‘Normen en waarden zijn veranderd, tegenwoordig menen mensen dat ze alles maar kunnen zeggen’

RODEN – De Marke en Marsijla. Zo goed als onlosmakelijk verbonden. Zij als groepsleerkracht, hij als muziekdocent. Maar liefst vijfenveertig jaar lang stond Marianne Marsijla voor de klas op obs de Marke in Roden. Johan Marsijla verzorgt al drieëntwintig jaar de muzieklessen op de openbare basisschool. Marianne nam onlangs afscheid om van haar welverdiende pensioen te gaan genieten. Johan volgt, als alles volgens planning verloopt, op 1 juni volgend jaar. Samen zagen ze het onderwijs veranderen. Oude normen en waarden werden steeds meer losgelaten.
Johan en Marianne Marsijla zijn nog van de oude stempel. En daar schamen ze zich niet voor. Juf Marsijla, in plaats van juf Marianne. Dat heeft met respect te maken, vindt ze. Ze hebben tenslotte niet met de kinderen geknikkerd. Ze blikken terug op hun gezamenlijke carrière in het onderwijs. Marianne Marsijla ging op 1 november 1978 aan de slag op de Marke, toen nog de Meester Zondagschool. Toenmalig directeur Jan Haaijer haalde haar binnen. Johan kende ze van de Pedagogische Academie (PA) in Appingedam, waar ze beide hun opleiding volgden. Een makkelijke tijd was het niet. Werk was er bijna niet in het onderwijs. 200 sollicitanten op één vacature, herinnert Johan zich nog goed. Hij deed invalwerk in Woldendorp, in de gemeente Termunten. Een vaste aanstelling was lastig. Johan, die muziek als specialisatie had gekozen op de PA, besloot het roer om te gooien en startte zijn eigen muziekschool. Hij gaf muzieklessen aan huis. Piano, orgel en later keyboard.
Marianne liep in het laatste jaar van haar opleiding twee weken stage bij daltonschool het Valkhof in Roden. ‘Samen met een vriendin. Dat vonden we zo mooi dat we wel eens tegen elkaar zeiden: het zou toch een utopie zijn om hier te werken. Roden had een hoop te bieden. Dicht bij de stad, je kon er uitgaan en er waren voorzieningen. Dat had je niet waar ik vandaan kwam. Ik woonde in Overschild, vlakbij Delfzijl.’ Omdat het ook Marianne niet lukte om een vaste baan te vinden, ging ze aan de slag met een studie Frans en deed ondertussen wat invalswerk. Tijdens het uitgaan in Tivoli in Siddeburen, raakte ze in gesprek met Jan Haaijer, die net als Johan ook in ‘de muziek’ zat. Van het een kwam het ander. In het Nieuwsblad van het Noorden zag ze een vacature voor een leerkracht op de Zondagschool. Ze solliciteerde. ‘Ik werd uitgenodigd. Er waren drie andere kandidaten. Je moest jezelf heel erg profileren. Je moest proeflessen geven, in het bijzijn van de directeur, iemand van de gemeente en een lid van de oudervereniging. Een groep van een man of 4, 5 beoordeelde je. Een muziekles geven was vast onderdeel. Als je in zo’n vrije setting orde kon houden, nou, dan was je al een heel eind. Uiteindelijk werd ik het. Wel werd gevraagd of ik bereid was om hier te wonen. Dat wilde ik wel. En, als ik nee had gezegd, was ik het ook niet geworden. Er werd van je verwacht dat je in hetzelfde dorp woonde, waar je ook voor de klas stond. Omdat ik niet meteen een woning kon vinden, heb ik nog een jaar lang op en neer gereisd van Overschild naar Roden. Later vond ik een bovenwoning aan de van Bergenstraat, een duplexwoning.’
Zoals gezegd, Johan en Marianne kenden elkaar van de opleiding. Maar cupido had nog niet raak geschoten. Johan: ‘Ik leende wel eens een uittrekseltje van haar. Verder was er niets. Dat kwam later, tijdens het zeilen. We zeilden beide op het Schildmeer. In 1980 kregen we verkering.’ Johan had er ook wel oren naar om in Roden te wonen. Hij trok in bij zijn liefje. ‘We hadden geluk dat we de bovenwoning hadden. We maakten van de zolder een slaapkamer en in de slaapkamer gaf Johan muziekles.’ Marianne schiet in de lach. ‘Johan deed ook wel bruiloften en partijen. Mensen die hem hadden geboekt waren nieuwsgierig wie die Marsijla wel niet was. Een buitenlander misschien? Marsijla was geen naam die hier voorkwam. ’s Avonds loerden ze bij ons door het keukenraam naar binnen.’
Marianne begon in klas 2, later 1. ‘Toen ik begon had je nog klassen, 1 tot en met 6. Later, in 1986, kwam de Mammoetwet, de wet op het basisonderwijs. De kleuters kwamen erbij en klassen werden groepen. Een aardverschuiving was dat. Daarvoor zat de kleuterschool ergens anders in het dorp. Een keer per jaar had je contact met de kleuterleidster. Die kwam op school met de groep kleuters die het jaar erop naar school moesten.’ Er is een hoop veranderd wanneer je het onderwijs van toen vergelijkt met nu, vertelt Marianne. Het was gemoedelijker vroeger, vindt ze. ‘Er waren niet veel communicatiemiddelen. Kopieerapparaten waren er niet. Als je een boodschap had voor de ouders, moest je een week van tevoren bedenken wat. Die boodschap werd verspreid via stencils. Heel lang stond je soms te stencilen’, lacht Marianne. ‘De tijd was minder hectisch, er waren minder vergaderingen, cursussen en nascholing. Een stuk relaxter was het. De teams waren kleiner en ook de directeur stond voor de klas. We losten eigenlijk alles binnen het team op.’ Ook in de klassen waren er geen communicatiemiddelen. Geen tv, geen digiboard. ‘Als we een film wilden draaien, moesten we dat bestellen. Een filmprojector was op school aanwezig, de films werden per pakketdienst gebracht.’
Johan kwam in 2000 op de Marke. ‘Jan Haaijer belde me. Wij kenden elkaar van de muziek. Hij zei: weet jij misschien iemand die muziekles kan geven op school, of is dat misschien iets voor jou? Daar moest ik over nadenken. Ik was al een tijd uit het onderwijs. En ook muzieklessen waren veranderd. Samen zomaar wat liedjes zingen was er niet meer bij. Je gaf les volgens een muziekmethode, er zat een leerlijn in. Dat was een heel positieve ontwikkeling. Op het digibord zien kinderen wanneer ze een bepaald instrument moeten inzetten.’ Johan geeft inmiddels 23 jaar muziekles op de Marke. Dat doet hij ook op de basisscholen in Veenhuizen en Westervelde. Daarnaast heeft hij nog zijn eigen muziekschool aan huis.
Normen en waarden
Dat de Marsijla’s beide lesgeven op dezelfde school betekent niet dat het thuis automatisch ook over school gaat. Dat kunnen ze beide goed loslaten, vertellen ze. ‘Als we het er wel over hadden, was er ook iets aan de hand. Dat gebeurde de laatste jaren nogal eens. Met name het woordje ‘respect’ was een dingetje. Er is minder respect vanuit leerlingen, ouders en collega’s.’ Marianne: ‘Dat vind ik jammer. Je hoeft heus niet op een voetstuk te staan maar iets meer waardering zou prettig zijn. Ouders zijn ineens allemaal docent, lijkt het soms. Een docent is iemand die kennis overbrengt. Dat is de hoofdtaak. Normen en waarden zijn veranderd. Tegenwoordig menen mensen dat ze alles maar kunnen zeggen. Kinderen worden als vriend of vriendin gezien. Ze weten alles. Het is vaak: waarom dan? Dat mag wel wat minder vind ik.’ Johan vult zijn echtgenote aan: ‘Tegenwoordig moet je alles uit de kast trekken om de lessen aantrekkelijk te maken. Je hoort veel: dit is saai. Of ik de Snollebollekes op wil zetten. Of Snelle. Maar muziekles is meer dan een CD die je opzet. Ik denk dat je daar ook meer tegenaan loopt nu je ouder bent. We hebben het ook anders meegemaakt.’
Johan stopt per 1 juni. Dan is de tijd van alles mag, niets moet aangebroken. Hij kijkt ernaar uit. ‘Veel mensen denken: een schoolmeester, die heeft altijd vakantie. Maar zo is het niet. Je staat altijd aan. Ik durf met zekerheid te zeggen dat het twee keer zo zwaar is dan een administratieve baan. Ik heb het met heel veel plezier gedaan, maar vind het ook prima dat het straks klaar is. Lekker bezig zijn vind ik leuk. Ik been geen sportman, laat mij maar pianolessen geven. Daar ga ik lekker mee door.’ Ook is er straks meer tijd voor hun geliefde hobby: de boot. Het fraaie plezierjacht met alles aan boord ligt in de haven van Sneek. ‘Straks zijn we niet meer afhankelijk de zomervakantie. Nederland heeft veel mooie wateren. We hebben er zin in.’
Marianne en Johan Marsijla kijken met veel plezier terug op hun tijd op de Marke. De tentenfeesten, de Pompstee-avonden waar iedere groep iets opvoerde en de Kerst Inn waren mooie hoogtepunten voor juf Marsijla. Johan herinnert zich nog een Sinterklaasviering. ‘Een vriend van ons was Sinterklaas. Jan, hij was autodealer. Ik was chauffeur. De avond ervoor kwam hij altijd bij ons logeren. Jan lustte graag een borrel. Tot een uur of half vier ’s nachts zakten we door. De volgende ochtend moest hij naar de grime, naar Willy Luinge. Hij had zoveel gedronken, dat de wenkbrauwen niet wilden blijven plakken. De lijm loste steeds weer op door de alcohol. Wat hebben we daar om gelachen.’



