Avondvierdaagse dag drie: muzikale verrassingen en welgemeend applaus

De Avondvierdaagse Roden heeft dag drie erop zitten. Ook dit keer liep Maria Wijnands mee met haar dames:
We zijn toe aan dag 3 en dat is er vaak wel eentje van ‘bij zijn is mee maken’. De route voert door het dorp, we lopen dwars door gebouwen en worden verrast met muziek. Tel daarbij het welgemeende applaus in Vasalis en de Hullen op en je begrijpt: we lopen op wolkjes.
Zo ver is het nog niet. Eenmaal uit school is het wel duidelijk dat elke avond wandelen bij de jongste twee zijn tol begint te eisen. De ene is ronduit niet te pruimen en reageert dat bij voorkeur af op de andere, waardoor ook die steeds minder gezellig wordt. Oudste dochterlief heeft nergens last van, die is gevlucht naar de manege, want ondanks de vijf kilometer sjouwen elke avond, moet het paardrijden gewoon doorgaan. Ik installeer mijn tweelingdames samen op bank – elk in een eigen hoek – en probeer zelf het hoognodige werk te verzetten. Met het vooruitzicht dat de snoepvoorraad ietwat ingeperkt wordt, omdat we op de donderdagavond meestal ook een ijsje krijgen, wordt er serieus goed gegeten aan tafel. En het humeur is ook weer zienderogen bijgetrokken.
Mijn voeten iets minder, dus de wandelschoenen aan de kant en sneakers ‘it is’ voor vanavond. ‘Ik kan hier ook zeker een uur op winkelen, dus een uur wandelen moet ook lukken’, meld ik manlief. ‘Dat weet ik’, voegt hij er veelbetekenend aan toe. Eenmaal in de sporthal krijg ik het toch benauwd. Hoogmoed komt voor de val. In de wc plak ik preventief blaarpleisters op de hakken en ik vermoed dat dat een hele goede zet was.
Ik moet nu eerst even iets rechtzetten: die 10 kilometer-lopers namelijk, starten vooraan. Gisteren meende ik te constateren dat het lastig is uit de stoet te komen en dat dat voor die ‘doorlopers’ wel heel vervelend moet zijn, maar zij worden dus een beetje geholpen. Bij deze: volgend jaar met zijn allen die 10 kilometer. In ons huishouden zijn de meningen nog verdeeld. Oudste dochterlief lijkt er stiekem al wel voor te gaan, maar zij en de prépubers met wie ze loopt, maken nogal wat extra metertjes. Zo zijn we nog maar koud onderweg als ze de manege in verdwijnen om een dikke tien minuten later letterlijk ‘met het zweet op de kop’ weer aanhaken bij ons.
De route kunnen we redelijk dromen, maar het blijft leuk om weer door de kerk en het Scheepstra Kabinet te lopen. Vorig jaar wachtten de ijsjes al bij VV Roden, dus op dit punt worden de dames wat gespannen of die ijsjes wel écht komen. Maar bij de Albert Heijn staan karren vol klaar die enthousiast worden uitgedeeld. Ook fijn: plasticjes verdwijnen hier en masse in de verzamelzakken. Dan duiken we het gemeentehuis in. We treffen Wouter Meertens bij de ingang en hij is niet het enige bestuurslid die voor deze dag een beter plekje dan in de sporthal heeft ingenomen. Eerst nog langs de personeelskantine en allerlei werkkamers en even een pauze bij het Shantykoor. Gezellig hoor al die verrassingen onderweg.
Op de Albertsbaan vinden we Popkoor Puur én Anita van Hulst. Zoals ik al zei: menig bestuurslid zocht deze avond een beter onderkomen dan de sporthal. Anita heeft een topplekje bemachtigd en geniet met volle teugen van de muziek. Wij genieten even mee en ook fijn: ze vereeuwigt mij nog even voor het thuisfront. Manlief is de bezemwagen en achterwacht en wordt via updates op whatsapp op de hoogte gehouden. We zetten koers naar Vasalis waar ons meer muzikale ondersteuning wacht. Daar deint voorzitter Martijn Knook lekker mee. Terwijl de pré-pubers de wipwap herontdekken – blijkt nog steeds leuk voor tienjarigen – en de jonge jeugd er een halve workout tegenaan gooit in de Boskamp, maken wij ons op voor het laatste stukje. Maar de avondvierdaagse zou de avondvierdaagse niet zijn zonder die laatste slinger in de route die je niet verwacht. Eerst lopen we nog door de Hullen, waar elk jaar weer een gemeend applaus te ontvangen is. Leuk! Al vinden de kinderen oude mensen vaak ‘eng’ en raken zij verzand in discussies over hoe oud ze gaan worden en of ze dan nog tanden hebben. ‘Is die ene oma van 400 nou al dood?’ vraagt er één. Nee, stel ik haar gerust, de 104-jarige (detail) is nog springlevend. ‘En hoe moet het dan als jij dood bent’, snijden ze de zwaardere onderwerpen aan. Met een ‘ik heb geen plannen in die richting’ nemen we er nog een Mentos op en lijkt het me een mooi moment om ‘we zijn er bijna’ in te zetten.
De pré-pubers die we ooit achterlieten op de wipwap blijken er dan al te zijn. Die hadden de extra verrassing in de route even gemist. Wonderlijk genoeg liep het tweetal he-le-maal alleen de Hullen uit en had geen pijl gespot, dus liep het duo op het dooie gemakje richting sporthal. Nog een uur lang had oudste dochterlief het benauwd omdat ik haar zei dat de organisatie mij had laten weten dat ze vals speelde. Toen ze begon over diskwalificatie heb ik haar maar uit haar lijden verlost. We hadden ook nog wat anders om handen, want één van de pré-pubers was nog zoek. Die had wél de hele route gelopen. Volgt u het nog?
Nog één dag te gaan en dit keer een late start. Denk erom: wie 5 kilometer loopt, moet zich pas om 18.45 uur melden. En denk erom: aan het eind wacht de brandweer. Hijs de kids in zwemkleding en loop zelf even om. Het is stervenskoud. Maar wel één groot feest.’


















































