Noordenvelder Ronald ter Steege: ‘Het applaus is uiteindelijk voor iedereen’

Afbeelding
Foto:
Noordenvelders

RODERWOLDE - Hij vraagt zich af wat hij zal gaan doen met alle vrije tijd die hij heeft, nu de opvoeringen van Openluchtspel Roderwolde zijn afgelopen. Ronald ter Steege vertolkte, vier avonden lang, de rol van Riekus Regelneef. En voor wie hem kent: dan zou je zeker wel kunnen zeggen dat deze rol hem op het lijf geschreven was. Het hanteren van de regels, het correct verwoorden van de moeilijke woorden in de tekst, maar zeker ook de humor die hij in zijn rol naar voren kon brengen. Dit jaar een volledig andere rol als vorig jaar, toen hij als razende reporter over het podium vloog. ‘Maar beide rollen zijn mij goed bevallen’, lacht hij.

Hij woont samen met zijn vrouw Silvia, en hun drie kinderen in Roderwolde. Naast zijn passie voor toneelspelen heeft hij nog een grote passie: oldtimers. Inmiddels bezit hij er vier en zijn laatste aanwinst is een DAF 33. ‘Ik werd benaderd door de eigenaar, familie Bathoorn, hij vroeg mij of ik zijn DAF wilde overnemen. Dat moest ik uiteraard wel even thuis overleggen, maar gelukkig was Silvia meteen enthousiast. Voor mij heeft deze auto best veel betekenis. Henk had de auto al toen ik nog maar een klein jongetje was en al veel bij hen in het bedrijf kwam, waar mijn vader werkte. Ook mooi is dat de auto nu weer terug is in het dorp waar ooit zijn eerste eigenaresse woonde’, vertelt hij met een glimlach. Als 5-jarig jongetje verhuisde hij met zijn ouders vanuit Roden, naar Roderwolde. Zijn vader was daarmee weer terug in het dorp waar hij vroeger was opgegroeid. Ook Ter Steege’s vrouw, van oorsprong Brabants, kan zich intussen niet meer voorstellen, Roderwolde nog eens te moeten verlaten. De passie voor het toneelspelen begint bij hem al op zijn zestiende jaar. ‘Ik ben ooit begonnen met een uitvoering bij de korfbalvereniging hier in Roderwolde, Oda. Inmiddels heb ik vanaf mijn twintigste alweer zestien keer op het podium gestaan bij het Openluchtspel en heb ik ook meerdere jaren bij toneelvereniging Woldbloem hier in het dorp meegespeeld.’ De betrokkenheid bij het Openluchtspel draagt hij niet alleen. ‘Ja, we zijn als familie zeer betrokken bij het Openluchtspel’, geeft hij lachend aan. ‘Dit jaar stond ik op het podium, samen met mijn moeder en mijn zus. Mijn vader was betrokken bij het decor, mijn tante was souffleuse, mijn zwager hielp mee in de catering en mijn vrouw zit in het bestuur’, en daarbij kijkt hij zeer trots. De repetities voor het Openluchtspel beginnen al in mei en het is altijd weer afwachten voor de spelers, wie van hen er wordt aangewezen, gevraagd om mee te spelen in het nieuwe stuk. ‘Er wordt gekeken naar welke rol bij iemand past en er is ook vaak verschil in het aantal spelers per stuk. Ik vind het al van het begin af aan gewoon een hele eer wanneer je wordt gevraagd en leuk is ook om te zien dat er steeds meer jongeren belangstelling tonen om mee te doen. Of onze kinderen ook interesse hebben voor toneel? Dan zou ik als eerste denken aan onze jongste, haar zie ik nog wel op het toneel verschijnen, maar ze is nog maar elf, dus dat duurt nog wel even.’ Ter Steege kijkt tevreden terug op het Openluchtspel van het afgelopen jaar. ‘Het stuk had vooral veel herkenning. Het was lokaal en geïnspireerd door het culturele jaar van de gemeente Noordenveld in 2026. Ik denk ook dat dit lokale aspect er aan heeft bijgedragen dat we in recordtijd waren uitverkocht. Heel bizar was dat.’ Het vele repeteren van de spelers en de tijd die er weer in is gestoken door alle vrijwilligers, heeft ook dit jaar weer zijn vruchten afgeworpen, erkent hij. ‘Als spelers ontvangen wij natuurlijk altijd het applaus, na afloop van de voorstelling, maar eigenlijk zou er ook gewoon eens geapplaudisseerd moeten worden voor al die vrijwilligers die bijdragen aan het Openluchtspel. We zijn met een team van 50 vrijwilligers en het is gewoon een geoliede machine, zoals iedereen zijn bijdrage levert. Je moet daarbij denken aan iedereen van het bestuur, licht en geluid, de grime, decorbouwers, regisseur, mensen in de catering en vergeet ook vooral de souffleuse niet. Ze zijn allemaal erg belangrijk!’ Hij spreekt dit dan ook vol trots uit en denkt terug aan het applaus die ze iedere keer weer mogen ontvangen. ‘Vooral het applaus van de laatste twee avonden, de dinsdag en de woensdag, die waren onbetaalbaar. Tot kippenvel aan toe.’ 

UIT DE KRANT