Ihtidal helpt nieuwkomers een nieuw thuis te vinden

RODEN - Ihtidal Auso verloor haar land, maar vond in Noordenveld een nieuw thuis. Nu helpt ze anderen hetzelfde te doen.
Dit verhaal verscheen eerder in Blos! magazine, editie 9, september 2026.
Als Ihtidal Auso aan Syrië denkt, denkt ze niet als eerste aan oorlog. Ze denkt aan bloemen. Aan de rode, gele en roze rozen in de tuin van haar ouderlijk huis en aan de geur van jasmijn, die volgens haar nergens ter wereld hetzelfde ruikt als daar. “Hier koop ik vaak rozen of kaarsen met rozengeur,” vertelt ze. “Heel even brengt het me terug naar vroeger.”
Die warmte typeert haar. Ook wanneer het gesprek later over veel moeilijkere onderwerpen gaat, blijft ze kijken naar wat haar dierbaar is: haar gezin, haar werk en de mensen om haar heen. Misschien is dat wel haar grootste kracht.
Een wens om iets voor anderen te betekenen
We ontmoeten elkaar in de tuin van de voormalige Scheepstraschool in Roden. Een bijzondere plek voor Ihtidal. Hier zette ze als nieuwkomer haar eerste stappen, liep ze later stage en ontdekte ze dat haar droom, al kreeg die een andere vorm, toch werkelijkheid kon worden. Als meisje wilde ze niets liever dan juf worden. Haar vader was leraar en zij zag zichzelf later ook voor de klas staan. “Ik wilde jonge kinderen lesgeven,” vertelt ze. Het leven liep anders, maar haar wens om iets voor anderen te betekenen bleef.
Tegenwoordig kennen veel inwoners van Noordenveld haar als buurtwerker bij WiN (Welzijn in Noordenveld). Ze begeleidt nieuwkomers, organiseert ontmoetingen en helpt mensen de weg te vinden in een nieuwe samenleving.
Dat verlangen om mensen met elkaar te verbinden kreeg ze van huis uit mee. Haar ouders leerden haar dat respect, hard werken en omzien naar elkaar vanzelfsprekend zijn. Die waarden vormen nog altijd de basis van alles wat ze doet.
Vluchten is geen keuze, het is moeten
Maar in 2011 verandert haar leven voorgoed. “Toen de oorlog begon, wist ik eigenlijk meteen dat het niet goed zou komen.” Eerst probeert het gezin te blijven. Ze verhuizen meerdere keren, steeds in de hoop dat het geweld hen voorbij zal gaan. Maar de oorlog komt dichterbij. Wanneer ook IS oprukt richting het Koerdische gebied waar zij wonen, beseffen ze dat er geen toekomst meer is.
“Vluchten is geen keuze,” zegt Ihtidal. “Je wilt helemaal niet weg uit je eigen land. Je móét.” Dat ene woord zegt alles. Je laat niet alleen een huis achter, maar je hele leven. Familie, vrienden, herinneringen, de straat waarin je opgroeide, de geuren en geluiden die je thuis maakten.
Haar man vlucht eerder. Zelf wil ze met haar twee jonge kinderen niet in een klein bootje de gevaarlijke oversteek maken. Uiteindelijk lukt het om met een visum naar Nederland te reizen. “Wij hebben geluk gehad,” zegt ze. “Niet iedereen kan vluchten. Het is gevaarlijk en kost veel geld.”
Wij hebben elkaar, dat is de basis
Wanneer het gezin in Nederland weer compleet is, overheerst eerst de opluchting. “We waren zó blij dat we weer samen waren.” Pas daarna dringt de nieuwe werkelijkheid door. “Na ongeveer een maand dacht ik ineens: wat doe ik hier?” Ze kent niemand, spreekt de taal niet en alles is anders. Bovendien is het winter. In Syrië speelde het leven zich grotendeels buiten af. Zodra de hitte van de dag verdween, kwamen mensen naar buiten en gingen de winkels weer open. Hier waren de straten vroeg stil en verdwenen de mensen achter hun voordeur. “Om zes uur waren alle winkels dicht. Ik dacht echt, waar is iedereen?”
Ook het Nederlandse ritme was wennen. In de zomer wilden haar kinderen niet naar bed omdat de zon nog scheen. In de winter gingen ze in het donker naar school en kwamen ze in het donker weer thuis. “Dat vonden we heel vreemd.” Juist in die moeilijke periode ontdekt ze wat haar houvast is. “Mijn man en mijn kinderen waren mijn kracht. Wij hadden elkaar. Dat was onze basis.”
Langzaam verandert er iets. Door vriendelijke mensen, nieuwe contacten en kleine ontmoetingen groeit het vertrouwen dat ze opnieuw kan beginnen. Roden voelt steeds vertrouwder. Zonder dat ze het meteen beseft, groeit ook het gevoel van thuis. Dat besef wordt pas echt duidelijk wanneer ze enkele jaren later terugkeert naar Syrië om haar ouders te bezoeken. Ze kijkt uit naar de vertrouwde straten en de plek waar haar leven begon. Maar eenmaal daar overvalt haar een onverwacht gevoel. “Ik voelde me een gast.” Die woorden raken haar nog steeds. “Toen wist ik dat ik weer terug wilde naar mijn eigen huis.” Dat huis stond inmiddels niet meer in Syrië, maar in Roden. “Nederland is mijn thuis geworden. Dat is een dubbel gevoel, want mijn ouders wonen nog altijd in Syrië. Toch weet ik dat onze toekomst hier ligt.”
Achter een eerste indruk zit een ander verhaal
Juist omdat ze zelf weet hoe het voelt om opnieuw te moeten beginnen, begrijpt Ihtidal als geen ander wat nieuwkomers nodig hebben. Toen duidelijk werd dat haar droom om voor de klas te staan door de taal moeilijk haalbaar was, zocht ze een andere manier om iets voor mensen te betekenen. Via het Alfa-college volgde ze een opleiding in het sociaal werk. Daarna liep ze stage bij de gemeente Groningen en bij WiN. Inmiddels werkt ze daar als buurtwerker.
Ze begeleidt nieuwkomers die vaak dezelfde onzekerheid ervaren als zij destijds. Ze helpt hen met praktische vragen, maar vooral bij het vinden van hun plek in de samenleving. Doordat ze de taal spreekt en hun ervaringen herkent, ontstaat er snel vertrouwen. “Mensen durven veel met mij te delen. Ze weten dat ik begrijp hoe het voelt.”
Waar ze het meest gelukkig van wordt? Het antwoord komt zonder aarzelen. “Het certificaat dat mensen krijgen als ze de cursus ‘Welkom in Noordenveld’ hebben afgerond.” Ze glimlacht. “Ze zijn zó trots. Ze hebben veel geleerd, weten waar ze terechtkunnen en durven met meer zelfvertrouwen verder. Dat vind ik het mooiste om te zien.”
Ontmoeting is de rode draad in haar werk. Niet alleen tussen nieuwkomers onderling, maar juist ook met inwoners van Noordenveld. “Als mensen elkaar ontmoeten, verdwijnen veel vooroordelen vanzelf.” Ze vertelt lachend over een buurvrouw die haar jaren later bekende dat ze in het begin de achterdeur dichtdeed zodra het Syrische gezin buiten was. “Ze vertelde het pas na drie jaar.” Ihtidal moest er vooral om lachen. “Ik heb daar nooit iets van gemerkt. Ze zei altijd vriendelijk gedag.” Juist daarom gelooft ze zo sterk in ontmoeting. Achter een eerste indruk blijkt vaak een heel ander verhaal schuil te gaan.
Ik kijk naar wat ik heb
Er is veel dat ze waardeert aan Nederland: de vrijheid, de gelijkwaardigheid tussen mannen en vrouwen en de manier waarop mensen met een beperking vanzelfsprekend meedoen in de samenleving. “In Syrië werden kinderen met een beperking vaak verborgen gehouden. Hier horen ze er gewoon bij. Dat vond ik vanaf het begin heel mooi.”
Tegelijkertijd denkt ze dat Nederlanders ook iets kunnen leren van nieuwkomers. “Meer naar elkaar omkijken.” In haar cultuur is het vanzelfsprekend om een buurman of buurvrouw te helpen. Een zware boodschappentas dragen, een tuin onderhouden voor iemand die dat niet meer kan of gewoon even aanbellen om te vragen hoe het gaat. “Dat dóén we gewoon.”
Wanneer ze over haar eigen leven praat, blijft ze opvallend bescheiden. Op de vraag waar ze trots op is, noemt ze niet haar opleiding of haar werk. “Mijn man en mijn kinderen.” Pas daarna vertelt ze hoe dankbaar ze is dat ze in Nederland een nieuw leven heeft kunnen opbouwen. Inmiddels bestaat haar gezin uit vijf personen. Naast Roger en Eva werd hier ook dochter Elle geboren. “Ze heeft een Nederlandse naam,” vertelt ze trots.
Geluk zit voor haar niet in grote gebeurtenissen, maar in het alledaagse. Samen ontbijten, haar jongste dochter naar school brengen, werken, thuiskomen en met het gezin aan tafel zitten. “Dat zijn voor mij de mooiste momenten.”
De oorlog heeft haar veranderd, zegt ze. Ze is rustiger geworden en heeft meer geduld gekregen. Toch blijven sommige herinneringen dichtbij. Beelden van oorlog op televisie kunnen haar nog altijd diep raken. “Dan komen de tranen vanzelf.” Toch voert dankbaarheid de boventoon. Ze kijkt liever naar wat er wél is dan naar wat verloren ging. “Ik kijk naar wat ik heb.” Misschien is dat wel de kern van haar veerkracht.
Een thuis maak je samen
Tijdens de fotoshoot staat Ihtidal tussen zwarte en witte schaakstukken. Het beeld past bij haar verhaal. Niet omdat zwart en wit tegenover elkaar staan, maar omdat een schaakspel pas compleet is als beide kleuren samen het spel vormen. Zo kijkt zij ook naar de samenleving.
Aan het begin van dit gesprek vertelde ze dat haar werk draait om mensen dichter bij elkaar brengen. Inmiddels is duidelijk dat het veel meer is dan een baan. Het is de manier waarop ze zelf betekenis geeft aan alles wat ze heeft meegemaakt.
Aan het einde vraag ik haar waar ze, na alles wat er is gebeurd, het meest dankbaar voor is. Ze denkt even na. “Dat we leven.” Haar ouders leven nog. Haar broers en zussen ook. Ze verloor haar huis, haar bezittingen en haar land, maar niet de mensen van wie ze houdt. “Een huis kun je opnieuw kopen,” zegt ze. “Een auto ook.”
Dan volgt de zin die haar hele levensverhaal samenvat. “Maar mensen kun je niet terugkopen.” Dat is misschien ook de belangrijkste boodschap die ze wil meegeven. Koester de mensen om je heen. Kijk naar wat je hebt. En durf elkaar te ontmoeten. Want een thuis is meer dan een plek. Een thuis maak je samen.
Blos! Magazine
Meer uit Blos! magazine? Kijk dan op blosmagazine.nl. Dit magazine verschijnt meerdere keren huis-aan-huis in Roden, Leek, Tolbert, Norg, Peize, Eelde, Paterswolde en Ter Borch. Alle deelnemers in het magazine hebben vaak een stapel om een exemplaar af te halen. Op 29 september verscheen er een nieuwe editie van Blos! in Assen.






















