Britten willen kansspelbelasting verhogen naar 50%, debat in Nederland aangewakkerd

Een opmerkelijk voorstel van een Britse denktank zorgt voor opschudding aan de overkant van de Noordzee: verhoog de kansspelbelasting naar maar liefst 50% en gebruik de opbrengst om kinderarmoede te bestrijden. Het idee, afkomstig van het Institute for Public Policy Research (IPPR), klinkt nobel en roept direct de vraag op: zou een dergelijke ‘Robin Hood-taks’ ook een oplossing kunnen zijn voor maatschappelijke problemen in Nederland?
De discussie raakt aan een diepgeworteld dilemma dat ook in onze eigen gemeenschap volop speelt. Hoe kan de overheid de lucratieve gokmarkt reguleren en belasten zonder spelers onbedoeld in de armen van illegale, onveilige aanbieders te drijven? Terwijl de Britten dromen van miljarden extra voor de staatskas, wijst de Nederlandse praktijk op een veel complexere realiteit. Een te hoge belasting kan averechts werken en juist leiden tot minder inkomsten en minder controle.

Bijschrift - Pexels
Het Britse voorstel is een belasting voor sociale vooruitgang
Het plan van het IPPR is radicaal te noemen. De denktank stelt voor om de belasting op de winst van online casino’s te verhogen van 21% naar 50%. Ook de belasting op speelautomaten zou naar dit tarief moeten stijgen. De verwachting is dat dit de Britse schatkist jaarlijks bijna €2,1 miljard extra zou opleveren. Dit geld, zo luidt het argument, is hard nodig om te investeren in de toekomst van kinderen die in armoede opgroeien. Het is een krachtige boodschap: de winsten van de gokindustrie direct inzetten voor het welzijn van de meest kwetsbaren.
Voor de gemiddelde speler lijken dit soort politieke discussies misschien ver weg, maar ze hebben directe invloed op het online landschap. Veranderingen in regelgeving en belastingtarieven bepalen namelijk wat een aanbieder van casinospellen zoals Casino Peaches kan aanbieden. Een hogere belastingdruk kan bijvoorbeeld betekenen dat er minder ruimte is voor aantrekkelijke bonussen of de ontwikkeling van nieuwe spellen, wat direct de speelervaring van de consument beïnvloedt.
De gevaarlijke aantrekkingskracht van de zwarte markt
Een van de meest gehoorde tegenargumenten bij strengere regels of hogere belastingen is de dreiging van de ‘zwarte markt’. De gokindustrie waarschuwt dat spelers zullen uitwijken naar illegale websites als het legale aanbod te duur of te beperkt wordt. Opmerkelijk genoeg wuift de Britse denktank IPPR deze zorg weg. Volgens hen is de dreiging van de zwarte markt “overdreven” en wordt deze vooral als tactiek gebruikt door de industrie om strengere regelgeving tegen te houden. De IPPR stelt dat er weinig overtuigend bewijs is dat een belastingverhoging op zichzelf spelers massaal naar illegale sites zou jagen.
De Nederlandse realiteit als een waarschuwend voorbeeld
Hier wordt het interessant, want als we de theorie van de Britten spiegelen aan de Nederlandse praktijk, ontstaat een heel ander beeld. Sinds de legalisering van de online gokmarkt in 2021 en de daaropvolgende aanscherpingen – zoals een vergaand reclameverbod en een verhoging van de kansspelbelasting naar 30,5% – worstelt Nederland juist wél met de zwarte markt.
Uit recente rapporten van de Kansspelautoriteit (Ksa) blijkt een alarmerende trend. Hoewel het merendeel van de spelers (ongeveer 91%) trouw blijft aan het legale aanbod, is het juist een kleine groep ‘grote spelers’ die de overstap naar illegale casino’s heeft gemaakt. Dit zijn vaak de spelers die het meeste geld inzetten. Het gevolg is dat de omvang van de illegale markt, gekeken naar de brutowinst, inmiddels wordt geschat op €1,2 miljard – nagenoeg even groot als de legale markt. Deze spelers gokken nu zonder enige vorm van Nederlandse bescherming of toezicht.
Kanalisatie als het gevoelige balansspel
Het kernwoord in het Nederlandse gokbeleid is ‘kanalisatie’. Het doel van de wetgeving is om minstens 80% van de spelers naar het legale, betrouwbare en gecontroleerde aanbod te leiden. In een legale omgeving betalen aanbieders belasting, dragen ze bij aan verslavingspreventie en worden spelers beschermd door strenge regels. Een te hoge belastingdruk bedreigt dit doel direct.
Als legale aanbieders een groot deel van hun winst moeten afdragen, kunnen ze moeilijk concurreren met illegale casino’s die geen belasting betalen. Dit vertaalt zich in lagere uitkeringspercentages (odds) en minder aantrekkelijke bonussen voor de speler. Een speler die puur op zoek is naar de beste deal, zal sneller uitwijken naar een illegale site, zich niet bewust van de risico’s zoals het niet uitbetalen van winsten of het misbruik van persoonlijke gegevens. Het gevolg is een vicieuze cirkel: spelers vertrekken, de legale markt krimpt, de belastinginkomsten dalen en de overheid verliest de controle.
Een les voor twee landen
De discussie in het Verenigd Koninkrijk legt een universeel dilemma bloot. De wens om de winsten van een commerciële sector aan te wenden voor het algemeen belang is begrijpelijk en sympathiek. Echter, de Nederlandse ervaring toont aan dat de gokmarkt een unieke dynamiek heeft waarbij de illegale concurrentie altijd op de loer ligt. Het vinden van de juiste balans is cruciaal.
Een te hebzuchtige overheid kan de legale markt onbedoeld de nek omdraaien, met alle gevolgen van dien. Voordat men in Nederland droomt van een 50%-taks, is het wellicht verstandiger om eerst de huidige kanalisatiegraad te verbeteren en de zwarte markt effectief aan te pakken. Pas dan kan er een stabiele basis ontstaan waarop verder gebouwd kan worden, zonder de speler uit het oog te verliezen.


