Gezelligheid op het terras met Janet Hamstra-de Vries

Afbeelding
Cobie Witteman
Noordenvelders Noordenvelders

RODEN – De eerste zonnestralen van het jaar breken door en de terrassen lopen langzaamaan weer vol, deze middag. Zo ook bij Onder de Linden in Roden, waar de Noordenvelder van deze week haar laptop dichtklapt en besluit ook wat zonnestralen mee te pakken. Janet Hamstra-de Vries, eigenaresse van Onder de Linden, is een geboren Friezin, maar voelt zich na acht jaar een echte Noordenvelder. ‘Onder de Linden hoort bij dit dorp,’ zegt ze terwijl ze naar de gevel kijkt.

Ze wordt geboren in Kollum en verhuist als vijfjarig meisje met haar gezin naar Burgum. Een gezin met drie meiden, waarvan zij de oudste is. ‘Toen ik werd geboren, lag mijn moeder lange tijd in het ziekenhuis. Mijn oma, beppe Tryntsje nam in eerste instantie de zorg voor mij op zich. Die tijd heeft mij, denk ik, grotendeels gevormd. Ik heb de eerste periode met mijn moeder gemist, een tijd die als kind heel belangrijk is.’ Terugkijken in de tijd, het verleden koppelen aan het heden. Het is iets wat steeds vaker op haar pad komt. Ze heeft mooie herinneringen aan haar jeugd, maar kent ook tijden waarin ze op zoek was naar zichzelf, beseft ze nu. ‘Ik heb het goed gehad thuis, maar groeide ook heel beschermd op. Daarbij speelde de geloofsovertuiging bij ons thuis een grote rol.’ Normen, waarden en respect kreeg ze mee, iets waar ze vandaag de dag nog veel aan heeft, zegt ze met liefde.

Ze is jong wanneer ze vanaf de middelbare school moet kiezen voor een vervolgopleiding. ‘De opleiding die ik destijds wilde volgen, was elders in het land. Mijn ouders zagen dat niet zitten, ook omdat het financieel niet eenvoudig was. Dat begrijp ik nu beter dan toen.’ In die tijd is ze voor het eerst zes weken van huis. Ze kan goed zwemmen en vertrekt naar Amerika, eerst voor een wedstrijd en vervolgens om daar enige tijd te verblijven. ‘Ik was zestien, denk ik. Toen ik terugkwam, herkenden mijn ouders mij bijna niet meer. Dat was voor hen moeilijk, maar voor mij was het een eyeopener. Voor het eerst voelde ik hoe het was om vrij te zijn en dat inzicht nam ik mee naar huis.’ Het klinkt rebels, maar dat was ze niet. Als oudste was ze er voor haar zusjes en voelde ze dat ze het goede voorbeeld moest geven. Ze droeg veel verantwoordelijkheid, was creatief, maakte graag muziek en hield van verkleden. ‘Ik was ook gek op sprookjes.’ Ze herinnert zich nog een citaat van Walt Disney: Als je het kunt dromen, kun je het ook doen. Haar blik dwaalt even af, maar is ook weer snel in het hier en nu.

Ze kent jaren waarin ze in de liefde gelukkig is, maar ook periodes waarin ze haar weg niet kan vinden. Wanneer ze in 2017 haar man Anton ontmoet en een relatie met hem krijgt, voelt het goed. ‘Hij is mijn thuiskomen.’ Vanaf dat moment komt haar zelfontwikkeling in een stroomversnelling. ‘Veel mensen kennen mij als zakenvrouw. ‘Die basis komt uit mijn opleiding en mijn tijd in de financiële dienstverlening.’ Wat minder mensen weten, is dat ik hoogsensitief ben. De afgelopen jaren heb ik mijzelf beter leren kennen en blijf ik mij ontwikkelen, samen met de mensen om mij heen.’

Geen hart van steen, maar een hart dat altijd openstaat voor anderen, al kent ze inmiddels haar grenzen. ‘Iedereen kan bij mij terecht, maar ik neem het niet meer mee naar huis,’ zegt ze vastberaden. Op dit moment kijkt ze hoe ze zelf een stapje terug kan doen in de zaak, zonder los te laten. ‘Ik ben nog lang niet klaar met Onder de Linden. We hebben het teruggebracht naar de kern, op onze manier. Nu wil ik het zo neerzetten dat het goed blijft draaien, ook wanneer ik minder op de voorgrond sta. Dat vraagt vertrouwen in het team.’ Tegelijkertijd schrijft ze aan haar eigen boek. Waar het precies over gaat, houdt ze nog voor zich. ‘Schrijven helpt mij om stil te staan bij wat mij gevormd heeft.’ De wens om later samen met Anton meer rust te zoeken is er, maar niet vanuit afscheid. ‘Onder de Linden hoort bij Roden. En Roden hoort bij mij.’ En dat ze hier terechtkwam? ‘Misschien is dat zaadje ooit al geplant tijdens de Kollumerkaasdagen, toen ik op de versierde wagen zat als Sien, met mijn neefje als Ot.’

UIT DE KRANT