Libellenspotter Albert Willem Hummel uit Roden noteert 39 soorten in Roden

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Cultuur

RODEN – Een jaar of tien geleden begon zijn interesse voor libellen, toen hij nog vrijwilliger was bij Staatsbosbeheer. Steeds vaker zag hij verschillende soorten. Van het een kwam het ander. Albert Willem Hummel begon, als hobby, een soort database aan te leggen met de soorten die hij spotte. Dit jaar noteerde hij maar liefst 39 verschillende exemplaren op het Volkstuinencomplex in Roden. Een uniek stukje natuur, dat mede dankzij het goede maaibeleid van de gemeente, een walhalla is voor insecten, weet Hummel.

Wanneer we naar zijn dossier over libelles vragen, worden we onmiddellijk gecorrigeerd. Libelles, dat zijn damesblaadjes, grapt Hummel. Duidelijk: het meervoud van een libelle is libellen. Maar dat ter zijde. Hummel was als kind al gefascineerd door de natuur. Struinde als klein jochie rond in de polder van Leutingewolde. Later, toen hij vrijwilliger werd voor SBB, kwamen daar libellen bij. Gewapend met kladblok, pen en een fotocamera ging hij de natuur in. Dat doet hij nu nog steeds, maar dan op het Volkstuinencomplex naast de brandweerkazerne. De meeste mensen hebben niet in de gaten hoe zo’n mooi stukje natuur daar verscholen ligt, meent Hummel. Zo heeft hij de koraaljuffer gespot. ‘Dat is best bijzonder want ze houden normaal van zuur water. Je merkt dat de bloemenmixen en het verruigen van de natuur effect hebben op insecten.’ Behalve libellen ziet hij regelmatig prachtige vogels in het gebied, een koppeltje groene spechten en ijsvogels bijvoorbeeld. Waargenomen libellensoorten houdt de Rodenaar nauwkeurig bij in een bestand. Witsnuitlibellen, de smaragdlibel, keizerlibellen, ze komen allemaal voor in het naslagwerk van Hummel. ‘Waarnemen doe je in een specifiek, afgekaderd gebied. Op het Volkstuinencomplex heb ik dit jaar van april tot augustus 39 verschillende soorten genoteerd en gefotografeerd.’ Dat er zoveel insecten zijn, valt voor een groot deel te danken aan de gemeente, zegt hij. ‘Het maaibeleid is goed, daarover spreek ik graag mijn complimenten uit. Noordenveld kiest steeds meer voor verruigen. Ik hoop dat ze dat blijven doen. Wanneer je alles rigoureus plat maait heeft dat grote gevolgen voor insecten.’

Hummel is ook auteur van twee boeken. In ‘Van karrenspoor tot natuurgebied’, dat in twee delen is verschenen, neemt hij aan de hand van oude kaarten en grotendeels zelfgemaakte foto’s de lezer mee naar een bijna vergeten en uniek natuurgebied, dat iets ten noorden van het dorp Roden ligt. Naast de rijke geschiedenis van dit gebied, wordt ook het buurtschap de Zulthe en haar inwoners, die in het jaar 1832 hier leefden en stierven, uitvoerig beschreven. Niet alleen de geschiedenis komt in het boek uitvoerig aan bod, ook de natuur in het gebied en de nabije omgeving wordt door de schrijver nader beschreven. Of er ook nog een libellenboek aan zit te komen, weet Hummel nog niet. ‘Het zou maar zo eens kunnen.’

UIT DE KRANT