Kansspelbelasting omhoog betekent jackpot voor de staatskas, kopzorgen voor de goksector

Afbeelding
Extra Nieuws

De Nederlandse staatskas lijkt de grote winnaar te zijn van de groeiende gokmarkt. Vorig jaar stroomde een recordbedrag van één miljard euro aan kansspelbelasting binnen, een cijfer dat sinds de legalisering van online gokken in 2021 fors is gestegen. Alleen al de online aanbieders waren in 2024 goed voor 400 miljoen euro. Maar terwijl de overheid profiteert, groeit de onrust in de kansspelsector zelf. Geplande verdere verhogingen van de kansspelbelasting zetten de winstgevendheid van aanbieders, zowel fysiek als online aanbieders als Skyhills, zwaar onder druk en leiden mogelijk tot ongewenste neveneffecten.

De stijgende belastingdruk is een bittere pil

De kansspelbelasting is de afgelopen jaren stapsgewijs verhoogd, van 30,1% in 2019 naar 30,5% vorig jaar, en per 1 januari van dit jaar (2025) zelfs naar 34,2%. Plannen voor een verdere stijging naar 37,8% in 2026 liggen op tafel, waarmee het kabinet jaarlijks structureel €202 miljoen extra hoopt op te halen. Terwijl de overheid deze inkomsten ziet als een welkome aanvulling, is het voor de gokbedrijven een bittere pil. De legale aanbieders, die al te maken hebben met hoge operationele kosten voor vergunningen, software, marketing en personeel, zien hun marges slinken. 

Dit geldt voor de grote fysieke casinoketens van Nederland, maar net zo goed voor de vele online platforms die na 2021 de markt betraden, van gespecialiseerde sportsbooks tot sites met een breed spelaanbod, die allemaal deze belasting moeten afdragen over hun bruto spelresultaat.

Gevolgen voor fysieke casino’s zijn sluitingen en bezuinigingen

De impact van de verhoogde belastingdruk is het meest direct zichtbaar bij de landgebonden casino’s en speelautomatenhallen. Het grootste casinobedrijf van Nederland, een staatsdeelneming, rapporteerde over 2024 een miljoenenverlies en uitte via accountants twijfels over de continuïteit op lange termijn als de belastingdruk zo hoog blijft. Een vestiging in Zandvoort sloot begin 2025 definitief de deuren. 

De CEO stelde dat de geplande belastingverhoging het bedrijf in 2025 €30 miljoen extra kost, een bedrag dat moeilijk op te vangen is zonder drastische maatregelen. Er wordt al gesproken over het schrappen van banen op het hoofdkantoor, het verhogen van prijzen voor horeca in de casino’s, en zelfs het verlagen van de winstkansen voor spelers, bijvoorbeeld door te experimenteren met een extra ‘dubbele nul’ aan de roulettetafel.

Ook andere grote spelers op de fysieke markt hebben al aangekondigd een aanzienlijk deel van hun vestigingen te sluiten vanwege de stijgende kosten en de belastingdruk. Brancheorganisatie VAN Kansspelen waarschuwt dat de geplande verhoging naar 37,8% het einde kan betekenen voor veel kleinere, legale offline speelautomatenhallen, vaak MKB-ondernemers. Zij vrezen dat dit de deur openzet voor een groei van het illegale gokcircuit, waar geen belasting wordt betaald en geen toezicht is op spelersbescherming.

Ook zorgen op de online markt

Hoewel de online gokmarkt nog steeds groeit en een flinke bijdrage levert aan de belastinginkomsten, zijn er ook hier zorgen. Een hogere belastingdruk kan online aanbieders dwingen om hun aanbod minder aantrekkelijk te maken voor spelers (bijvoorbeeld door lagere uitkeringspercentages of minder bonussen) om winstgevend te blijven. Dit zou spelers kunnen verleiden om uit te wijken naar illegale, buitenlandse goksites die geen Nederlandse kansspelbelasting betalen en zich niet aan de Nederlandse regels voor consumentenbescherming en verantwoord spelen hoeven te houden. De Kansspelautoriteit (Ksa) streeft juist naar een zo hoog mogelijke kanalisatie naar het legale aanbod, maar een te hoge belastingdruk kan dit doel ondermijnen. Een online bingosite kondigde bijvoorbeeld al aan zich terug te trekken uit Nederland mede vanwege de belastingverhoging en strengere speellimieten.

Is tariefdifferentiatie een gemiste kans?

Opvallend is dat er in de politiek eerder stemmen opgingen voor tariefdifferentiatie in de kansspelbelasting. Het idee was om online gokken (dat als risicovoller wordt beschouwd) zwaarder te belasten, en de belasting voor bijvoorbeeld landgebonden casino’s of loterijen juist te verlagen. 

Dit zou de specifieke problemen van de fysieke sector deels kunnen ondervangen. De huidige kabinetsplannen lijken deze differentiatie echter (vooralsnog) niet door te voeren, omdat het juridisch te complex en kwetsbaar zou zijn. Hierdoor wordt de hele sector over één kam geschoren, wat volgens critici oneerlijk is gezien de verschillende kostenstructuren en risicoprofielen.

Historisch perspectief en de toekomst

De kansspelbelasting kent een lange geschiedenis in Nederland, met tarieven die fluctueerden tussen de 15% en de huidige hoge percentages. De recente snelle stijgingen zijn echter ongekend. Hoewel de overheid de extra inkomsten goed kan gebruiken, waarschuwen experts en de sector zelf voor de langetermijngevolgen. Het Centraal Planbureau (CPB) noemt de ramingen voor de extra opbrengsten ‘onzeker’ omdat het gedragseffect van de forse tariefsverhoging moeilijk te voorspellen is. 

Een te onaantrekkelijk legaal aanbod kan leiden tot een verschuiving naar illegale circuits, wat niet alleen de belastinginkomsten op termijn kan drukken, maar ook de doelstellingen van consumentenbescherming en het tegengaan van gokverslaving ondermijnt.

Balanceren op een slap koord

De verhoging van de kansspelbelasting is een duidelijk voorbeeld van hoe de overheid probeert te profiteren van een gelegaliseerde markt, maar tegelijkertijd het risico loopt diezelfde markt te verstikken of spelers naar ongereguleerde alternatieven te duwen. Terwijl de staatskas op korte termijn gespekt wordt, zijn de zorgen in de kansspelsector groot. 

De komende jaren zullen uitwijzen of de huidige belastingstrategie duurzaam is, of dat het kind met het badwater wordt weggegooid en criminelen inderdaad, zoals de branche vreest, lachende derde worden.

UIT DE KRANT