Avondvierdaagse dag 2: ‘tevreden qua logistiek, route en gezelligheid, maar hou die snoeppapiertjes in de zak’

Dag 2 van de Avondvierdaagse Roden zit er op. Ook dit keer liep Maria Wijnands mee en maakte zij een kort verslag:
‘Ah, Roderesch; een oude bekende. Het lijkt erop dat we toch oprecht ervaren zijn, want deze route hebben we eerder ook eens gelopen. Het enige wat we me nog helder voor de geest staat van twee jaar terug, is hoe deze route na terugkomst in Roden nog oneindig door een woonwijk bleef slingeren. De zesjarige die toen mee was en ik, werden na iedere bocht dat we dáchten er te zijn maar toch weer een andere kant op werden geleid, wanhopiger en wanhopiger. Als dat maar geen voorbode voor deze tweede dag zal zijn.
Eerst weer de voorbereiding. ‘En’, vraagt voorzitter van de Avondvierdaagse Martijn Knook als we stipt om 17.50 uur de eerste stempel binnenhalen, ‘hoe ging het met de logistiek vandaag?’ Het is elke dag wel weer een uitdaging om op tijd iedereen gevoed, ingesmeerd, stinkend naar ruggenspray en compleet met én water én de halve snoepkast hier in de sporthal af te leveren. Mijn ritme is meestal compleet andersom: werken tot 14 uur, het spul van school halen, tot een uur of vier druk met de dames en allerlei verplichtingen en vaak rond vijven nog even weer achter de laptop om daarna nét even te laat aan het eten te beginnen en dus staat de warme hap normaal pas rond kwart over zes bij ons op tafel. Maar goed, ook dag 2 gehaald, dus tevreden. Ook voorzitter Martijn is tevreden. Al had hij het een dag eerder wel even benauwd gehad. Voor wie hem nog gespot had op dag 1; rond zevenen pakte hij de fiets om te checken hoe het onweer terplekke zou uitvallen en of alle vrijwilligers het nog wel zagen zitten. ‘Daar moet je zuinig op zijn’, stelt hij terecht en dan roept de plicht weer.
Op naar Roderesch
Wij verzamelen ons voor een nieuwe start en de appel laten we zo snel na ons avondeten nog maar even liggen. Op naar Roderesch, maar uiteraard hoort bij de Avondvierdaagse wel nog een korte slinger de andere kant op. De pré-pubers raken we kwijt bij de skatebaan. Geen punt, oudste dochterlief heeft haar horloge compleet met ‘vind mijn i-watch’ om, dus die vinden we altijd weer. Ook bij de jonge jeugd heb ik zo mijn trucjes: het snoep van de grootste snoeper zit in mijn tas, zodat dat enigszins gecontroleerd opgekaand wordt en de grootste wegloper heb ik de telefoon van oudste dochterlief in haar eigen tasje gestopt. Dat heb je als tweelingouder: dan wordt je heel handig.
Het is weer een prima route. Paden wat breder richting Roderesch waardoor we iets aangenamer en ruimer kunnen lopen, helemaal nadat de tien kilometer ook afsplitst. Nou hoor ik in de wandelgangen dat het moeilijk blijft meer lopers voor die lange afstand te vinden. Ik kan me wel goed indenken dat als je lekker wil doorstappen, dat dit niet het evenement is. Eenmaal op gang zitten we toch redelijk gevangen in die lange slurf en is het de meute die het tempo grotendeels bepaald.
De pré-pubers komen even boven water, maar haken al snel weer af bij de speeltuin van De Hullen en melden zich pas ergens als we Roderesch aantikken weer. Dichtbij Roden blijken ook tienjarigen dan niet zo stoer. Voeten doen zeer, benen zijn moe en dan wil je opeens best wel even gezellig met je moeder lopen. Er zit zelfs een hand in voor mij en dat vind ik dan zo leuk aan de Avondvierdaagse: het is echt gezellig om zo samen te ondernemen.
Snoeppapiertjes
Het is al na zevenen als we de sporthal binnenvallen. De stand van zaken: zere voeten, warm, prima route en alle dames (wij hebben er deze avond zes stuks bij elkaar) goed te spreken. Het water is er door, de snoepvoorraad niet eens. Overigens denk ik dat wij één van de weinigen zijn die dit niet op hebben, gezien de vele snoeppapiertjes onderweg. Dus sluit ik graag af met een kleine oproep: hou dit lekker in de zak, stop het terug in je rugtas, maar al die snoepverpakkingen onderweg vind ik wel heel erg zonde. Zelf stuurde ik er eentje zonder pardon terug die dacht ook even mee te doen aan deze trend; laten we dat allemaal gewoon doen.’











































