Eltjo Boon over werken in de afvalverwerking: ‘Het was een gouden tijd!’

RODEN - Het zonnetje schijnt en een vrolijke labradoodle-pup loopt heerlijk heen en weer te rennen in de voortuin. Er volgt een enthousiast onthaal van de pup en een begroeting van de Noordenvelder van deze week: Eltjo Boon. ‘De pup is acht maanden, ze heet Nell en luistert alleen maar naar mijn vrouw’, zegt hij met een glimlach. Boon is een man die liever onder de radar blijft, maar is in deze bereid om de lezers een kijkje in zijn leven te geven.
Hij woont al heel zijn leven in Roden, waar hij zijn basisschooltijd doorloopt. Vervolgens naar de middelbare school in Leek en daarna studeren in Groningen. ‘Ja, eigenlijk niet zo bijzonder, hè?’ zegt hij. ‘Ik heb gekozen voor een studie Milieutechnologie, maar dat is echt niet altijd mijn eerste keuze geweest hoor. Dit was meer een keuze, omdat ik niet goed wist wat ik wilde studeren. Als klein jongetje zei ik altijd dat ik verpleger wilde worden of meester. Ik ben ook naar die opleidingen geweest hoor, toen er kijkdagen waren. Alleen besefte ik op dat moment gewoon heel sterk: wil ik dat werk ook wel 40 jaar doen?’ Hij vindt het nog steeds twee prachtige beroepen en toen hij vorig jaar in het ziekenhuis lag, kwam dat gevoel ook wel weer naar voren. ‘Toch heb ik nooit spijt gehad van de keus die ik toen heb gemaakt. Ik kwam na mijn afstuderen uiteindelijk terecht in de afvalverwerking en dat heb ik echt ervaren als een gouden tijd!’ Hij beseft zich dat de sector afvalverwerking klinkt als een saaie sector, maar dit heeft hij nooit zo ervaren. ‘Er was toen al heel veel ontwikkeling binnen de sector en dat boeide mij wel. Ik kwam eerst terecht bij de VAM, een afvalverwerkingsbedrijf in Wijster. Toen er op een gegeven moment een bedrijf te koop kwam in Almelo, heb ik dat samen met een compagnon gekocht. Dit was ook een bedrijf in afvalverwerking, maar dan meer in de verwerking van minerale grondstoffen. Een heel technisch verhaal, zal ik je niet mee vermoeien, maar ook dat was een sector die heel erg in ontwikkeling was.’ Van zijn 31ste tot zijn 48ste is hij veel in Twente en speelt daar ook een groot deel van zijn leven zich af. ‘Ik was een halve Tukker’, zegt hij met een glimlach, ‘maar ik heb nooit de behoefte gevoeld om daar te gaan wonen.
Vijf jaar geleden verkochten ze het bedrijf en dat was het moment waarop hij ook tegen zichzelf zei: ‘En nu ga ik alles doen wat ik leuk vind.’ Realistisch? ‘Ik was in theorie met pensioen, maar stilzitten was niet mijn intentie hoor. Ik pak nu projectmatige klussen op binnen de sector van afvalbewerking en wat ik ook heel erg leuk vind, is het begeleiden van startende ondernemers. Maakt niet uit in welke sector. Ja, de wereld van afvalverwerking blijft mij boeien. Het is ook een heel dynamische wereld. Er is ooit weleens tegen mij gezegd: wanneer je in deze wereld terechtkomt, ga je er niet meer uit. Nu, dat blijkt dus wel.’ Vervelen doet hij zich dus zeker niet. Hij heeft zelfs vanaf deze week alweer een nieuwe klus! ‘Mijn vrouw wil graag een nieuwe website voor haar bedrijf en ik denk dat ik dat zelf wel kan’, zegt hij met enige vastberadenheid. Zijn ervaringen in de afvalbewerking hebben er vorig jaar ook voor gezorgd dat hij gevraagd werd voor de Adviesraad Duurzaam Noordenveld. ‘Een oud-collega van mij zat in de adviesraad en stopte ermee. Hij vroeg toen of ik het van hem over wilde nemen. Daar heb ik niet lang over na hoeven denken en meteen ja gezegd. Mijn grootste motivatie? Ik vind verduurzamen gewoon heel belangrijk. Het is iets wat we met elkaar serieus moeten nemen, maar we moeten er ook niet in doorslaan. Er is veel innovatie, ook in de milieuwereld. Mijn mening is dat onze generatie en die van onze ouders daar niet zo zuinig mee om zijn gegaan. Het is fijn dat ik daar nu aan bij kan dragen om het weer de juiste kant op te helpen. We komen één keer per maand van de adviesraad bij elkaar en geven advies op beleidsstukken. Ik vind dat de gemeente dat goed oppakt.’
Naast het vervullen van deze functies heeft hij ook nog twee hobby’s, waar hij veel voldoening en plezier uit haalt. ‘Ik zit nu al bijna 17 jaar bij toneelvereniging Atovero en daarnaast ook al 10 jaar bij Zangkoor Shipmates. Toneel is van oktober tot maart en ik zeg weleens gekscherend: dat helpt mij de winter door. Het zangkoor, tja, dat komt van mijn vader. Hij was werkzaam in de gehandicaptenzorg. Zij hebben voor de opening van hun woonvoorziening in Roden toentertijd een optreden gegeven met bewoners, vrijwilligers en een aantal ouders. Dat beviel zo goed dat ze ermee door zijn gegaan. Ik ben daar samen met een paar kameraden een aantal jaren geleden bijgekomen om wat verjonging aan te brengen in de groep.’ Van alle markten thuis, deze man, dat blijkt wel.



