Altijd verrassingen

Enige tijd geleden schreef ik over een favoriet programma: ’Met het mes op tafel’, een vermakelijke bluf- en kennisquiz waarbij het niet om dikke bedragen gaat. Het programma was enige tijd uit de lucht, maar sinds een tijdje is het weer genieten geblazen. Er zijn een paar categorieën vragen waarbij ik altijd zeer nieuwsgierig ben naar de antwoorden: Aardrijkskunde, rekenen en natuur. Het zijn onderwerpen waar ik, zeg ik zeer bescheiden, redelijk goed in ben.
Afgelopen week liet men op de kaart van Zeeland een stip zien en men moest antwoorden welke plaats hiermee werd geduid. Dat was Goes, maar geen van de drie deelnemers wist het. Veere, Middelburg en nota bene Vlissingen werden genoemd. Vooral het noemen van de laatste plaats vond ik verrassend, want daarvan weet je toch dat het aan de Westerschelde ligt en vanwaar je tegenwoordig via die 6,6 kilometer lange tunnel naar Zeeuws-Vlaanderen rijdt. Overigens ligt die tunnel wel een eindje bij Vlissingen vandaan. Grappig was dat Schiermonnikoog op een andere dag door allen werd toegedicht aan Groningen in plaats van Friesland. Veel mensen op dat eiland voelen zich trouwens ook meer verbonden met Groningen. Dat het met het (hoofd)rekenen van veel mensen slecht is gesteld bleek wel bij een vraag hoe lang je met de auto over 100 km doet als je 80 km per uur rijdt. Heel simpel, één en een kwart uur natuurlijk, maar twee mensen hadden het toch fout en één dacht zelfs binnen een uur de afstand te kunnen afleggen!
Naar vragen over de natuur kijk ik vanzelfsprekend het meest uit. Vorige week luidde een vraag of de stamper van een bloem mannelijk of vrouwelijk is. Wat ze tegenwoordig op school leren weet ik niet, maar zelf heb ik geleerd dat een stamper bestaat uit een vruchtbeginsel, stijl en stempel en (dus) vrouwelijk is. Bevruchting vindt plaats wanneer stuifmeel (pollen) op de stamper terecht komt. Dat stuifmeel is afkomstig van de meeldraden met daarop de helmknoppen. Nu waren de deelnemers al wat ouder en verwacht je het goede antwoord, maar alleen een man (een huisarts) wist het. De twee dames echter dachten dat mannelijk het goede antwoord was. Daar moest ik wel even hard om lachen, hoewel ik van de dames de associatie van stamper met mannelijk wel begrijp. Dat maakte het nog vermakelijker. Eerder liet men een afbeelding zien van een Knobbelzwijn (ten onrechte ook wel Wrattenzwijn genoemd) waarvan men de naam moest noemen. Iemand dacht dat het een mammoetzwijn (?) was en een ander dacht een hangbuikzwijn. Nou kun je op de Afrikaanse savannen maar beter lichtvoetig zijn (zoals de Knobbelzwijn) om aan vijanden te ontkomen. Een Hangbuikzwijn zou daar maar een kort leven zijn beschoren. De derde deelnemer noteerde dat het een Gnoe (ook wel Wildebeest) was. Dan ga je toch behoorlijk af.
Dat programma zit dus vol verrassingen, maar in de natuur om ons heen kom je verrassingen bij de vleet tegen. Voor de één is een Grijze junco een enorme verrassing waar men voor te hoop loopt. Dat is een klein vogeltje dat ergens in de wijk Beijum in Groningen neerstreek. Deze Amerikaanse dwaalgast was één keer eerder in Nederland te zien. Op de foto(’s) boven dit stukje ziet u dat het deze keer niet over vogels gaat, maar over zwammen. Ik werd hierop geattendeerd door Henk Woldring die samen met Helma aan de J.P. Santeeweg in Nietap op een daalders plekje bij het Natuurschoonbos woont. Op de foto ziet u de Hazelaarschijfzwam, waarbij ik in eerste instantie aan iets anders dacht omdat de schijfjes gesloten waren. Open zijn ze heel mooi en wat u op de foto ziet is iets van minder dan 2 cm. Het andere zwammetje (inzet) is nog kleiner en herkende ik als een Ciboria, een mummiekelkje, maar welke. Ze bleken te groeien op de oude (mannelijke) katjes van de Hazelaar en daarom dacht ik direct aan het Hazelmummiekelkje, een uiterst zeldzaam ding. Om de waarneming erkend te krijgen moest het materiaal microscopisch worden bevestigd. Toen bleek dat de sporenmaat te groot was en kwamen we uit op het Populierenmummiekelkje. Deze soort komt incidenteel ook op de katjes van de Hazelaar voor. Ook dit is een zeldzame soort, maar komt iets meer voor dan de andere. Beide soorten waren nieuw voor mij en zo vroeg in het jaar is dat best verrassend te noemen.