Jantina van der Broek bouwt verder aan Speelgoedmuseum Roden

Afbeelding
Cultuur

RODEN - Jantina van der Broek uit Eelderwolde is sinds januari van dit jaar de nieuwe directeur van Speelgoedmuseum Roden. Ze heeft geschiedenis gestudeerd en is al jaren werkzaam bij de Provincie Groningen als strategisch adviseur en projectleider van de cultuurnota. Ze heeft grote plannen met het museum.’

Speelgoedmuseum Roden is sinds 1 oktober de nieuwe naam voor Speelgoedmuseum Kinderwereld.  In het vernieuwde museum staat het thema het belang van spelen voor alle leeftijden centraal.  Inmiddels wordt de nieuwe naam en huisstijl stap voor stap geïntroduceerd. Dat past precies in het straatje van directeur Jantina van der Broek. Ze voelt zich als een vis in het water in het museum.

Van der Broek komt uit de gemeente Tynaarlo en woonde daarna in Bedum. ‘We waren toe aan een frisse start en vinden het erg fijn in ons nieuwe huis en het dorp. Het voelt vertrouwd en Eelderwolde is gunstig gelegen. Ik fiets door de Onlanden naar Roden, een prachtige omgeving. En het ligt natuurlijk dicht bij de stad. Ik ben warm onthaald in Drenthe. Ik heb het bij mijn baan in Groningen ook erg naar mijn zin, maar dit geeft weer nieuwe energie. Het museum zit in het centrum, er is altijd drukte om ons heen. Toen ik deze vacature zag, was ik direct enthousiast. Ik kwam vroeger vaak met mijn ouders in dit museum en de afgelopen jaren ben ik er met mijn eigen kinderen geweest. Ik houd van het gevoel van nostalgie dat hier heerst. Ik ben historicus en heb in mijn baan bij de provincie Groningen veel ervaring opgedaan binnen de cultuur. Nu ik hier eenmaal aan de slag ben gegaan, bevalt het me ontzettend goed. We gaan er samen iets van maken, dat is echt de sfeer die hier heerst. We zijn allemaal verschillende mensen met verschillende achtergronden, maar hebben hetzelfde doel. We hebben hier een mooie mix van mensen rondlopen. Mensen uit de omgeving, ook met een afstand tot de arbeidsmarkt en statushouders. En mensen die afkomstig zijn uit de Randstad. Allemaal met hun eigen vaardigheden. Er werken hier heel veel vrijwilligers, vaak al heel lang. Ze blijven allemaal, de werkplaats is steeds vol. Treintjes en fietsjes worden hier met de grootste zorg weer gemaakt. Mensen helpen elkaar bij het leren van bepaalde vaardigheden. Zo is er iemand die een ander helpt met taal. Dat kan hier prima tijdens de rustige momenten. Dan zorgen wij voor een taalboek. We zijn daarmee ook maatschappelijk bezig, we proberen mensen echt vooruit te helpen. Dat vind ik een van de mooie dingen aan mijn werk in het museum. In november gaan we er gezellig op uit met de vrijwilligers om ze te bedanken.

Moderniseren 

Van der Broek is op dit moment druk met het moderniseren van de website. Daarna is het museum aan de beurt. ‘We willen de nostalgie bewaren, maar wel op een modernere manier. Speelgoed uit ieder decennium moet te zien zijn, niet alleen van heel vroeger. De afstand tot de kinderen van nu is best groot, daar willen we iets aan doen. We willen laten zien dat spelen belangrijk is voor iedereen, ongeacht je leeftijd. We hebben plannen voor een game-zolder, waar we computerspellen laten zien en die ook zelf gespeeld kunnen worden. Hiermee hopen we ook oudere jeugd te trekken.’

De laatste tijd is in het nieuws de lezen dat kleinere musea in zwaar weer zitten. Of dat ook voor het Speelgoedmuseum geldt? ‘Wij hebben het op zich prima voor elkaar, we hebben veel publiek en iedereen weet ons te vinden. We hebben echter wel herhaalbezoeken nodig om rendabel te blijven. We moeten verfrissen en plannen maken. Het is belangrijk dat we relevant blijven voor de samenleving en mensen zich herkennen in de collectie.’ De eisen die aan musea gesteld worden, worden steeds hoger. Grotere musea krijgen steeds grotere budgetten en kunnen dus veel meer investeren. De verschillen tussen de musea worden daarmee steeds groter. Het museum hoopt na de modernisatie 20.000 bezoekers meer te trekken. Dat moet haalbaar zijn, denkt Van der Broek. Het museum werkt succesvol samen met de kerk en het Scheepstra Kabinet in het dorp. Ook het toerisme is belangrijk voor het museum. Campingbezoekers uit de omgeving weten het goed te vinden. Zeker met wat slechter weer komen er veel toeristen binnen voor een bezoekje. ‘Je merkt dat mensen een dagje uit zoeken, vandaar dat we ook samenwerking zoeken met de middenstand in het dorp. Een bezoekje aan het museum en vervolgens winkelen, eten of een andere activiteit in de omgeving. Ik heb onlangs bij boekhandel Daan Nijman voorgelezen. In de zomer hadden we hier een paardentram. Heel erg gezellig. Mijn dochters hielpen ook mee, zij komen hier ook graag. Teamuitjes organiseren is wellicht ook iets voor ons. En in het seizoen 2025-2026 is Roden de culturele hoofdstad van Drenthe. Daar gaan wij natuurlijk ook volop mee aan de slag. Het is prachtig om hier verschillende generaties te zien spelen. Opa’s en oma’s die hinkelen met de kleinkinderen. Mensen lopen hier rond met een lach op hun gezicht en gaan hier blij vandaan.’ En dat geldt zichtbaar ook voor haarzelf. Ze straalt als ze het over het museum en haar plannen heeft. Een directeur met passie voor haar werk.

UIT DE KRANT