Namen geven

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
BLOS Magazine

‘In de loop van de tijd is er veel variatie ontstaan in hóe de namen gegeven worden. De een weet al vanaf haar tienertijd hoe haar eventuele kinderen zullen gaan heten. De enige uitdaging is dan nog de partner meekrijgen met dit idee. Een ander heeft wel wat passende namen in haar hoofd, maar wacht tot het kindje geboren is om te voelen welke naam klopt. En dan soms nog wat langer, tot de maximale 3 werkdagen zijn verstreken. Ik heb één keer meegemaakt dat ze er samen zo niet uitkwamen, dat het kindje pas na drie weken is aangegeven, met bijbehorende boete van 300 euro op de koop toe.

Aan de andere kant zijn er ook ouders die een werknaam hebben voor de baby in de buik. En dan op het geboortekaartje schrijven: “Jip is geboren en ze heet nu….” Of aanstaande ouders die al snel in de wereld de naam van het kindje noemen. Het heet al zoals hij of zij het hele leven zal gaan heten.

Weer een ander krijgt de naam door in een heldere droom of visioen, of gewoon een dikke vette “ja!” bij het doornemen van alle namen. De meeste ouders maken beide een top 10. De gemeenschappelijke namen komen in de top 3 en dan is het een kwestie van er een klap op geven.

Het bedenken van de juiste naam is het moeilijkst voor de volwassenen die werken met kinderen. Leraren hebben altijd al een associatie met een naam, mensen in de jeugdzorg natuurlijk ook. Dan vallen altijd heel veel ideeën af. En dan kan de naam nog zo mooi zijn, of passen bij de achternaam; als er een kleine straatrover is geweest met dezelfde naam, gaat het niet gebeuren.

Als mensen er nog niet helemaal uit zijn, zie ik vaak dat de moeder na het klaren van de bevallingsklus een veto mag uitspreken. De partner is dan allang blij met het kindje en trots op de prestatie van de moeder, dat zij alle credits krijgt. Daar speel ik ook weleens op in, als ze wat struggelen, zo van: “Ach, zij heeft er zoveel voor gedaan, doe maar gewoon haar suggestie”. Niet elke partner trapt daarin, helaas.

Soms mag ik als vroedvrouw meebeslissen. Dat gebeurde een hele tijd geleden ook na de geboorte van een mooi klein meisje. De ouders waren het er niet helemaal over eens wat de naam moest worden: Agaath of Lisa. “Nou, dan wist ik het wel,” zei ik enthousiast. “Ja”, zuchtte de moeder, “Agaath”. Ik denk wel dat aan mijn gezicht af te lezen was dat het niet mijn keuze zou zijn. Of nog niet zo lang geleden dat de verbijstering blijkbaar van mijn gezicht af te lezen was, toen de ouders trots hun jongensnaam vertelden, want de moeder zei toen ze me aankeek: “Ach ja, mijn moeder moet er ook erg aan wennen”.

UIT DE KRANT