Voorzitter Hengelsportvereniging Veenhuizen

‘We hebben afgelopen zaterdag voor het eerst sinds veertien jaar weer een viswedstrijd gehouden voor de jeugd tot en met 12 jaar. Het was echt fantastisch! We bestaan dit jaar 100 jaar, dus het was een goed moment om weer eens iets te organiseren en de visserij weer eens onder de aandacht te brengen bij de jeugd. Wij zeggen weleens gekscherend tegen elkaar: We zijn een uitstervend ras aan het worden met onze rechte hengels. Er waren maar liefst 18 deelnemers. Er vielen behoorlijk wat buien die ochtend, maar wij hadden het geluk dat we ‘s middags daar geen hinder meer van hadden. De kinderen waren ook heel fanatiek hoor. Ze gaan dan ook zeker wel voor de winst. Wethouder Meijer was er ook bij en complimenteerde ons dan ook met de nette manier waarop wij met de vissen omgaan. We vinden het gewoon belangrijk dat de dieren met respect behandeld worden en doen daar dan ook alles aan. Na de wedstrijd hebben we de prijsuitreiking gehouden bij - traditiegetrouw - de patatkraam. Hierbij werden we geholpen door wethouder Meijer en Arnoud van Viking Hengelsport. De hoofdprijs ging naar Huub Kramer. Hij kreeg de wisselbeker mee en een prachtige feederset. Alle andere kinderen gingen ook zeker niet naar huis met lege handen hoor, want ze kregen allemaal nog een patatje en wat te drinken van ons en uiteraard een mooie medaille. Grote verrassing van de dag was zeker wel dat wij een cheque in ontvangst mochten nemen, welke we kregen van de gemeente Noordenveld voor ons 100 jarig bestaan. Dat was was echt fantastisch. We hebben natuurlijk wel gelijk nagedacht over wat we daar nu mee zouden gaan doen en ik denk dat we volgend jaar gewoon opnieuw weer een viswedstrijd voor de jeugd gaan houden. De reacties van afgelopen zaterdag waren zo positief van zowel ouders als kinderen en daar doe je het dan toch voor? Of we verder nog iets gaan organiseren voor ons 100 jarig bestaan? We hebben nog wel gesproken over eventueel een viswedstrijd voor volwassenen na de zomervakantie. Maar dat moeten we nog bespreekbaar maken met iedereen.’



