Noordenvelder Berend Overwijk: ‘Dit is gewoon mijn straat’

RODEN - Dit jaar kunnen hij en zijn vrouw Gea voor het eerst, sinds 20 jaar, de Rodermarktparade bijwonen: Berend Overwijk. Een man die enorm kan genieten van alles en iedereen om hem heen en het er ook zeker niet aan toe heeft om stil te gaan zitten. Alhoewel, ‘s ochtends even rustig opstarten voor hem ook geen probleem is, wanneer er de mogelijkheid toe is. Op zijn favoriete plekje, onder de druivenrank en om hem heen zijn fuchsia’s. Het is duidelijk dat dit hem tevree stelt. ‘En we kunnen nu ook mooi uitkijken over de straat’, lacht hij. En steekt zijn hand omhoog naar de buren die net terugkomen van vakantie. ‘Dit is echt mijn straat, ik hoef hier niet meer weg.’
Hij wordt geboren in Bakkenveen, op de ruimte, zonder stromend water en elektriciteit. Wanneer hij acht jaar is, verhuist het gezin naar Roden. ‘Dat was best wel even wennen voor mij. We kwamen terecht hier in de Burgemeester Borgerstraat, op nummer 5. Ik kwam van een schooltje af waar drie klassen bij elkaar in zaten en ineens moest ik naar een grote basisschool. Dat was best moeilijk, want ik had echt moeite om er tussen te komen’. ‘Ja’, valt Gea in, ‘want jij liep ook op klompen.’ Toen het gezin naar Roden kwam, was zelfs de Van Wageningenlaan, achter hen, er nog niet. ‘Ons heit kon een baan krijgen bij Jarino en daar hoorde toen ook een arbeiderswoning bij. Ik had zes zusjes en zij sliepen op de voorste slaapkamer en ik had een klein kamertje voor mij alleen. Ja, die meiden droegen mij wel op handen hoor’, lacht hij. ‘Ik was de grote broer in huis en toen ik al wat geld verdiende, kwamen de jongste twee ook geregeld een keer langs om te vragen voor wat centje’, zegt hij trots. Toch heeft hij uiteindelijk zijn draai gevonden in Roden. ‘Ik ben zelfs de langstwonende bewoner van de Borgerstraat. Gea en ik zijn eerst op nummer negen terechtgekomen en inmiddels wonen we alweer enkele jaren op nummer 19, het huis van onze zoon.’
Iedere maandagochtend en vrijdagochtend vertrekt hij op de fiets naar VV Roden en voert samen, met de andere vrijwilligers, vele taken uit voor de club. ‘We zijn ooit bij de club gekomen toen onze jongens gingen voetballen bij VV Roden. Daarvoor waren we namelijk al vele jaren actief bij vv Nieuw-Roden, met name achter de bar. Dat hebben we voortgezet bij vv Roden. Ik ben daar jeugdleider geweest en Gea en ik hebben jaren achter de bar gestaan.’ De bar: ook een fenomeen wat jarenlang een onderdeel is van zijn leven en dan met name achter de bar, tappen en oberen. ‘Het is ooit begonnen bij Klaas Hof, nu Kom Maar Binnen. Daar stond ik in de keuken hamburgers en karbonades te bakken. Toen het werd overgenomen door Harry van Dijk ben ik gaan oberen.’ Tegenwoordig een beeld wat niet veel meer voor komt tijdens feesten en partijen, tenminste zoals hij het kent. ‘We hadden een zwarte broek aan, witte blouse en een giletje eroverheen. Als ik op een trouwerij moest oberen, gingen we zelfs in pak’, zegt hij trots. Uiteindelijk belandt hij als ober bij ‘t Wapen van Drenthe, waar hij maar liefst 25 jaar achter de bar staat tijdens Rodermarkt. ‘Ik zag op een gegeven moment dat het vooral heel erg druk was in de buurt van de toiletten, daar stonden de meeste mensen. Ik heb toen aan Rudi voorgesteld dat we daar een bar gingen bouwen, in die hoek. Ik kreeg de vrije hand, kroop onder de grond en legde de buizen aan. Er waren toen al toppers in Roden, maar ik was de nieuwe topper!’ Hij draait hoge omzetten en durft het zelfs aan om met een dienblad over de dansvloer te lopen, drie hoog opgestapeld. ‘Ja, er gleed er weleens één in mijn nek hoor, maar ik zie het de obers van tegenwoordig niet meer doen.’
Wanneer bekend wordt dat hij zijn vak verstaat, gaat het hard en wordt hij steeds vaker voor “oberklussen” gevraagd. ‘Rolde, Zuidlaren Warffum. Onze jongens gingen daar uiteindelijk zelfs mee heen om glazen te dragen.’ En nu staan we aan de vooravond van de Rodermarkt. Ongeveer 20 jaar lang hebben hij en Gea daar de bar op het voorplein gerund. Uiteindelijk werd het zelfs bestempeld als “de Overwijkbar”. Iets waar ze met heel veel plezier op terugkijken en het is ook duidelijk dat ze ervan hebben genoten, aan hun grote glimlach te zien. ‘We waren een goed team, samen met de mensen om ons heen. We hadden beide onze eigen taken, maar ik kon uiteindelijk de veranderingen gewoonweg niet meer bijbenen en kreeg steeds meer last van het lange staan.’ Voor vele bezoekers het einde van een tijdperk, maar: ‘Wij hebben net zoveel feest gehad achter de bar, als iedereen voor de bar!’ sluiten ze af.



