elkaar toe liggen. ‘Maar let vooral op als je het land inloopt’, waarschuwt Darwinkel. ‘De eieren zijn erg klein, dus kijk vooral uit dat je er niet op gaat staan.’
Met zijn kinderen is Darwinkel ook vaak in de natuur te vinden. ‘We gaan regelmatig op pad. Het is mooi om die interesse ook bij je kinderen terug te zien. Wie weet gaan ze mij later wel achterna’, lacht hij. Ook zijn broer, Jos Darwinkel, is al regelmatig mee op pad geweest door de weilanden. ‘Samen maken we er dan een gezellig en leerzaam uitje van Er is niks leukers om die hobby met je familie te delen.’
Terug naar het weiland waar Darwinkel een nestje in een ooghoek heeft gespot. Langzaamaan komt hij dichterbij en wijst met zijn vinger naar een nestje van gras en stro met daarin vier bruingele eieren. ‘Als het goed is komen de eieren binnenkort uit. Het is dan aan ons om te voorkomen dat natuurlijke vijanden de eieren opeten of meenemen. Op dit moment zorgen we er met alle vrijwilligers voor dat de populatie weidevogels in ieder geval niet harder achteruit gaat.’ Darwinkel is nog lang niet van plan om te stoppen als vrijwilliger: ‘Ik ga door zolang het kan.’




