Taalhuis laat laaggeletterden meetellen

RODEN - Roden Centraal, de nieuwe bibliotheek van Roden, biedt de hele week verschillende spreekuren aan. Humanitas, Loket Energieneutraal Wonen en het Informatiepunt Digitale Overheid zijn enkele organisaties waar mensen terecht kunnen met vragen. Elke woensdag tussen 14.00 en 15.00 uur kunnen inwoners van Noordenveld, die moeite hebben met de Nederlandse taal, terecht bij het Taalhuis.
Wie op een woensdagmiddag Roden Centraal bezoekt, zal ongetwijfeld Marcelle Idema van het Taalhuis Noordenveld tegenkomen. Idema kent elke spellingsregel, want taal is helemaal haar ding. Graag helpt zij mensen die in het dagelijks leven vastlopen in de geletterde wereld van vandaag. Het Taalhuis is een initiatief van de Stichting Lezen en schrijven en is in verschillende gemeentes te vinden. Het wordt onder andere door het Alfa College voorzien van de juiste mensen. ‘Omdat ik docent was, werd ik aangesteld in Roden. Daarnaast werk ik ook in de stadswijk Selwerd. Elke woensdag ben ik tijdens het spreekuur hier te vinden en word ondersteund door taalaanjager Mareen Braam-Koning. Zij is hier namens Biblionet Drenthe. Samen zorgen wij voor goede taalondersteuning. We zien vooral NT2-mensen binnenwandelen. Zij hebben het Nederlands als tweede taal. Graag zien we ook meer NT1-ers, de mensen met het Nederlands als moedertaal.’ Een grote groep kan zich niet redden en ervaart veel schaamte. Een deel hiervan heeft bijvoorbeeld een slechte taalontwikkeling door een traumatische lagere schooltijd. ‘In de jaren zeventig bijvoorbeeld, wist niemand van dyslexie af. Er was een slechte begeleiding voor taalzwakke kinderen en die deze hulp juist nodig hadden, kregen andere taken, zoals het water geven aan de bloemen.’ Daarnaast zijn kinderen van laaggeletterde ouders niet tot nauwelijks gemotiveerd te willen lezen en schrijven. Ze worden thuis weinig tot niet voorgelezen en ervaren moeite bij het bijvoorbeeld invullen van formulieren. ‘En als je thuis niet vaak wordt voorgelezen, of je ouders lezen nooit een krant of kijken Engelse films vanwege de ondertiteling, dan ga je daar al snel in mee.’ Bij het Taalhuis worden deze mensen gezien en geholpen. Wederzijds vertrouwen vormt volgens Idema een belangrijke basis. ‘Mensen kunnen en willen pas echt leren als zij in een veilige omgeving hiervoor de kans krijgen. Doordat ze wekelijks 1-op-1 begeleiding krijgen, bouw je een band op.
Ze doet het niet alleen, want geregeld melden zich vrijwilligers aan die door Idema worden opgeleid om ook anderen te kunnen helpen. Ze is van plan om in de toekomst vaker pop-up spreekuren aan te bieden op meer gangbare plekken. ‘Deze mensen hebben al moeite met lezen en schrijven. Vervolgens moeten ze een bibliotheek binnenstappen, dat is als het beklimmen van de Mount Everest. Ik vind het dan ook belangrijk dat mensen weten van onze naam en de gezichten erbij kennen. Dat maakt het al een stuk toegankelijker.’ Niet snel durven mensen aan te kloppen bij het Taalhuis. Daarom wordt ook een beroep gedaan op instanties. ‘Ook bijvoorbeeld scholen of huisartsen kunnen taalproblemen signaleren. Als een kind weer de gymspullen is vergeten, terwijl het online was medegedeeld, of als een bepaalde informatieflyer pas thuis gelezen gaat worden wanneer het gevraagd wordt. Kleine signalen die laaggeletterdheid verklappen. We leven in een taalrijke wereld. Overal zijn letters, of het nu de radio van je auto is of de ingrediënten van een recept.’ Idema heeft ook tips voor mensen die zich moeilijk kunnen redden in deze maatschappij. ‘Tegenwoordig heb je boeken voor volwassenen in makkelijke taal en met een groter lettertype, ook de Libelle geeft zo nu en dan een magazine uit dat beter leesbaar is. Daarnaast kan het helpen om standaard ondertiteling aan te zetten, zodat woorden worden geautomatiseerd. Maar de beste oplossing is een bezoek brengen aan ons op woensdag. Wij staan voor iedereen klaar en doen er alles aan om iemand weer onderdeel te laten worden van deze wereld vol letters.’


