‘Later ga ik beter voor mijn puppy zorgen, dan voor mezelf’

En dan ineens is er zo’n dolk in je hart. Ik rij naar huis met naast me één van de druk kwebbelende dames als ik aan de andere kant van de straat een moeder met klein meisje zich naar zwemles zie spoeden. Om nou te zeggen dat ik heimwee heb naar die tijd zou veel te ver gaan. Die ondraaglijke warmte daar aan dat bad, in het water een kind wat meer naar mij zwaaide dan dat het zwom en dan daarna het afdrogen en aankleden in een te volle kleedkamer. En toch genoot ik wel met volle teugen van die momenten dat we samen op pad gingen. Dat ik ze met dat warme weer gewoon in zwempak in de auto zette, kleine slippertjes die naast me klepperden op de straat. Voor de terugweg hees ik ze niet altijd in de bij zwemouders onmisbare onesie, maar nam ik ze ook wel eens in pyjama met badjas mee naar huis. Terwijl er naast me eentje onvermoeibaar doorkwebbelt – dat is in elk geval niet veranderd – bedenk ik me hoe snel ze groot worden. Wat hebben we al veel achter ons gelaten. Niet alleen de zwemlessen, maar ook de tweewekelijkse rondjes logopedie, waar de ene – al was ze nog maar vier – er enorm veel plezier uit haalde om alleen het woord poep uit te spreken terwijl de ander ijverig wel enorm haar best zat te doen - , zitten erop. Afgelopen zomer dobberde het drietal soms uren in een zwembad zonder enige hulp nodig. Vaak ging ik toch wel aan de kant van bad zitten, ook om af te koelen in het veel te hete Toscane, en zag ik hoe ze gedrieën het bad onveilig maakten. Echt onveilig werd het niet meer; op mijn niet zo flatteuze einde van de lazy river na – ik ging standaard om met mijn zwemband, wat op veel en hard gelach van mijn dames kon rekenen – hoefde er niemand meer op de kop uit het water getrokken te worden. Naast me is de kwebbeltante meer met haar hoofd bij de toekomst dan bij het verleden waarover ik zit te mijmeren. Nog zo’n grote verandering; ineens voelen ze zich ook echt groot en hebben ze die hand om vast te houden steeds minder nodig. Zij is hardop haar toekomstige huishouden aan het vormgeven. Een villa met bediende zou wel handig zijn, meent ze, en gezien haar gebrek aan inzet om ook maar iets netjes te houden in huis, geef ik haar groot gelijk. Met zo’n bediende hoef ik echt niet meer voor haar te zorgen, bedenk ik me intussen treurig. Zij is alweer met een ander onderwerp bezig: puppy’s. ‘Later neem ik ook zo’n lief klein puppy’tje’, mijmert ze. ‘Zo eentje die helemaal zacht en schattig is. En dan ga ik daar veel beter voor zorgen dan voor mezelf. Maar’, lacht ze naar mij alsof ze mijn bui aanvoelt, ‘dan kom jij wel langs om op mij te letten toch? Of ik ga gewoon lekker bij jullie in de tuin wonen. Ben je lekker dichtbij.’



