‘Het oorspronkelijk doel van het huis is nooit verloren gegaan’

RODEN - Wie over de Maatlanden rijdt, komt er langs, B&B De Zulthe. Het statige, monumentale pand is dit jaar, op 2 mei, precies honderd jaar geleden officieel geopend. Tot ongeveer 1953 heeft het pand gediend als kinderherstellingsoord en sinds 25 jaar is het in het bezit van Tiny de Groot. Het pand heeft in al die jaren een grondige verbouwing ondergaan en functioneert al 21 jaar als B&B. ‘Tijdens de verbouw heb ik alleen tegen de aannemer gezegd dat hij de drempel bij de keuken niet mocht vervangen. Deze was duidelijk ingesleten, maar stond voor mij symbool voor al die kleine kindervoetjes die hier ooit binnen waren geweest’, legt ze uit. De B&B staat inmiddels, sinds september, officieel in de verkoop. ‘Het is tijd voor wat meer rust’, haalt ze aan.
Ze wordt geboren in Soest, in een witte boerderij, in het bos. ‘Pas veel later kwam ik er zelfs nog achter dat de bewoners voor ons, in die boerderij een pension hadden gehad. Bijzonder toch? De Zulthe is ook wit, staat in het bos en dient als pension. Het moest kennelijk zo zijn’, lacht ze. Het zorgen voor mensen zit haar in het bloed en al op jonge leeftijd komt ze daarachter. ‘Een vriendinnetje van mij woonde vroeger in een herenhuis in Baarn. Intern woonden daar zes ouderen, waar haar ouders voor zorgden. Er werd voor ze gewassen, gekookt. Ik zei toen al: dat wil ik later ook. Het is eigenlijk een mix geworden dus.’ Ten tijde van betrekken van De Zulthe is ze nog werkzaam in de thuiszorg en draagt de zorg voor haar zes kinderen. ‘Er woonden nog vier kinderen thuis toen ik besloot de B&B op te starten, naast mijn baan. Dat was best pittig, maar ik haalde er wel heel veel voldoening uit. Ik deed wat ik het liefst en dat was zorg dragen voor iedereen.’ Zowel voor mijn kinderen, als voor de mensen bij ik werkte en daarnaast dus ook de gasten van de B&B.’ En aan haar gezicht is ook duidelijk af te lezen, dat ze daar gelukkig van werd. In die tijd gaat ze zich ook verdiepen in de geschiedenis van De Zulthe en haar bewoners. Er verschijnt een boekwerk op tafel met daarin documentatie van het Drents Archief en ze laat enkele foto’s zien die Oud Roden deelde via de socials. ‘Dit vind ik een heel mooie foto’, zegt ze. Op de foto staat een groepje mensen bij de voordeur van het huis. ‘Dit is wethouder Deodatus. Hij heeft het kinderherstellingsoord, 100 jaar geleden, laten bouwen. En de dame in het witte schort, dat is zuster Talens, zij was de hoofdverpleegster. Deodatus kwam op het idee toen hij een Weens meisje in huis nam en zag dat zij opknapte door, met name de gezonde buitenlucht van het bos. Hij besloot dat hij dat meer kinderen gunde. Het mochten geen bedlegerige kinderen zijn, maar bijvoorbeeld kinderen met beginnende tuberculose of astma en bloedarmoede. Wanneer ze dan voldoende aangesterkt waren, gingen de kinderen weer naar hun ouders. Dit kostte toen 5 gulden per dag, wat in die tijd veel geld was hoor.’ Het gebouw werd ontworpen door architect Hillebrands, uit Nietap. ‘Zijn dochter heeft hier een tijd geleden ook een keer gelogeerd en vond het heel bijzonder dat dit het werk van haar vader was. Ze herkende namelijk in eerste instantie zijn handtekening hierin helemaal niet. De bouw was anders als wat zij van zijn werk gewend was, praktisch en degelijk.’ Evenals de vele kinderen die wethouder Deodatus hier weer aangesterkt en blij zag vertrekken, ziet ook de Groot haar gasten graag op die manier vertrekken. ‘Er zijn ook veel gasten die weer terugkomen, dan weet je dat je het goed hebt gedaan’, zegt ze genietend. ‘Een gast zei ooit eens tegen mij, met in het achterhoofd het kinderherstellingsoord: Het oorspronkelijke doel van het huis is nog steeds niet verloren gegaan. Prachtig toch? De verkoop van het pand valt haar zwaar, maar inmiddels zijn ze er ook al twee jaar mee bezig en daarmee heeft ze het al wel een plekje kunnen geven. ‘Het wordt ook gewoon tijd om het rustiger aan te doen. We zitten nu ook nog op een leeftijd dat we nog iets kunnen ondernemen.’ Voor de foto loopt ze via de openslaande deuren, aan de voorzijde van het huis, naar buiten waar inmiddels een heerlijk zonnetje schijnt. ‘Dit is mijn favoriete plekje, hier op dit bankje, onder het keukenraam en kijkend naar de bloeiende krentenboom’, en daarbij fleurt haar gezicht op. Toch wordt de locatie nog gewijzigd en wordt gekozen voor dezelfde plek als van haar favoriete foto, genomen 100 jaar geleden, bij de voordeur.




