Noordenvelder Rudy Rijks deelt zijn verhaal en ervaringen over de Nijmeegse Vierdaagse

Afbeelding
Foto:
Noordenvelders Noordenvelders

NORG - Dinsdag 15 juli ging de Nijmeegse Vierdaagse van start. Duizenden wandelaars waagden zich weer aan de start van het grote evenement. Zo ook Rudy Rijks,79 jaar, uit Norg. Hij deed dit jaar mee voor de 15de keer en iedere avond bracht hij verslag uit aan De Krant. Vrijdagmiddag arriveerde hij weer in Norg, hij had het weer gehaald en is zeker voornemens om ook in 2026 weer deel te nemen. ‘Je moet het gewoon meemaken. Ik zie en hoor vaak om mij heen, dat wanneer je één keer hebt meegedaan, je niet meer kunt stoppen’, zegt hij met een grote glimlach.

‘Ik heb vannacht nog wel wat onrustig geslapen. Tijdens de nachten in het hotel afgelopen week, sliep ik ook onrustig. Je bent er toch wel mee bezig hoor, in je hoofd. En daar komt bij dat de lopers van de 50 kilometer, die ook in het hotel aanwezig waren, ‘s nachts al om 04.00 uur vertrekken, dus er is altijd reuring om je heen. Ik vertrok om 06.00 uur, om om 07.30 uur te kunnen starten, en dan heb je dus eigenlijk de eerste twee uur van je ochtend er ook alweer op zitten.’ Op de tafel voor hem prijkt het Vierdaagsekruisje. ‘Ja, daar doe je het dan toch voor hè?’ zegt hij met trots. Er volgt een uitleg over hoe het kruisje ieder jaar weer een andere vorm aanneemt, naarmate de jaren verstrijken. ‘Er zit een hele theorie achter het vierdaagsekruisje’, legt hij uit. ‘Wist je dat het vierdaagsekruisje, het enige kruisje is dat een militair mag dragen naast een oorkonde, op zijn borst?’ Op het kruisje zit een embleem met het cijfer “15”. ‘En als ik volgend jaar weer meedoe, dan staat er dus “16”. Zijn deelname aan de Nijmeegse Vierdaagse is ontstaan toen hij op 60-jarige leeftijd te maken kreeg met een hartaanval. ‘Ik was toen net met pensioen en zei tegen mijn vrouw: We gaan ervoor’, en zo geschiedde. 

Hij is een geboren en getogen Norger. Samen met zijn vrouw Willy woont hij alweer sinds 1990 aan de Larixlaan, in het huis dat zijn schoonouders ooit bouwden. Al van jongs af aan heeft hij een voorliefde voor de agrarische wereld. Zijn opa was boer en zijn vader werd later directeur van de melkfabriek in Norg. ‘Nee, ik ben helaas niet opgegroeid op de boerderij, maar wel altijd betrokken geweest in de agrarische wereld. Na de middelbare school koos ik dan ook voor een opleiding op de Hogere Landbouwschool in Groningen en ging vervolgens in het grondverzet. Dat werk heb ik tot op de laatste dag met veel plezier gedaan’, geeft hij aan, ‘maar het was ook prima dat ik er uit kon op mijn zestigste.’ Toch begon zijn pensioen anders dan hij had verwacht. ‘We waren toevallig in het ziekenhuis, want mijn vrouw moest een behandeling ondergaan. Ik voelde mij niet goed en had pijn op de borst en ja, toen ging het allemaal heel snel.’ Het aanmelden voor de Vierdaagse volgde toen hij 62 jaar was. De eerste 10 jaar lopen ze samen, hij en zijn vrouw. Nou ja, samen. ‘Rudy stapt graag stevig door’, vult zijn vrouw aan. ‘We gaven elkaar dan meestal, na 200 meter, een kus en dan liep hij vooruit en zagen we elkaar ‘s middags weer. Dat was voor mij geen probleem, hoor. Ik maakte er gewoon een gezellige dag van door met mensen een praatje te maken of ik liep even een kappelletje of zo in. Ik had geen haast en laten we wel wezen: je loopt nooit alleen! Of zoals Lee Towers dan zo prachtig zingt: You Never Walk Alone. Daar krijg ik nog altijd kippenvel van’, en daarbij kijkt ze meteen naar haar arm.

Helaas moet zijn vrouw na 10 jaar stoppen met het lopen van de Vierdaagse, wegens gezondheidsklachten. Rijks besluit door te gaan met lopen en reist in de jaren daarna alleen af naar Nijmegen. Ieder jaar weer maakt hij bijzondere dingen mee, leuke en minder leuke. Al ver van tevoren begint hij met het trainen voor de Vierdaagse. ‘Dit jaar ben ik voor mijn doen laat begonnen, want ik heb in de winter niet eens gelopen. Wel loop ik van tevoren de vierdaagse van Odoorn, Diever en Alkmaar en sluit ik straks af met de Vierdaagse van Groningen, in augustus. Tussendoor pak ik altijd een route van dertig kilometer, hier in de omgeving. ‘En ik leef hier thuis altijd met hem mee’, zegt zijn vrouw. ‘Iedere dag plaats ik een gladiool in de vaas. Zo ben ik toch nog een beetje bij hem en de Vierdaagse.’ Er zijn verhalen genoeg te delen, maar over één ding zijn ze het beide eens: ‘Je moet het gewoon zelf een keer meemaken. Het blijft gewoon iedere keer weer heel bijzonder.’ 

UIT DE KRANT