Jan Veenstra

ALTENA - Sommige Noordenvelders zijn gewoonweg met “geen pen te beschrijven” en in een gesprek met hen heb je dan vaak ook geen woorden tekort om hen in deze rubriek neer te zetten. Jan Veenstra is daar één van, hij heeft al in diverse woningen gewoond in Noordenveld, maar zijn plekje in Altena beschrijft hij nu wel als ‘zijn laatste plekje’. En wanneer je om je heen kijkt, snap je dat ook meteen. In de dorpskern van Altena, in een twee-onder- één kap staan maar liefst zes trekkers, twee mestwagens, één caravan, twee landbouwmachines en een hok voor paarden. Waar vind je dat tegenwoordig nu nog?
Een warm welkom door hond Nero en zijn baasje Veenstra. ‘Bang voor honden?’ vraagt hij. Nee hoor is het antwoord. ‘Loop dan maar door en geef hem maar gewoon een aai over zijn bol, dan is het goed.’ En dat blijkt. De hond loopt gewillig mee, maar maakt met zijn lengte en hoogte toch best wel indruk. ‘Ik heb hem opgehaald als pup uit Grou en trof hem daar al gemuilkorfd aan. Het eerste jaar was ook best pittig met hem, want hij luisterde niet en viel mensen aan,’ zegt Veenstra. Nu bijna negen jaar later zijn ze beste vrienden en kan Veenstra “lezen en schrijven” met de hond. Ze hebben dan ook een standaard ochtend ritueel samen. ‘Eerst een bakje koffie hier onder de overkapping, een woordzoeker erbij, ik sta geregeld bij de Primera op de stoep, en daarna wordt er geknutseld of geklust.’
De roots van Veenstra liggen in Norg, geboren tegenover de Vluchtheuvel, samen met nog drie broers en later nog een zusje. Het gezin verhuist nog een keer naar de rand van Norg en later naar Langelo in een klein boerderijtje, vlakbij de kroeg aldaar. Zijn vader was altijd in dienst bij meerdere boerderijen die vooral gericht waren op akkerbouw en werd later boswachter. ‘De grootste stropers werden boswachter toentertijd,’ zegt hij lachend. Het gezin kwam in die tijd ook veelal rond van ruilhandel. ‘Mijn ouders waren op dat gebied altijd erg creatief,’ aldus Veenstra. Op zijn negentiende verlaat hij het ouderlijk huis en komt in Roden terecht. Hij bewoond daar huizen in de vijfde Verloting, de Bakkerstraat, Ceintuurbaan en eindigt uiteindelijk in eerste instantie in Lieveren. ‘We hebben daar ons eigen huis gebouwd, mijn vriendin en ik en kregen twee kinderen, maar het ging verkeerd. Ik moest weg en heb mijn kinderen sinds 1991 niet meer gezien.’ een emotie is moeilijk af te lezen aan het gezicht van Veenstra, maar zoiets gaat je natuurlijk niet in de koude kleren zitten. Veenstra gaat terug naar Roden, eerst naar de Stinsenweg en later naar de Boskamp. Helaas moet hij na enkele jaren ook daar weg in verband met de renovering van de huizen. Er wordt naarstig gezocht voor hem naar een geschikt plekje, welke hij dus vindt in Altena.
Inmiddels dus al acht jaar hier in Altena, en nogmaals, ‘Zijn plekje’ al is er in de tussentijd óók nog een hunkering geweest naar Zweden. ‘Alles hier in Nederland is zo duur en ik slik best veel medicatie. Zweden is daarin veel makkelijker én goedkoper, maar dan ben ik natuurlijk wel alleen.’ Hij heeft een goeie band met zijn buren blijkt daar dan wel uit en hij heeft ook veel aan hen. De overkapping naast het huis waar het gesprek plaatsvind, heeft hij gebouwd met de overbuurman en is een plek waar hij graag zit. ‘ Ik begin hier de ochtend en vaak komt er dan wel iemand langs en zitten we hier koffie te drinken. In de winter verhuis ik naar de schuur, waar een kachel staat en snijd ik graag een worstje aan en gaat het gesprek daar verder met een ieder,’ zegt Veenstra.
Op de oprit dus plaats voor wel tien auto’s, maar op dit moment staan daar alleen een trekker en zijn auto. ‘Ik wil nog heel graag weer een keer een sportwagen, mercedes, had ik aan de Boskamp ook, maar dan moet ik nog wel even sparen.’ In de tussentijd vliegen er vlakbij drie buizerds over. ‘Daar kan ik ook zo van genieten,’ zegt Veenstra. Wanneer ik binnen zit, zitten hier veel vogels bij het vogelhuisje, soms wel twintig en die buizerds hebben een nest hier vlakbij en leren hun jong dus nu vliegen.’
Hij zit dus “op zijn plek”. Hij heeft hier alles wat zijn hartje begeert: leuke buurt, ruimte voor zijn hobby’s en zijn paardje, die nu huist in Steenbergen en onderdak. ‘Wat wil een man nog meer.’


