‘De wezen hebben hun naam terug’ - de Ongenode Gast is bij de onthulling van het wezenmonument in Veenhuizen

De parkeerinstructies eenmaal aangekomen op de Eikenlaan in Veenhuizen liegen er niet om, dus er worden blijkbaar heel wat mensen verwacht. ‘150 man!’, laat de begeleider weten en inderdaad, even verderop in het weiland van de familie Riedstra, staan heel wat stoeltjes en hooibalen klaar. Op het podium oefent het Van Baerle Trio; schrijfster Patricia Snel loopt onrustig heen en weer. Helemaal aanspreekbaar is ze op dit punt van de dag nog niet, maar: ‘ik ben blij dat de namen van de wezen die hier liggen tot in de eeuwigheid vastgelegd zijn.’
We zijn hier voor de onthulling van een monument voor de wezen van het derde gesticht. In 1824 kwamen de eerste wezen in Veenhuizen aan, waar destijds een experiment startte onder de Koloniën van Weldadigheid. Velen stierven een eenzame dood en wachtte een groot anoniem graf. Tot vandaag dus.
Patricia Snel gaf de wezen in haar boeken ‘de vondeling van Veenhuizen’ en de wees van Westerbeek’ een stem en nam lezers mee terug naar die harde jaren in het dorp. Ze raakte verbonden met de wezen en hun lot en een lezing van haar in de lokale penitentiaire inrichting Esserheem deed het balletje naar een monument rollen. Een van de gevangenen schreef de directie daarna een brief met een idee om het monument te ontwerpen en te realiseren.
Rudy Sinnema, directeur van de Esserheem, vertelt dat hij niet op elk verzoek ingaat, maar voor deze wel voelde. ‘De gedetineerden voelden parallellen met hun eigen leven en dat van de wezen’, vertelt hij. ‘Op de eerste wijk, de boerderij die het middelpunt is van Veenhuizen, werken nu nog altijd mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt en de maatschappij. Ook de gedetineerden van nu moeten na hun verblijf in dit dorp weer re-integreren en net als de wezen hebben zij daarbij een stempel en lukt dat niet altijd goed. Het voelt goed dit eerbetoon te realiseren’, vindt hij. ‘Wij staan niet los van het dorp.’
Eén van de gedetineerden die aan het monument heeft gewerkt, is ook aanwezig. Hij noemt het een eerbare klus, waar hij met liefde aan gewerkt heeft. Productiecoördinator Marcel Meijer beaamt dat. ‘Heel mooi dat de jongens hieraan mochten werken. Ze hadden direct een duidelijke visie: het moest een turfwagentje worden, want daar hebben de wezen veel mee gewerkt. Er is veel contact geweest met het Gevangenismuseum om de exacte maten te benaderen.’ Het monument is uitgevoerd in roestvrijstaal. ‘We proberen de jongens met een erkend diploma in lassen weer naar buiten te laten gaan.’
Peter Bos, gids in Veenhuizen, heeft er weer een nieuw monument bij om langs te gaan. ‘Ik laat niet alles zien hoor’, haast hij zich te zeggen, ‘als ik alle gebouwen binnen zou gaan, ben ik morgen nog niet klaar.’ Hij vindt het mooi dat het grote publiek met dank aan het Pauperparadijs en bijvoorbeeld de boeken van Patricia kennismaakt met de geschiedenis van het dorp. ‘De wezen neem ik altijd mee in mijn verhaal’, vertelt hij. Mooi dat de namen nu op het monument staan.’ Zijn collega Rien Vijver hielp mee om deze boven water te halen. Onder leiding van Wil Schackmann - hij schreef o.a. de Kinderkolonie over Veenhuizen - is er 1,5 maand hard aan gewerkt. De grootste uitdaging: ‘de ongelooflijke slordigheid waarmee er in de 19e eeuw gewerkt werd. De burgemeester van Norg had bijvoorbeeld de gewoonte om namen te verdrentsen.’
Het resultaat mag er zijn, maar wordt pas onthuld na een uitgebreid programma. Het eerder genoemde Van Baerle Trio speelt daarin een hoofdrol met prachtige muziekstukken uit de tijd van de Koloniën van Weldadigheid. Bijzonder detail: cellist Gideon den Herder blijkt af te stammen van wees Willem, die een grote rol speelt in Patricia’s boek. Na toespraken van haar en Sinnema, laat ook burgemeester Klaas Smid weten grote sympathie te hebben voor het initiatief. Voor de officiële toespraak liet hij de Ongenode Gast al weten ook na zijn pensioen nog geregeld door Veenhuizen te willen fietsen. Dat het dorp met weer een monument te veel bezoekers kan verwachten, loopt volgens Smid nog geen vaart. ‘Het is nog geen Openluchtmuseum en ik zie hier nog geen Giethoorn-achtige toestanden.’
Het is gewoon een eerbetoon aan die wezen. Prachtig uitgevoerd in rvs mét alle 2284 namen erop. De wezen hebben hun naam terug; hun bestaan is gekend.




























