Voetballen tegen 020: de pure bezieling van rivaliteit en geknakte trots

GRONINGEN , 18-10-2026 , Euroborg Stadium, season 2026 / 2027 , Dutch Eredivisie Football , match between FC Groningen and Ajax 2-5. Picture shows Groningen player Thom van Bergen and Yves Bissouma
GRONINGEN , 18-10-2026 , Euroborg Stadium, season 2026 / 2027 , Dutch Eredivisie Football , match between FC Groningen and Ajax 2-5. Picture shows Groningen player Thom van Bergen and Yves Bissouma Foto: Stanley Gontha
column FC Groningen Sport

Johan Kamphuis schrijft wekelijks een column over FC Groningen

Voetbal zoals voetbal bedoeld is. Vanuit het hart en negentig minuten alles geven voor de punten. Ranglijsten tellen niet. Dat geldt doorgaans voor wedstrijden van FC Groningen tegen Ajax. En dan vooral wanneer de Groningers thuisspelen, al zijn er legendarische uitzonderingen op vreemde bodem.

Wat te denken van die ijskoude middag in januari 1983. De Meer was die dag geen knus Amsterdams theater van tactiek en ambities, maar het decor van een collectieve koortsdroom. Ajax tegen FC Groningen eindigde in 5-5. Tien goals die als granaten in de netten sloegen. Het was de middag waarop het Groningse hart weigerde te breken voor de Amsterdamse arrogantie. Wie erbij was, praat er nog steeds over met glinsterende ogen. Niet vanwege de tactiek, maar vanwege het pure, rauwe gevoel van die dag.

Soms brengt die dynamiek verhalen voort die bijna te filmisch zijn om waar te zijn. Want nog geen twee jaar na die krankzinnige 5-5, in april 1985, voltrok zich een historisch epos in diezelfde Meer. Het was de middag waarop Johan Neeskens – de man die in het rood-wit van Ajax ooit Europa had veroverd – plotseling opdook in het groen-wit van Groningen. Ouder, getekend door de jaren, maar met een onverwoestbare ziel.

Het werd een middag vol pure voetbalromantiek. ‘De Nees’ dicteerde het veld alsof het zijn eigen achtertuin was en lanceerde Rob Mc Donald met een fabelachtige pass voor de openingstreffer. Toen het laatste fluitsignaal klonk, stond er een ongelooflijke 1-3 op het scorebord. De allereerste Groningse uitzege op Ajax ooit was een feit. Het was het allerlaatste grote kunststukje van Neeskens op Nederlandse bodem: zijn oude liefde pijn doen, niet uit wrok, maar met de pure bezieling en onverzettelijkheid die hem zo legendarisch maakten. Om de wereld nog één keer te laten zien: ‘ik ben er nog’. Wat mag FC Groningen trots zijn dat deze legende zijn imposante Nederlandse profcarrière in het groen-wit afsloot.

Die historische trots vormt de brandstof voor de diepe, snijdende tragiek die de clubs decennia later bleef achtervolgen. Dat absolute kookpunt bereikte de rivaliteit in mei 2006. De splinternieuwe Euroborg trilde, kolkte en huilde tegelijk. Er hing rook in de lucht, letterlijk en figuurlijk. Groningen speelde niet zomaar voor de winst; ze speelden voor de poorten van de hemel, voor een ticket naar de Champions League. Toen Erik Nevland de bal tegen de touwen joeg, explodeerde er iets in het Noorden dat dieper zat dan sport. Het was de ultieme verlossing. Groningen was er. Bijna. Dit was waar heel Groningen van had gedroomd. Maar toen: de klok sprong op 88 minuten. Wesley Sneijder kreeg de bal, haalde verwoestend uit en schoot een ijskoude pijl recht door het Groningse hart. In twee seconden sloeg de euforie om in een oorverdovende, verlammende stilte. Volwassen mannen stonden met de handen in het haar op de tribune. Tranen stroomden over groen-witte wangen. Het was oneerlijk, het was wreed, het was prachtig.

Maar de geschiedenis rijmt, en het voetbal wreekt zich altijd. Bijna twintig jaar later, in mei 2025, draaiden de rollen zich om. Weer trilde de Euroborg, weer stond het klokje diep in de blessuretijd, en weer hing het Amsterdamse noodlot in de lucht. Het was uitgerekend een jongen uit de eigen Groningse opleiding, Thijmen Blokzijl, die in de 99ste minuut zijn allereerste profgoal binnenschoot. Met die ene verwoestende ontlading werd de Euroborg een gekkenhuis en werd Ajax in de allerlaatste seconden van de titelrace beroofd. Het was de ultieme sportieve verlossing; de koude pijl van Sneijder uit 2006 werd definitief uit het Groningse hart getrokken.

Afgelopen zondag was alles weer anders. Het Groningse hart bloedt weer ouderwets, door een gure nederlaag die pijn doet en de trots bijna doet buigen.

Maar FC Groningen tegen Ajax, blijft, los van het resultaat van afgelopen zondag, altijd de herinnering aan Luis Suárez, die in Groningen de taal van het Europese voetbal leerde en later in Amsterdam een mythe werd, verscheurd tussen twee liefdes. Het zijn de momenten waarop jongens uit de eigen Groningse klei opstonden om de Amsterdamse sterren te laten zien wat échte passie betekent.

Ajax tegen FC Groningen is het verleden dat pijn doet, dat viert, en dat ons er telkens weer aan herinnert waarom we ooit van dit spelletje zijn gaan houden. Het is de hoop die zomaar kan sterven in de laatste minuut, en de trots die nooit zal vergaan.

UIT DE KRANT