Sponsdalen

Afbeelding
Foto:
Puur natuur

Afgelopen week stond het water hoog in de Noord-Drentse beekdalen. Het Groote diep, Lieversche diep, Oostervoortsche diep en Drentsche Aa, allemaal traden ze buiten hun oevers. Beken waren meertjes geworden. ‘Je kunt er niet meer wandelen, allemaal modder’, ‘klimaatsores’ en ‘het waterschap en beheerders doen hun werk niet goed’ hoor ik om mij heen. Nou, ik zal je vertellen, het is juist de bedoeling dat het gebied vol water loopt, zoals het dat al vele duizenden jaren deed.

Na de tweede wereldoorlog veranderde het landbouwbeleid. ‘Nooit meer honger’ zei de landbouwminister Sicco Mansholt destijds. De productiviteit op eigen bodem moest worden verhoogd. Vernieuwing en schaalvergroting van de landbouw waren het resultaat. Ook de natte beekdalgronden werden aangepakt. Grondwaterstanden moesten beheersbaar worden. Kronkelende beken werden rechtgetrokken, afvoerkanalen en sloten gegraven en stuwen werden in de beken geplaatst. Zo werden de, van oorsprong drassige, beekdalen geschikt gemaakt voor landbouwgrond. Met grote gevolgen voor de beekdalnatuur. Want de, vaak venige, beekdalgronden begonnen uit te drogen.

Inzichten in landbouw, waterbeheer, natuurbeheer en het klimaat zijn inmiddels veranderd. Door het succes van de landbouwontwikkelingen waren overproductie en voedseloverschotten het gevolg. Beekdalen drogen uit terwijl wateroverlast door klimaatverandering steeds vaker tot problemen leidt. We krijgen meer te maken met extreme weersomstandigheden, met zware regenval en langere droogteperiodes. Dit vraagt om een andere kijk op waterbeheer.

Gezonde beekdalen werken als een spons. Ze liggen lager dan het omliggende landschap. Ze verzamelen het regenwater en voeren het af naar zee. In natte tijden nemen beekdalen water op. In droge tijden geven de beekdalen water langzaam terug aan de omgeving. Dit helpt niet alleen om overstromingen benedenstrooms te voorkomen bij hevige regenbuien, maar het zorgt er ook voor dat water beschikbaar blijft tijdens drogere periodes.

Rechtgetrokken en gekanaliseerde beken worden daarom hersteld, oude kronkelende beeklopen worden weer uitgegraven en waterbergingsgebieden ingericht. Dat zag je enkele jaren geleden bijvoorbeeld bij het Groote Diep en de Onlanden in de kop van Drenthe. Het oude kanaal is nu weer een kronkelende beek en de ‘nieuwe stuw’, zoals de stuw in de volksmond werd genoemd, is afgebroken. ‘Wat is het mooi geworden’ hoor ik van veel regiobewoners.

Goed werkende beekdalen helpen dus om de gevolgen van klimaatveranderingen op te vangen. Wanneer er veel regen valt, kan het water in de beekdalen worden opgeslagen. Daarom mogen ze in natte periodes weer overstromen, zoals afgelopen week gebeurde. Het water krijgt weer tijd om in de grond te zakken. Beekdalen worden weer natte gebieden, bloemrijke graslanden en moerasbossen herstellen. Het herstel van deze natuurgebieden draagt zo bij aan de vermindering van de klimaatproblemen.

Beekdalen zijn belangrijk voor veel dieren en planten. Dieren zoals de otter, de bever, de ijsvogel en verschillende soorten amfibieën en insecten voelen zich thuis in deze natte gebieden. Door beekdalen te behouden en te herstellen, zorgen we voor een rijke natuur en biodiversiteit. Zo kunnen deze dieren en planten blijven bestaan. Beekdalen zijn een slimme investering in een duurzame toekomst. Ze kunnen helpen bij het aanpakken van klimaatproblemen. Een paar modderschoenen of een extra ommetje heb ik daar graag voor over.

Andre Brasse – Puur Natuur – december 2024

Afbeelding

UIT DE KRANT