Mirjam Will: ‘Zet mij ergens neer, ik bewijs mij wel’

Afbeelding
Foto: ERIK VEENSTRA
Noordenvelders Noordenvelders

LIEVEREN - Ze kwam samen met haar gezin, 14 jaar geleden, naar Lieveren. Wat ze zochten dat vonden ze hier: rust en ruimte. De oprijlaan komt uit bij een ruim erf, dat oudheid en puur natuur ademt. De kenmerken van een verbouwde boerderij zijn in al hun glorie zichtbaar en de dieren die er lopen zetten dat extra kracht bij. Mirjam Will komt aangelopen, met twee van hun drie bordercollies, en vertoont meteen een grote glimlach. Het is overduidelijk dat ze op haar plek zit, hier in dit weidse landschap.

Het is een zonnige dag, dus het bakje koffie wordt geschonken aan de picknicktafel die op het terras staat, naast de openslaande deuren richting de open keuken.  ’Iedereen is hier altijd welkom’, zegt ze. Het bakje koffie blijft dan ook nog even in het zonnetje staan en ze geeft een rondleiding door de verbouwde boerderij. Aardse kleuren, dat is waar zij en haar man van houden, gecombineerd met natuurlijke materialen en dat geeft meteen een rustige uitstraling aan het geheel. Op de grond prijkt een prachtig vloerkleed van koeienhuid, maar ‘daar kan ook gerust een kleurrijk kleed liggen.’ In de voormalige kinderkamer heeft ze haar kantoor ingericht en het kantoor van haar man huist ernaast. ‘We zijn verzamelaars en wanneer we iets leuk vinden maken we er een sport van om daar steeds meer van bij te zoeken.’ En daarmee verwijst ze naar de collectie voorwerpen die in de wandkast staan opgesteld. 

Ze wordt geboren in Utrecht en op haar derde verhuist het gezin naar Nijmegen. Ze is de jongste van een gezin met acht kinderen en haar oudste zus is zelfs al achttien wanneer ze wordt geboren. ‘Zelfs voor die tijd, waren we inderdaad een groot gezin’, lacht ze. Ze rondt haar middelbareschooltijd af en gaat de secretaresseopleiding volgen. ‘Ik heb nooit echt carrière ambities gehad. Mijn banen als secretaresse, en dergelijke, vond ik prima en toen de kinderen kwamen zei ik dan ook meteen: ik wil voor mijn kinderen zorgen en gewoon een leuke baan daarnaast.’ Ze verhuizen uiteindelijk naar het noorden en komen terecht in Leek. Ze mag in die tijd graag paardrijden en deed dit in Altena. ‘En zo kwam ik eigenlijk ook vaak langs dit huis, ik maakte er zelfs een ommetje voor’, zegt ze glimlachend. Wanneer het huis uiteindelijk te koop komt, wordt er niet geaarzeld en besluiten ze te gaan kijken. ‘Ik weet nog goed dat dit op 11 december was. Het terrein lag vol sneeuw! We waren meteen verkocht.’ 

Het uitzicht vanaf de picknickbank reikt tot aan de velden in Lieveren. ‘We vinden het heerlijk om ‘s avonds in de auto te stappen. Mijn man rijdt en ik pak de verrekijker om wild te spotten op de velden. Ik mag ook graag heel vroeg, wanneer de natuur tot leven komt, de velden in gaan en gewoon genieten. Een vriendin van mij vroeg wel eens: Maar vind je dat dan niet eng, zo alleen? Nou nee hoor, ik voel mij hier veiliger dan win de stad.’ Toch komt er een punt waarop de rust en de ruimte in Lieveren haar wat benauwt. ‘Ik had net ontslag genomen en wilde graag eens om mij heen kijken. Ik zeg namelijk vaak: zet mij maar ergens neer, ik bewijs mij wel. Helaas kwam toen ook net corona en ik voelde mij hier eenzaam, ik miste mensen om mij heen.’ Ze besluit daarom om zich aan te melden als vrijwilligster bij Museum Havezate Mensinge. Als vrijwilligster doet ze van alles en neemt een tijdje de rol van vrijwilligerscoördinator over. ‘Eigenlijk ben ik helemaal niet van het aansturen, maar ik merkte wel dat ik mij in deze rol toch erg thuis voelde.’ 

Ze voelt zich thuis bij Museum Havezate Mensinge en is inmiddels, na een aantal jaren van vrijwilligerswerk, zelfs alweer een jaar interim-directeur. ‘Het is gewoon zo gegroeid en ik voel mij er goed bij. Ik vind het vooral belangrijk dat de sfeer er goed is en ben ook een onverbeterlijke optimist wanneer het gaat om aanpakken en het museum laten groeien. We hebben met elkaar al veel nieuwe activiteiten op de kalender kunnen zetten, maar ik heb vooral nog één doel: het museum ook weer laten leven bij de inwoners van Roden. Hen erbij betrekken en laten zien wat het museum te bieden heeft, want dat mis ik op dit moment heel erg.’ En dan begint het stralen opnieuw en toont ze niets anders dan enthousiasme. Haar eerdere uitspraak zal ongetwijfeld waar worden gemaakt: Ik bewijs mij wel!

Afbeelding

UIT DE KRANT