Magie van natuurlijk blauw

Afbeelding
Foto:
Puur natuur

Ik struinde door een vochtig, geurend herfstbos. De bladeren waren in prachtige kleuren veranderd: geel, oranje en rood. Maar mijn aandacht werd getrokken door iets blauws bij een dode boom. Het bleek een paddenstoel, een jonge kopergroenzwam. Kopergroen? Voor mij was hij mooi blauw, met een schitterende glans die de herfstzon weerkaatste. Even verderop ontdekte ik een knalgele slijmzwam en nog iets verder een zachtgele sponszwam. En in de schaduw van de bomen stond een knalrode vliegenzwam. Wat een geweldige kleurenpracht dacht ik bij mezelf.

Mijn gedachten gingen terug naar de momenten dat ik als excursieleider basisschoolkinderen meenam op ontdekkingstochten. Ik had altijd een stapel kleurstroken bij me, afkomstig uit de doe-het-zelfwinkel. Elke kleur was een uitnodiging om op zoek te gaan naar iets vergelijkbaars in de natuur. “Zoek iets dat deze kleur heeft,” zei ik dan. De kinderen waren altijd enthousiast als ze de kleur vonden. Het maakte niet uit welke kleur ik uitdeelde, of het nu groen, rood, geel, paars of zelfs blauw was; de kinderen vonden altijd wel iets dat paste. Wat me opviel, was hun enthousiasme. “Ik heb ‘m gevonden!” hoorde ik regelmatig door het bos galmen. Het was een opdracht dat hen leerde om goed te kijken, te ontdekken en te leren. Het was niet alleen een zoektocht naar kleuren, maar ook een ontdekking van de diversiteit om ons heen. Zo groeide hun liefde voor de natuur.

Blauw bleek een lastige kleur. Na wat speur- en leeswerk schijnt dit de minst voorkomende kleur in de natuur te zijn. Ik kan inderdaad minder voorbeelden uit de natuur noemen dan andere kleuren. Ik ken een aantal blauwe insecten zoals de mestkever, blauwe vliegen, weidebeekjuffer en vlinders. Een aantal vogels zoals de blauwborst en ijsvogel. De wilde heikikker in het voorjaar en natuurlijk een aantal bloemen zoals de vergeet-mij-niet en gentiaan. Ik lees vervolgens dat de kleur blauw bij zoogdieren helemaal niet voorkomt, behalve Mandrilapen. Daar had ik nog niet eerder bij stil gestaan. In de natuur vind je wel veel warme, aardetinten zoals groen, rood, oranje, geel en bruin. Maar als je goed om je heen kijkt, zie je dat blauw toch wel aanwezig is.

Waarom de kleur blauw zo weinig in de natuur voorkomt? Er zijn verschillende redenen. Ten eerste blijkt blauw een kleur die moeilijker te maken is. Veel kleuren in de natuur komen van pigmenten, dat zijn stofjes die kleuren geven. Voor planten en bloemen zijn er eenvoudigere pigmenten die rood, geel of groen kunnen maken. Daarnaast komt blauw in de natuur vaak door structuren in plaats van pigmenten. Denk bijvoorbeeld aan de blauwe lucht en het blauwe water. Ze zijn niet blauw vanwege pigmenten. De lucht lijkt blauw door de manier waarop het zonlicht zich verspreidt. Het blauwe licht wordt beter verspreid dan andere kleuren, waardoor we de lucht als blauw zien. Ook sommige vogels, zoals de blauwborst, blijken geen blauw pigment te hebben lees ik. Hun veren zijn op een hele speciale manier opgebouwd, waardoor ze er blauw uitzien als het licht erop valt. Dat noemen we ‘irisatie’. Door hele kleine structuren in hun veren of schubben breekt het licht op een speciale manier, waardoor we blauw zien. Hoe wonderlijk is de magie van blauw?

Tijd om de warme jas weer aan te trekken en op pad te gaan voor een wandeling door het herfstbos. Kijk goed om je heen en laat je verrassen door de prachtige bostinten. Misschien vind je wel iets blauws, net zoals ik die paddenstoel vond. Blijf ontdekken, want de kleurenpracht in de natuur is eindeloos.

Andre Brasse – Puur Natuur – oktober 2024

Afbeelding

UIT DE KRANT