‘Hij kon steeds minder, maar bleef kijken naar wat hij nog wél kon’ Martijn Meulebelt maakt documentaire over zijn vader

Afbeelding
actueel Ticker

LEEK - Een vader die ondanks zijn ziekte bleef genieten van het leven. Dat is het verhaal dat filmmaker Martijn Meulenbelt wil vertellen in een documentaire over zijn vader, die in 2021 overleed aan kanker. Het project komt langzaam van de grond. Niet alleen omdat een film maken tijd kost, maar vooral omdat het onderwerp dichtbij komt.

Sommige verhalen ontstaan aan een schrijftafel. Andere hebben tijd nodig. Veel tijd. Voor Martijn Meulenbelt is zijn documentaire over zijn vader vooral dat laatste. Het idee ontstond al kort na diens overlijden in 2021, maar bleef jarenlang liggen. Nu is de eerste stap gezet. De voorgesprekken zijn gevoerd, de crowdfunding loopt en binnenkort moeten de eerste interviews worden opgenomen.

‘Ik had eigenlijk al sinds hij was overleden het idee om daar iets mee te gaan doen’, vertelt Meulenbelt. ‘Over zijn leven, over hoe hij daarin stond. Maar het is nooit echt van de grond gekomen.’

Zijn vader overleed op 25 oktober 2021, nadat hij ongeveer 3,5 jaar met kanker had geleefd. De ziekte begon toen Martijn zestien was. Hij was daarmee nog jong toen het gezin geconfronteerd werd met de gevolgen van de ziekte en uiteindelijk het overlijden van zijn vader.

De band tussen vader en zoon was hecht. Ze deelden hun interesse in sport, voetbal en later ook in de filmwereld. Martijn ging regelmatig samen met zijn vader op pad. Naar voetbal, voor filmprojecten of gewoon omdat ze samen iets wilden ondernemen.

‘Wij deelden heel veel dezelfde passies’, vertelt hij. ‘Op sportgebied hadden we heel veel contact. En toen ik met film begon, vond hij dat ook heel interessant. Hij heeft dat altijd gesteund.’

Juist daarom is het verlies nog altijd nadrukkelijk aanwezig. De documentaire is voor Meulenbelt dan ook meer dan een film over een ziektegeschiedenis. Het is een poging om vast te leggen wie zijn vader was en wat hij voor anderen betekende.

Daarvoor spreekt hij met familieleden en vrienden. Eerst zonder camera. Gewoon aan de keukentafel, met een kop koffie. Hoe herinneren zij hem? Hoe hebben zij zijn ziekteperiode ervaren? En hoe kijken zij daar nu op terug?

Die gesprekken leveren soms nieuwe inzichten op. ‘Ik ken hem op mijn manier. Maar heel veel vrienden en familie kennen hem weer op hun manier. Soms hoor je kanten waarvan je denkt: dat wist ik niet. Dat had ik nog nooit gehoord.’

Een van de belangrijkste eigenschappen die Meulenbelt in zijn vader terugziet, is zijn vermogen om te blijven kijken naar wat nog wél mogelijk was.

De kanker zat onder meer bij zijn mond en keel. Eten werd uiteindelijk onmogelijk. Ook praten ging niet meer. Communiceren gebeurde via WhatsApp of een spraakapp. Een gesprek voeren kostte daardoor veel meer tijd en energie.

Toch bleef zijn vader deelnemen. ‘Als wij bijvoorbeeld met z’n allen eten bestelden, kon hij op een gegeven moment zelf niet meer eten. Maar hij kwam er wel bij zitten. Gewoon gezellig meedoen.’

Het klinkt eenvoudig, maar voor Meulenbelt is juist daarin de kern van zijn vaders karakter te vinden. Er verdwenen steeds meer vanzelfsprekende dingen uit zijn leven, maar hij bleef zoeken naar wat nog wel kon.

Dat gebeurde soms op een bijna alledaagse manier. Uit eten gaan bijvoorbeeld. Zijn vader kon door de gevolgen van de ziekte niet meer normaal eten. Dat betekende niet dat hij dan maar thuisbleef. Als hij met vrienden naar de Chinees ging, nam hij zijn blender mee. ‘Dan zette hij die gewoon op tafel en vroeg hij of ze het eten voor hem wilden malen en er wat extra saus bij wilden doen. Hij ging gewoon.’

Zijn vrienden vonden het bijzonder. Voor hem was het blijkbaar vooral praktisch. Het was een manier om tóch mee te doen. En precies dat wil Meulenbelt in de documentaire laten zien.

De film moet uiteindelijk niet alleen een persoonlijk eerbetoon worden. Meulebelt hoopt dat het verhaal van zijn vader ook anderen aan het denken zet. ‘Er kan heel veel gebeuren in je leven. Maar kijk eens iets meer naar wat we al hebben.’

Een dak boven je hoofd. Een bed om in te slapen. Eten op tafel. Kunnen praten. Een stukje kunnen wandelen. Zaken die voor veel mensen vanzelfsprekend zijn, werden voor zijn vader steeds minder vanzelfsprekend.

Toch bleef hij genieten van de dingen die nog konden. Dat was overigens niet volledig nieuw. Ook voordat zijn vader ziek werd, hadden zijn ouders volgens Martijn al de gewoonte om bewust van het leven te genieten. ‘We werden er altijd op gewezen dat er ook heel veel mensen zijn die die luxe niet hebben. Geniet dus van wat je nu aan het doen bent.’

Tijdens de ziekteperiode kreeg die levenshouding een andere betekenis.

Meulenbelt noemt zichzelf daarbij nadrukkelijk geen heilige. Ook hij klaagt weleens. Maar de les van zijn vader is blijven hangen: waarderen wat er wél is. ‘Dat is echt wat ik aan hem heb onthouden. En dat is ook echt wie mijn vader was.’

De documentaire wordt bewust niet onder hoge tijdsdruk gemaakt. Dat heeft niet alleen met de productie te maken. Voor Meulenbelt zelf is het project onderdeel van de verwerking van het verlies.

‘Het is voor mij ook een proces’, zegt hij. ‘Het is een documentaire die ik graag maak, maar het kost mij ook tijd en energie. Meer dan een normale documentaire die me wat minder persoonlijk raakt.’ Daarom werkt hij stap voor stap.

De crowdfunding staat inmiddels boven de helft van het streefbedrag. Tot nu toe kwamen de bijdragen vooral van familie en vrienden. De volgende stap is het benaderen van bedrijven en organisaties. Meulenbelt biedt daarbij ook tegenprestaties aan in de vorm van video- en fotografiewerk.

Het geld is nodig voor onder meer apparatuur en reiskosten. De uren die hij zelf in het project steekt, brengt hij niet in rekening.

De planning is voorzichtig. Dit jaar wil Meulenbelt in ieder geval de interviews opnemen en daarnaast zoveel mogelijk aanvullend beeld verzamelen. Vervolgens moet begin volgend jaar het montage- en eindproductiewerk plaatsvinden. Hij hoopt in het voorjaar van 2027 een première te kunnen organiseren. Daarna wil hij bekijken of de documentaire geschikt is voor filmfestivals.

Een première rond de vijfde sterfdag van zijn vader, in oktober 2026, zou mooi zijn geweest. Die deadline blijkt inmiddels te krap. ‘Nu kan ik het op mijn eigen tempo doen. Het gaat in stapjes. Elke week komt er weer een klein stapje bij. Maar vanzelf komt dat.’

En misschien past die aanpak uiteindelijk ook bij het verhaal dat hij wil vertellen. Geen haast, geen grote woorden, maar aandacht voor wat er nog is.

Voor Martijn is de documentaire daarmee niet alleen een film over de laatste jaren van zijn vader. Het is vooral een poging om vast te leggen hoe iemand, terwijl hem steeds meer werd afgenomen, toch bleef deelnemen aan het leven. ‘Als je eenmaal echt bent begonnen met interviews en beelden, kan het ineens snel gaan. Dan heb je ineens de dingen bij elkaar.’

UIT DE KRANT