Jeffrey Cordes : ‘Jonge sporters begeleiden, dat is mijn missie’

RODEN - De Noordenvelder van deze week heeft een grote passie voor wielrennen. En wanneer de voordeur open gaat, is dat ook meteen duidelijk, want hij is startklaar om zo op de fiets te springen. In de hal staat zijn stalen ros geparkeerd, waar hij al vele kilometers op heeft gemaakt. Jeffrey Cordes is, ten tijde van het interview, druk aan het trainen voor de Lus van Roden. Bij verschijnen van De Krant van 15 juli, is de Lus dan ook inmiddels verreden. ‘Het zou wel de kers op de taart zijn, wanneer ik de Lus zou winnen’, geeft hij aan, want hij heeft besloten na dit seizoen te stoppen met zijn carrière als wielrenner.
Hij werd geboren in Haulerwijk, maar heeft zijn hele jeugd doorgebracht in Nieuw-Roden. Inmiddels woont hij, hemelsbreed, 700 meter verderop dan zijn ouderlijk huis. Zijn passie begon toen hij ongeveer 10 jaar oud was. ‘Samen met kinderen uit de buurt was ik al vaak aan het crossen op straat. Niet altijd even veilig hoor, kan ik je vertellen’, lacht hij. ‘We deden dan wedstrijdjes en toen kwam eigenlijk het idee om een keer mee te doen aan een echte wedstrijd met de fiets. In die tijd had je de “dikke Bandenrace” op De Brink. Ik heb meegedaan en was verkocht.’ Daarvoor had hij al enkele andere sporten geprobeerd, zoals judo en tennis bijvoorbeeld, maar het was het steeds net niet. ‘De dikke bandenrace is gewoon een heel leuke manier voor kinderen om het fietsen te ervaren’, kegt hij uit. Hij ging bij de Noordelijke ATB club. Hij trainde twee keer per week en indien er een wedstrijd was één keer per week. Het begon dus met mountainbiken. ‘Het ging steeds beter en ik begon het ook steeds leuker te vinden.’ Uiteindelijk ruilt hij de mountainbike om voor een wielrenfiets en gaat vanaf zijn zestiende fietsen bij de “De Meteoor” in Assen. ‘Dat was inderdaad wel een overgang, want een mountainbike is niet vergelijkbaar met een wielrenfiets. Je hebt geen vering meer bij de banden, de banden zijn smaller en het stuur is uiteraard anders’, legt hij uit. Dit doet hij tot ongeveer 2020 en maakt de overstap naar het “Houttec Cycling Team”. Dit team is opgericht in 2015, in Friesland, en heeft in de afgelopen jaren enorme stappen gemaakt. Niet alleen in groei voor wat betreft de pprestaties van de wielrenners, maar onder andere ook in het wagenpark voor tijdens de wedstrijden. ‘Het is een fantastisch team en ik voel mij hier ook thuis’, lacht Cordes. ‘Waar je als jonge rijder nog denkt: als ik de finish maar haal, denk je al snel als gevorderde: ik moet zorgen dat ik die finish als één van de eersten haal. En dan komen uiteindelijk dus ook de kansen op een podium in zicht en dat voelt heel goed.’ Cordes werd zelfs onlangs in Harkema nog derde! Het gevoel van: alleen maar peletonvulling zijn, is nu wel weg. En met zijn 24 jaar rijdt hij inmiddels ook niet meer bij de junioren, maar bij de Elite, zonder contract. ‘Als juniorrijder hebben we allemaal de wens om ooit eens bij de profs te gaan rijden en houd je nergens rekening mee, maar bij de elite heb je meer respect voor elkaar. Inmiddels denk ik dan ook dat ik blij ben met wat ik heb bereikt en dat het voor mij genoeg is zo.’ 2024 Was voor hem een jaar met veel tegenslagen en eigenlijk wilde hij toen al stoppen. ‘Wielrennen kost veel tijd, veel geld en ik wilde niet dat het uiteindelijk ten koste zou gaan van alles om mij heen. Ik ben mij er zeer bewust van dat mijn ouders er altijd veel tijd en geld in hebben gestoken en ook mijn vriendin heeft dit zo moeten ervaren. Zonder hen was ik ook niet zover gekomen, maar ik heb er vrede mee om te stoppen. Al ben ik wel blij dat ik dit vorig jaar niet heb doorgezet, want dan had ik niet meer mee kunnen doen aan het NK in Roden. Daar ben ik 30ste geworden van de 120 rijders, maar ik had stiekem wel gehoopt op meer.’ De teleurstelling is er dus nog steeds, maar hij had het voor geen goud willen missen! Naast het wielrennen is hij ook druk als sport psycholoog. ‘Ik ben vorig jaar voor mijzelf begonnen als sport psycholoog. Ik kom zelf vanuit de praktijk, dus weet wat het is om te presteren onder druk en dat wordt nog al eens onderschat. Toen ik door Hans de Vries, sportarts, werd doorverwezen naar een sportpsycholoog op jonge leeftijd wist ik wat mijn missie zou zijn: jonge sporters begeleiden. Je lichaam moet het doen, maar je hoofd zit niet voor niet op je romp en die heb je ook nodig, wanneer je op hoog niveau sport.’



