Noordenvelder Luit Poppema

Afbeelding
Foto: Cobie Witteman
Noordenvelders Noordenvelders

RODEN - Het zijn de kerstdagen die er aankomen. Huiskamers zijn gevuld met kerstdecoratie en de straten zijn feestelijk verlicht. In Roden schittert ook weer museum Havezate Mensinge in al zijn pracht en praal. De kerstverlichting rondom is weer aangebracht en aankomende week gaan de vrijwilligers aan de slag met de binnenzijde van het museum. Een van die vrijwilligers is Luit Poppema (88 jaar). Inmiddels is hij al 31 jaar vrijwilliger bij het museum en hij geniet nog iedere dag die hij daar doorbrengt. ‘Ik vind het heerlijk om daar aanwezig te zijn, vooral nu ik sinds vier jaar alleen ben’, zegt hij.

Poppema werd vrijwilliger bij het museum toen hij met pensioen ging op zijn 57ste. ‘Ja, dat was natuurlijk best bijzonder om al zo jong met pensioen te gaan, maar in die tijd gold er nog een regel dat wanneer je er veertig dienstjaren op had zitten en dit kon aantonen, je met pensioen mocht. Ik heb een werkzaam leven gehad vanaf mijn veertiende en had gelukkig mijn ontslagbrief nog van mijn eerste werkgever en besloot te stoppen met werken.’ Het feit dat hij al jong aan het werk ging als landarbeider, kwam doordat er bij hen thuis geen geld was om hem naar school te sturen. Net als veel gezinnen in die tijd hadden ook zij het thuis niet breed, maar: ‘Ik heb een prachtige jeugd gehad’, geeft hij aan. ‘Ik ben geboren in Rottum, een klein dorpje in Groningen, waar slechts 56 huizen stonden. Samen met de andere kinderen uit het dorp kon ik spelen op de wierde en maakten we gebruik van het hele dorp wanneer we verstoppertje speelden. Ik had gehoopt dat ik na de basisschool naar de ambachtschool kon, maar dat kon dus helaas niet. Ik ging aan het werk bij een boer en moet zeggen dat ik het daar altijd naar mijn zin heb gehad hoor. Na anderhalf jaar stopte dit helaas, want ik kreeg van de ene op de andere dag last van dikke, opgezwollen, voeten. Ze dachten aan jeugdreuma. Ik kwam op bed te liggen.’ En op dat bed ligt hij wel een jaar. Niet omdat hij niets kon, maar omdat het hem was opgedragen. ‘Hoe ik mij vermaakte? Nu, ik maakte poppetjes, cowboys, van lapjes stof en stro. Dat deed ik op de naaimachine van mijn moeder. Ik vind het wel jammer dat daar niets van bewaard is gebleven.’ Er volgen controles bij artsen en uiteindelijk wordt besloten dat hij weer aan het werk mag. Er wordt personeel gevraagd bij de rijwielfabriek in Bedum, waar hij uiteindelijk elf jaar werkzaam zal zijn.

‘En daar ontmoette ik ook een leuk meisje, die uiteindelijk mijn vrouw werd’, zegt hij met een glimlach.’ Ze leren elkaar niet kennen op het werk, maar via “Nieuwe Koers”; een jongerenpartij van de PvdA in die tijd. Het verliefde stel besluit uiteindelijk dat het graag wil trouwen. ‘Ja en dan had je geld nodig voor de trouwpartij, maar ook een huis. Ik klopte aan bij mijn werkgever, maar die had helaas geen huis beschikbaar. Antje besloot daarom in de krant te gaan kijken naar vacatures. We zagen dat er twee bedrijven waren in Roden die werknemers zochten en een huis aanboden. Staalmeubel was daar één van. Ik werd aangenomen, maar de huizen waren nog niet opgeleverd, dus ik ging daar eerst in de kost. Toen ik de sleutel kreeg van de Schultelaan, heb ik Antje opgebeld. Zij heeft haar baan meteen opgezegd en is ook naar Roden gekomen. Achetraf niet slim natuurlijk om dat zo abrupt te doen, want ze kende hier helemaal nog niemand.’ Gelukkig voor Antje kregen ze buren, een jong stel met een kindje, waar ze geregeld op mocht passen. Daaromheen genieten ze van alles wat op hun pad komt. Ze gaan uit eten, naar de bioscoop en hebben uiteindelijk een prachtige trouwdag. ‘Wel veel regen, waardoor de kleurenfoto’s niet gemaakt konden worden buiten, maar verder was het prachtig.’ Ze krijgen uiteindelijk twee dochters: Linda en Yvonne. Als de meiden naar de middelbare school gaan in Leek, besluit Luit dat het beter is om te gaan verhuizen. ‘Ik vond het belangrijk dat onze dochters op hun kamer konden zitten wanneer ze gingen leren en dat deze verwarmd waren. Toen ik hoorde dat een collega weg zou gaan uit zijn woning aan de Wijnbergstraat heb ik meteen aangeklopt bij hem.’

Toen de kinderen de deur uit waren, besloot het echtpaar uiteindelijk naar de Heerestraat te verhuizen. ‘Ik woon hier nu al 31 jaar met heel veel plezier’, geeft hij aan. Antje was bang dat ik mij zou gaan vervelen wanneer ik na mijn pensioen thuis kwam te zitten. Niets was minder waar hoor’, lacht hij. ‘Ik verdiepte mij in de technologie van de computer en kwam dus terecht bij de Mensinge. Mooiste wat ik ooit heb meegemaakt bij de Mensinge? Ik gaf een rondleiding aan dames van mijn leeftijd. Toen de rondleiding klaar was zeiden ze tegen mij: Jullie wonen hier mooi. Ons antwoord: dat vinden wij ook!’ 

UIT DE KRANT