‘We kunnen onze tenen nog aanraken met onze handen zonder door de knieën te zakken’

Afbeelding
Cultuur

Annie en Dinie, al 90 jaar een tweeling

NORG - Dat tweelingen, en dan vooral eeneiige tweelingen, heel bijzonder zijn, merkt de verslaggever van De Krant wanneer hij Annie en Dinie uit Norg bezoekt. 90 jaar oud zijn de beide dames inmiddels en dat is hen beslist nog niet aan te zien. Jong van geest en lichaam, nog steeds. ‘Dit is de plek waar we geboren zijn en dit zal de plek zijn waar we oud worden,’ zegt Annie.

Geboren en getogen in het Norgse. Langs de Grootveenweg, tussen het Zandvoort en de huidige straat Merelhof, stond hun ouderlijk huis. Een keuterboerderij waar kippen, een kleine zwientie, kalfjes en wat groente- en landbouw de hoofdmoot was van het inkomen. Nu wonen Annie en Dinie op een steenworp afstand van hun geboortegrond. In wooncentrum De Garve aan de Vinkenstraat om precies te zijn. De een woont beneden en de ander op de eerste etage. Het uitzicht is op de gronden van hun ouderlijkhuis en de plek waar zij altijd speelden als kind.

Hun meisjesnaam is van oorsprong Steenbergen. Annie trouwde Anne Witteveen en Dinie ging met Albert Warners. ‘Eigenlijk hebben we elkaar als familie nooit uit het oog verloren,’ zegt Dinie. ‘Ook onze broer Steven woont nog hier om de hoek. We waren thuis met ons vijven. 3 zussen en 2 broers. Wij zijn altijd aan Norg verbonden geweest. Nooit zijn wij hier vertrokken. Ook onze kinderen, we hebben beiden dochters, wonen in de buurt.’

Dinie was de eerstgeborene, vijf minuten later volgde Annie. ‘Ons pap stond met de handen aan zijn oren. Een tweeling, dat werd niet verwacht. Vroeger wist je niet of er een tweeling geboren ging worden. Moeder liep een week voor onze geboorte nog met aardappelkisten en zat op het land aardappels te krabben. Nu is dat allemaal anders. Het verhaal gaat dat ik op 5 voor 12 op 30 september ben geboren en Annie eventjes later op 1 oktober. Een mooi verhaal, of het waar is, we weten het niet zeker. We zijn beiden wel ingeschreven op 1 oktober 1933.’

Hun woonplek is de plaats waar in de kinderjaren altijd werd gespeeld. Op de wal waar nu de wijk Batinge ligt en op het speelterrein nabij het bosje van Zandvoort. Er zijn warme herinneringen aan de kinderjaren, al bracht de oorlog een smet op die tijd. ‘Een rot tijd was dat, we konden niet naar school. We vonden het verschrikkelijk. Thuis ruilden onze ouders vlees voor wol, dat mensen uit Assen brachten. Je zag aan hen dat ze honger hadden. Vreselijk.’

Al snel komen tijdens het bezoek de fotoalbums op tafel. ‘Hier staan we samen in het bos,’ zegt Dinie. ‘En hier zitten we in de schoolbanken. Om ons uit elkaar te houden droeg ik een rode strik in het haar en Annie een witte. We leken precies op elkaar. Op school waren we soms ondeugend en werden we door de meester in het kolenhok gestopt. 1 keer was Annie ondeugend, maar heb ik voor haar in het kolenhok gezeten. Niemand die het door had.’ Bruidsmeisjes waren beiden ook eens in hun kinderjaren. Annie: ‘Wij mochten op de kleuterschool de handjes vasthouden van het bruidspaar. Juffrouw Jansma trouwde en de hele klas was erbij. Het zijn momenten die je bijblijven. In de tienerjaren hebben we veel gedanst bij Hotel Elzinga in Norg.’

Dinie heeft altijd bij Hotel Elzinga gewerkt. Vaak tot ’s avonds laat, vooral als er feesten en bruiloften waren. ‘Je kwam eigenlijk aan slapen nauwelijks toe.’ Annie heeft altijd bij de boer gewerkt. ‘In Roden ook, op landgoed Holthuizen. Ik ging twee keer per dag met melkbussen op de fiets naar Roden. Als de Drachtster Tram aankwam moesten wij de koeien op stal hebben gebracht, anders had je een probleem op het spoor.’

Dat veel verhalen over tweelingen blijken te kloppen is ook voor Annie en Dinie van toepassing. Als Annie verkouden is, is Dinie dat ook. Beiden hadden tegelijkertijd corona. Bij een ontdekking van borstkanker werd in dezelfde periode bij beiden de rechterborst geamputeerd. Vreselijk, vonden zij dat. Nog steeds. Andere gelijkenissen blijven ook verrassen. Beide echtgenoten kregen werk bij dezelfde werkgever. Bij het instituut voor Bodemvruchtbaarheid in Haren. Tot hun pensioen hebben zij daar gewerkt. Beiden kregen ook twee dochters. Veel is gelijk bij de tweeling. ‘We lopen de deur niet bij elkaar plat,’ zegt Annie. ‘Als we elkaar nodig hebben zijn we er voor elkaar. Soms bellen we en als ik hoofdpijn heb, heeft Dinie dat ook. Hoe het kan, geen idee, bijzonder is het wel.’

Het wonen in wooncentrum De Garve bevalt uitstekend. ‘Het is hier goed, je bent nooit alleen. Als je de deur uit loopt kom je op de gang altijd wel iemand tegen voor een praatje. Geen idee wat de toekomst brengt. Ondanks dat onze beide mannen al lang zijn overleden, hebben we hier goed. Als je 90 bent heb je meer verleden dan toekomst. We doen beiden veel aan gymnastiek, lopen nog niet met een rollator en kunnen onze tenen nog aanraken met onze handen zonder door de knieën te zakken. Wat dat betreft, we gaan ervoor.’

UIT DE KRANT