Noordenvelder; Jeanet Suurd

Afbeelding
Cobie Witteman
Noordenvelders Noordenvelders

RODEN - Wie zegt: Warenhuis De Vries, die zegt: Jeanet Suurd. Maar liefst 18 jaar was ze werkzaam in de winkel van Geert en Tineke de Vries. Nu het 80-jarig bestaan dit jaar gevierd wordt, kijkt ze terug op al die jaren dat ze er werkzaam was. En aan haar gezicht is al duidelijk af te lezen dat dit voor haar heel fijne jaren zijn geweest. ‘Het was een prachtige tijd die ik daar heb gehad’, zegt ze. 

De bel is overbodig bij de voordeur, want hondje Zara heeft allang aangegeven dat er bezoek is. ‘Ja, handig, hè’, lacht ze. ‘Dit is Zara en ze blaft wel, maar ze doet echt niets hoor.’ Het hondje kijkt haar aan, merkt dat het bezoek welkom is en neemt weer haar plekje in op de bank. ‘Ze komt uit een nestje uit Roemenië. Na het verlies van onze hond wilden we eerst eigenlijk geen hond meer, maar ik begon het wel te missen. Toen ik uiteindelijk een hondje voorbij zag komen op de socials kon ik het dan ook niet laten om erop te reageren. Wat bleek? José de Vries kende de mensen van wie het hondje was en wist dat er puppy’s onderweg waren. Ze heeft mij met hen in contact gebracht en toen ik ze zag, was ik verkocht.’ Ze kijkt even over haar schouder naar Zara. ‘We zijn uiteindelijk met twee hondjes vertrokken toen we ze hadden gezien. Zara lag namelijk in de mand samen met hondje Tommie. Die was een jaartje ouder, maar ze waren onafscheidelijk. We konden het gewoonweg niet over ons hart verkrijgen om ze uit elkaar te halen. Helaas is Tommie vorig jaar overleden’. En aan haar gezicht is duidelijk af te lezen dat haar dat nog steeds raakt. ‘Ja, dat het dan nu net José de Vries moest zijn die mij erop attendeerde. Bijzonder toch? Het moest zo zijn, denk ik.’ 

En daarmee is ook meteen het bruggetje geslagen naar de familie De Vries. ‘Ik was veertien en zat op de huishoudschool. We moesten stagelopen en drie voorkeuren aangeven bij de leerkracht. Mijn nummer één was Warenhuis De Vries en als tweede had ik Bakkerij van Esch opgeschreven. Die derde weet ik zo niet meer. Waarom De Vries? Dat weet ik eigenlijk niet zo goed. Het was nu ook niet zo dat ik er vaak kwam vroeger. Al kan ik mij nog wel herinneren dat oma De Vries in haar winkeltje sieraden had. Dat vond ik wel heel interessant.’ Als veertienjarig meisje stapt ze dan over de drempel om vervolgens achttien jaar lang daar te gaan werken. ‘Ik kon er altijd terecht! Ieder uurtje dat ik maar vrij had, was ik te vinden bij De Vries. Er was altijd wel wat te doen. Veel verschillende werkzaamheden en je hoorde er ook gewoon bij. Dat gaf zo’n fijn gevoel. Geert noemde mij ook wel eens gekscherend zijn derde dochter’, zegt ze trots. 

Op de tafel liggen nog enkele oude foto’s uit die tijd. ‘Kun je je dit nog herinneren? De kassa direct bij de ingang? En kijk, op deze foto, sta ik met iemand die toen iets gewonnen had. En die trap! Ja, daar staan heel wat voetstappen van mij op. Boven was namelijk onze opslagruimte. Ook daar mocht ik graag zijn, want wanneer het dan een keertje iets rustiger was, ging ik daarheen en alles lekker sorteren en opruimen.’ Toch waren dat schaarse momenten, die rustige momenten, want het warenhuis was een populaire winkel in de regio. ‘We gingen ‘s ochtends om negen uur open en dan stonden de eerste klanten al voor de deur, hoor. Dan was het dus ook meteen druk en dat was niet altijd even handig, want wi hadden eerst ‘s ochtends altijd heel veel werk van het buitenzetten van verkoopwaar. Geert vulde het liefst de hele stoep!’ En met de gedachte daaraan komen er dan ook steeds meer herinneringen naar boven. Van Geert en zijn functie bij de vrijwillige brandweer tot aan het gekibbel van Geert en Tineke. Maar ook de herinneringen aan de periode voor Sinterklaas en Kerst. ‘Dat waren prachtige tijden. De meesters en juffen kwamen bij ons om de cadeaus te kopen voor de leerlingen. Dat deden ze dan ‘s avonds en dat was altijd heel gezellig, met een hapje en een drankje erbij. Ook kerst kon ik enorm naar uitkijken. Iedereen werd dan opgetrommeld om samen de kerstafdeling te vullen en als dat dan klaar was, gingen we gezellig met elkaar uit eten.’ 

Niets dan warme herinneringen heeft ze aan haar tijd daar. ‘Het is gewoon het mooiste wat er is: werken in een winkel. Ook nu ervaar ik dat weer sinds ik bij Rijpma Lingerie werk. En bijzonder hierin is zelfs dat ik werk tegenover het huis waar ik ben geboren en waar mijn vader een kapsalon had en mijn moeder een hengelsportzaak.’ 

UIT DE KRANT